‘reagan kreeg gelijk, gorbatsjov niet’

Peter de Bruijn is historicus en ex-hoofdredacteur van het blad Babel, maandblad van de Faculteit der Letteren aan de Universiteit van Amsterdam. De Koude Oorlog was een zegen voor Europa, meent de historicus Ronald Havenaar. Een gesprek over het gelijk van de anticommunisten en de vergissingen van Gorbatsjov.
ROLAND HAVENAAR (43) noemt zichzelf een kind van de Koude Oorlog. ‘Mijn vroegste herinneringen gaan terug naar de opstand in Hongarije, in 1956. Ik herinner me hoe ik als kind van zes die vluchtende mensen op de televisie zag. De Koude Oorlog is voor een groot deel mijn eigen geschiedenis.

Dat heeft voor- en nadelen. Voordeel is dat je de stemming van die tijd goed kunt navoelen. Voor een historicus die een periode niet zelf heeft meegemaakt, is dat altijd veel moeilijker. Nadeel is dat je al vroeg een uitgesproken politieke opvatting hebt. Dat gebrek aan afstand kan een handicap zijn.’
Havenaar verwierf bekendheid met zijn veelgeprezen proefschrift De tocht naar het onbekende over het politieke denken van de politicus en publicist Jacques de Kadt. Hij is deels werkzaam als docent moderne geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, deels bij de Koninklijke Bibliotheek, waar hij boeken inkoopt op het gebied van politieke wetenschappen en de geschiedenis van de twintigste eeuw. In zijn pasverschenen boek Van Koude Oorlog naar nieuwe chaos geeft hij een overzicht van de Oost-Westverhoudingen tussen 1939 en 1990, waarbij hij gebruik maakte van documenten die recentelijk zijn vrijgekomen. Hij probeert het onverwachte einde van de Koude Oorlog te verklaren, een onderwerp waarover historici nog lang zullen debatteren.
Wat zijn de meest opvallende gegevens die sinds het einde van de Koude Oorlog uit de archieven van het Oostblok zijn gekomen?
Havenaar: ‘Wat ik zelf het opmerkelijkste vind, zijn de gesprekken van Stalin met de Oostduitse communistenleider Wilhelm Pieck, uit juni 1945. Stalin zette in die gesprekken zijn politiek ten opzichte van Duitsland uiteen. Daaruit blijkt dat Stalin wel degelijk de ambitie had greep op heel Duitsland te krijgen. Daar is in het Westen altijd discussie over geweest. Tegenstanders van de Navo hebben altijd beweerd dat de Navo overbodig was omdat Stalin West-Europa helemaal niet bedreigde. Hij zou alleen geinteresseerd zijn in een Oosteuropees veiligheidskordon rond de Sovjetunie. Dat standpunt is nu niet meer te verdedigen. Uit de archieven blijkt dat de legers van het Warschaupact tot ver in de jaren tachtig een offensieve strategie hebben aangehouden, in tegenstelling tot de Navo, die altijd een defensieve strategie hanteerde. Er waren gedetailleerde militaire plannen om onder gunstige omstandigheden de aanval op het Westen te openen.
Er is een merkwaardige parallel met de positie van het Rode Leger in het voorjaar van 1941. Toen had het Rode Leger ook geen defensieve posities ingenomen, ondanks het feit dat Stalin talloze waarschuwingen kreeg dat Hitler op het punt stond de Sovjetunie aan te vallen. Uit nieuwe stukken wordt duidelijk dat Stalin zelf van plan was aan te vallen als de omstandigheden dat zouden toelaten. Daardoor is hij in deze val gelopen. Uit wat na 1989 bekend is geworden, blijkt dat het in het Oostblok allemaal nog erger was dan de grootste Koude-Oorlogsdenker in het Westen zich kon voorstellen. Er is bijvoorbeeld ook bekend geworden dat Stalin na de breuk met Tito in 1948 opdracht heeft gegeven om Tito te laten vermoorden, gewoon volgens het procede-Trotski. Wat de aard en de snode plannen van dit terreurregime betreft, hebben de meest rabiate anticommunisten gelijk gekregen.’
UW ANTICOMMUNISME IS tamelijk uitzonderlijk voor iemand van uw generatie. U studeerde in de jaren zestig. Was u toen al een fervent anticommunist?
'Ik ben het geworden door mijn ervaringen met de culturele revolutie aan de universiteit. Ik ging in 1967 in Amsterdam politieke wetenschappen studeren. Kort daarop werd de politiek-sociale faculteit overgenomen door een links-radicale cohorte, waarin leden van de CPN een grote rol speelden. Siep Stuurman en Meindert Fennema, die daar nog steeds doceren, en de latere Amsterdamse wethouder Walter Etty waren de aanvoerders van een beweging die er simpelweg op uit was de macht over te nemen. Daarbij gebruikten zij methoden die ik hoogst onsympathiek vond. Bepaalde Amerikaanse gastdocenten werd het spreken onmogelijk gemaakt. Hoogleraren werden een voor een weggepest. Veel van mijn generatiegenoten hebben zich enorm vergist. Ze sloten zich in groten getale bij de CPN aan in een tijd dat de Sovjetunie zowel intern als extern de meest brute machtspolitiek voerde. Voor Mao’s China gold precies hetzelfde. Dat hadden ze toen al kunnen weten, want er was genoeg van bekend.
Ik heb als eerstejaars student wel meegelopen in de demonstraties tegen de oorlog in Vietnam. Ik ben de oorlog in Vietnam altijd verwerpelijk blijven vinden, maar toen om andere redenen dan nu. Toen vond ik het moreel verwerpelijk, nu vind ik het verwerpelijk omdat het een stommiteit was. Het morele criterium vind ik nu onhanteerbaar. De ene oorlog is niet verwerpelijker dan de andere. In een moderne oorlog worden altijd methoden gebruikt waarbij burgerslachtoffers vallen. Het Engelse bombardement op Dresden tijdens de Tweede Wereldoorlog is niet minder moreel verwerpelijk dan de Amerikaanse oorlogsvoering in Vietnam. Het gaat om de verhouding tussen doel en middelen. De Amerikanen hadden nauwelijks een doel in Vietnam. Wat een stommiteit om dan zoveel middelen aan te wenden, waardoor de Amerikanen zichzelf niet alleen financieel-economisch, maar ook moreel-psychologisch in het moeras hebben geworpen.’
IN UW BOEK poetst u de reputatie van Ronald Reagan op, terwijl u op de reputatie van Michail Gorbatsjov nogal afdingt.
'Omdat Reagan gelijk heeft gekregen en Gorbatsjov zich heeft vergist. In 1982 verklaarde Reagan in een rede voor het Engelse Lagerhuis dat hij communisme op de vuilnisbelt van de geschiedenis zou doen belanden. Dat is grotendeels uitgekomen. Na de Vietnam-oorlog was het vertrouwen in de politiek helemaal weg in Amerika. En toen kwam die gek, zoals veel Westeuropeanen hem beschouwden en beschouwen, die een vertrouwen in eigen kunnen had dat hij wist over te dragen. Reagan zag in dat hij door een combinatie van psychologisch vertrouwen, economisch herstel en opvoering van de bewapening interne liberalisering van het sovjet-imperium kon afdwingen. Er is iets bekend geworden van discussies in het Polibureau nadat Reagan in 1983 met SDI was begonnen, zijn programma voor een nucleair ruimteschild. De sovjetleiders zagen dit als een begin van een nieuwe, technologisch geavanceerde fase in de wapenwedloop. Technische innovatie was de zwakke schakel in de sovjet-samenleving. De leden van het Politbureau dachten dat ze het niet meer zouden kunnen bijbenen.
Dat maakt aannemelijk dat Reagans bewapeningspolitiek de Sovjetunie zo onder druk heeft gezet dat de partijtop besloot om drastische hervormingen door te voeren. Er waren natuurlijk veel interne problemen. De oorlog in Afghanistan was vastgelopen, er heerste een diepe economische crisis. Maar de taxatie van de eigen problemen werd mede bepaald door de houding van het Westen. Zou de tegenstander de tijd geven om iets aan de problemen te doen of zet die de boel zo onder druk dat een radicale verandering van politiek nodig was? Gorbatsjov ging uitgerekend zaken doen met de westerse leiders die de hoofdverantwoordelijkheid droegen voor het opvoeren van de bewapening: Reagan, Thatcher en Kohl. Het is de vraag of er een Gorbatsjov was gekomen als er geen Reagan was geweest.
Gorbatsjov dacht dat hij met zijn glasnost en perestrojka het communistisch systeem zou kunnen versterken. Dat is gewoon een vergissing geweest. Hij heeft met die liberalisering het systeem juist ondermijnd. De gevolgen van die vergissing zijn voor ons buitengewoon gunstig en daar moet je hem voor prijzen. Maar je prijst hem dan voor het feit dat hij zich heeft vergist. De enorme verdienste van Gorbatsjov is dat hij het leger niet heeft laten ingrijpen in Oost-Europa toen de gevolgen van zijn vergissing duidelijk werden.’
Nu de Koude Oorlog is afgelopen verandert ook het perspectief op dit tijdperk. In welk opzicht is uw perspectief veranderd?
'Tijdens de Koude Oorlog bestond er een schisma tussen degenen die die tijd beschouwden als een periode van ongekende gevaren en degenen die de Koude Oorlog beschouwden als een periode van grote stabiliteit. Deze laatsten redeneerden dat de twee grote mogendheden in hoge mate geneigd waren tot zelfbeheersing, omdat ze nucleair aan elkaar gewaagd waren. Nu de Koude Oorlog een paar jaar achter de rug is, zie je dat de spanningen en de stabiliteit een eeneiige tweeling waren. De spanning is weggevallen, maar de stabiliteit is ook weggevallen. Je ziet wat er van Europa is geworden nu de nucleaire dreiging er niet meer is. Het is een en al ontbinding en versplintering.’
In hoeverre is kennis van de Koude Oorlog bruikbaar bij het analyseren van de huidige politieke verhoudingen? Henry Kissinger heeft gezegd dat je nu meer hebt aan kennis van de negentiende-eeuwse politiek.
'Daar heeft hij helemaal gelijk in. Wij zijn weer in het klassieke Europa dat op zichzelf is teruggeworpen. Er zijn verschillende parallellen met de jaren twintig, al zou je ook nog verder terug kunnen gaan. Er is afscheid genomen van een oude orde. Dat was in de jaren twintig het Europa van het Europese concert, waarbij de grote Europese mogendheden de zaken onderling regelden, en nu de orde van de Koude Oorlog. Het nationaliteitenprobleem, waar in de jaren twintig de basis voor is gelegd, is weer helemaal terug. We zijn weer bij het Europa van de voortdurend wisselende coalities tussen staten die zeer verschillend in gewicht zijn. Dat zie je het sterkst aan het probleem Duitsland, dat eigenlijk nog moet beginnen. De Duitsers zijn nu nog met zichzelf bezig, maar dat houdt ook een keer op.
Er wordt nu geprobeerd om van de Navo een soort collectief veiligheidssysteem te maken. Dat heeft in de geschiedenis nog nooit gewerkt, omdat de belangen van de verschillende staten daarvoor te zeer uiteenlopen. Er wordt in Nederland veel te gemakkelijk geschreven over uitbreiding van de Navo met Polen, Hongarije en Tsjechie. Dat is buitengewoon provocerend voor de Russische regering. Het risico is dat je door Centraal-Eruopa bij de Navo te betrekken, juist de Russische agressie afroept die je wilt voorkomen. Anderzijds is de Navo wel gedwongen om de landen van Centraal-Europa een bepaalde samenwerking aan te bieden, omdat de politieke onderwereld in Rusland weer aan de macht is gekomen. Dat er in Rusland nog enige vorm van democratie van de grond zal komen, kunnen we wel vergeten. Door de verkiezingswinst van de ultranationalisten van Zjirinovski zijn gematigde krachten in Moskou uitermate zwak geworden. Maar wie gelooft er dat de landen van Centraal-Europa enige bescherming zouden kunnen ontlenen aan een Navo-lidmaatschap? De Navo is nu al vleuggellam. Door uitbreiding wordt de politieke geloofwaardigheid van het bondgenootschap nog verder ondermijnd.
Zjirinovski heeft veel trekken van Hitler. Het valt nog te bezien of hij ook diens talent heeft om zijn macht te consolideren. Maar als Zjirinovski wegvalt, staat er een andere extremist klaar. Het ultranationalisme zit heel diep bij de Russen. Zoals in de republiek van Weimar is dat het gevolg van rancune over het verlies van het imperium en over de economische misere. Dat is opnieuw een parallel met de jaren twintig, maar er zijn ook belangrijke verschillen. De situatie in West-Europa is nog nooit zo goed geweest. Dat is voor een groot deel te danken aan de Koude Oorlog. Duitsland is nu geintegreerd in het Westen en de territoriale conflicten tussen de Fransen en de Duitsers zijn opgelost. Het gevaar van vermenging van conflicten in het oosten en het westen bestaat niet meer. Daardoor is het een paar keer gruwelijk mis gegaan. Dat de oorlog in Joegoslavie niet is overgeslagen naar de rest van Europa, is historisch gezien een hele vooruitgang.’