In navolging van Enron leert ook de Amerikaanse overheid creatief boekhouden

Reaganomics revisited

NEW YORK – Sinds 11 september vorig jaar heeft George W. Bush ontdekt dat alles wat hij sowieso wilde doen om zijn rijke vrienden nog rijker te maken in feite broodnodig is in de strijd tegen het terrorisme. Niet alleen op militair, ook op economisch vlak treedt Bush junior in de voetsporen van Ronald Reagan, die in 1980 het presidentschap veroverde met een viervoudige belofte: massale belastingverlaging, militaire expansie, sociale vooruitgang en evenwichtige begrotingen. Zijn toenmalige rivaal Bush senior sprak smalend van ‘Voodoo economics’ . De critici kregen gelijk: het vierpuntenplan was onuitvoerbaar en Reagan realiseerde de eerste twee doelstellingen ten koste van de andere twee. De belastingverlaging en militaire expansie werden betaald met sociale bezuinigingen en een explosieve groei van de openbare schuld. Dat laatste had grote gevolgen voor de rest van de wereld, omdat de toegenomen vraag van de Amerikaanse overheid op de internationale kapitaalmarkt tot een hogere rentevoet leidde.

Reagan II serveert hetzelfde vierpuntenplan en opnieuw rijst de vraag hoe het verwezenlijkt moet worden. Bush’ reeds goedgekeurde belastingsverlaging vermindert de Amerikaanse staatsinkomsten met ruim tweeduizend miljard dollar over een periode van tien jaar. En de president wil nog meer fiscale cadeaus uitdelen: duizend miljard dollar voor nieuwe wapensystemen en nog eens hetzelfde bedrag voor beveiligingsmaatregelen tegen terroristen. De belastingopbrengsten dalen bovendien door de stagnatie van de beurswaarden, waarvan de stijging in de jaren negentig de belangrijkste oorzaak was van het wegsmelten van de begrotingstekorten. De belasting opbrengst is nu reeds 31 procent lager dan een jaar geleden. Een simpele rekensom leert dat er opnieuw zal worden bezuinigd ten koste van de zwaksten in de samenleving. Maar er is in de afgelopen decennia al zoveel bezuinigd dat de doelwitten niet voor het rapen liggen.

In de gezondheidszorg lijkt een fel conflict onvermijdelijk. De Amerikaanse overheid geeft meer uit aan Medicaid en Medicare (ziekteverzekeringen voor respectievelijk de armsten en bejaarden) dan aan defensie, terwijl de bevolking statistisch gesproken ouder en zieker wordt. Gedreven door de groeiende markt ontwikkelt de medische industrie steeds nieuwe behandelingen, die in reclamecampagnes als onmisbaar worden voorgesteld. Dankzij die snelle evolutie heeft de farmaceutica, die praktisch met elk nieuw product een monopolie verwerft, de hoogste winstvoet van alle sectoren. De overheid weigert echter de terugbetalingstarieven van Medicaid en Medicare aan te passen waardoor steeds meer artsen patiënten weigeren. Aangezien de VS al veertig miljoen onverzekerden kennen, zal binnenkort nog maar de helft van de bevolking toegang tot medische zorg hebben.

En bezuinigingen op de gezondheidszorg zijn niet voldoende om de groei van de overheidsschuld te stuiten. De voornaamste tactiek van de regering is ‘cooking the books’, een creatieve boekhouding die uitgaven verdoezelt en inkomsten onwaarschijnlijk hoog projecteert. In wezen doet de overheid hetzelfde als Enron, IBM en andere grote bedrijven: schulden verbergen om vertrouwen te wekken en kapitaal aan te trekken. De financiële prognoses van de overheid steunen volgens het Center on Budget and Policy Priorities, een Washingtonse denktank, op veel te optimistische verwachtingen. Naar analogie van Enron rijst de vraag welke assets van de overheid echt zijn, en welke pure fictie.

Op korte termijn bewijzen de tekorten de Amerikaanse economie een dienst doordat ze de groei aanjagen en de globale vraag naar dollars hoog houden. Op langere termijn wordt de vraag actueel of de VS in staat zijn dergelijke betalingsbalans- en begrotingstekorten te blijven financieren. Als de Amerikaanse economie in een nieuwe groeifase terechtkomt, laten zulke problemen zich gemakkelijk naar de toekomst opschuiven. Een groeiend aantal experts meent echter dat Amerika een ‘W-vormige recessie’ doormaakt, een zogenaamde ‘double dip’ waarvan het tweede dal nog moet komen. Alleen al de vrees voor een waardedaling van de dollar kan de kapitaalstroom naar Amerika in die mate afremmen dat de dollar gaat zakken. In voorgaande jaren kon Federal Reserve-voorzitter Alan Greenspan elke inzinking bestrijden met een kredietversoepeling. Hierdoor is de door de Fed gecontroleerde rentevoet gedaald tot zijn laagste niveau in veertig jaar: 1,75 procent, ongeveer evenveel als de inflatie. Wat kan Greenspan nog meer doen om, indien nodig, de economie te stimuleren? Aan die vraag wijdde de Federal Reserve reeds eind januari een geheime bijeenkomst. De uitkomst daarvan is niet bekend.