Profiel: Jules Deelder

Realist in het kwadraat

Schrijver, dichter en performer, of «aucteur» zoals hij zichzelf noemt, Jules Deelder wordt dit najaar zestig, maar de feestelijk heden zijn al van start gegaan. Een filmportret is in de maak, en twee nieuwe Deelder-uitgaven verschijnen dit najaar. Momenteel doet hij een theatertournee met Kamagurka, en treedt op als jazzdiscjockey.

Justus Anton Deelder wordt geboren aan het begin van de hongerwinter, op 24 november 1944 in de Rotterdamse wijk Overschie. Vader Arie wordt vlak voor de geboorte van zijn zoon tijdens de grote Razzia van Rotterdam opgepakt en tewerkgesteld in Duitsland. Hij keert pas een half jaar later terug.

Justus, roepnaam Juul, heeft de oorlog niet bewust meegemaakt, toch wordt zijn jeugd erdoor gekleurd. De zwaar gebombardeerde Rotterdamse binnenstad wordt maar langzaam opgebouwd, en allerlei verhalen over de oorlog doen de ronde. Juul raakt gefascineerd door oorlog en geweld, waar hij later nogal eens op zal worden aangevallen.

Op de hbs begint «Jules» («dat vond ik artistieker dan ‹Juul›») zich serieus in literatuur te verdiepen. Vooral de vrijheidsdrang van beatschrijvers als Allen Ginsberg en Jack Kerouac maakt diepe indruk, en het feit dat zij schrijven over de wereld buiten de zolderkamer van de klassieke dichter. De rebellie van nieuwe jazzmusici als Chet Baker en Charlie Parker heeft een minstens zo grote invloed. Deelder begint met drugs te experimenteren, in navolging van zijn jazzhelden.

Deelder studeert enige tijd M.O. Nederlands, en onderhoudt zich vervolgens met baantjes in de haven en als colporteur. In 1962 publiceert hij voor het eerst een gedicht, in het Algemeen Handelsblad, en doet mee aan jazz&poetry-happenings. Een reis naar Londen inspireert hem tot het gedicht Cloud 9, dat hij opstuurt naar Simon Vinkenoog, de dichter die onomwonden zijn liefde voor verdovende middelen bezingt. Cloud 9, duidelijk door Ginsberg beïnvloed, is een pagina’s durend verslag van een trip in een Londense huiskamer, geschreven in vrije, bezwerende regels. Deelder probeert de geest te vangen die alle kanten op beweegt:

«En ik kan hem geen ongelijk geven, denkend aan/ Marc, op z’n kamer in Notting Hill Gate,/ die, met de spuit in z’n arm, tussen twee kotskrampen/ door, plotseling begon te praten over de schoonheid/ die schuilt in en achter iedere regel, van Shakespeare,/ terwijl ik me in opperste verbazing zat af te vragen,/ wat die zouteloze foto van koningin Elizabeth/ boven de kachel deed.»

Prompt nodigt Vinkenoog Deelder uit voor een grote poëziehappening die hij or ganiseert. Op 28 februari 1966 treedt zowel de oude garde als de nieuwe lichting dichters op tijdens Poëzie in Carré. Deelder draagt onder meer Cloud 9 voor, en maakt indruk met zijn zelfverzekerde presentatie. Poëzie in Carré geeft een belangrijke impuls aan Deelders dichtersloopbaan en is een mijlpaal voor de Nederlandse poëzie, die zich steeds meer op het podium zal manifesteren.

Na een jaar in Londen stort Deelder zich volledig op het schrijven. In 1969 verschijnt de debuutbundel Gloria Satoria. Deelders poëzie heeft in korte tijd een sterke ontwikkeling doorgemaakt. Invloed van de Beats is nog wel waarneembaar, vooral in de onderwerpkeuze, maar de vorm is compacter. Veel gedichten hebben een anekdotisch karakter. Beschrijvingen van drugservaringen zijn er nog steeds, maar worden gerelativeerd door een kwinkslag of ironie. Deelder is niet de gevoelige poëtische geest die het leven on dergaat; hij registreert en geeft commentaar.

Opvallend zijn de readymades, gevonden teksten uit de werkelijkheid. «Nu mevrouw Dekker niet meer in ons midden is/ willen wij even memoreren, dat zij vele jaren/ haar beste krachten heeft gewijd aan de/ ’s Gravendijkwalkerk (…) Namens de dames van de Bijbelkring,/ Jules Deelder.»

Die techniek wordt nog veelvuldiger toegepast in de volgende bundels, Dag en nacht geopend, Boe! en Op de deurknop na. Deelder lijkt poëzie nauwelijks te beschouwen als iets «hogers». Op de deurknop na (1972) bestaat geheel uit volkse humor gevat in flarden van gesprekken. De ingreep van de dichter bestaat uit het isoleren van de dialogen.

Deelders bundels worden vanaf het begin gemengd ontvangen. Sommige critici vragen zich af of Deelder zijn vak wel serieus neemt. Andere vinden dat hij een verfrissend geluid laat horen in het gewichtige literaire wereldje. Zelf laat Deelder zich meestal weinig positief uit over de literaire kritiek.

Rond 1970 is het over met Deelders bohémienachtige voorkomen; hij gaat voortaan kortgeknipt en in dure pakken door het leven. Hij noemt zichzelf een neonrealist: iemand die zonder te protesteren de harde werkelijkheid van het (nachtelijke) grotestadsleven weergeeft. Gezeur over gevoelens hoort daar, nog steeds, niet bij. Hij treedt op in een bijpassende stijl. In hoog tempo, uit het hoofd en met zo weinig mogelijk emotie bestookt hij het publiek met zijn gedichten.

Daarnaast verbreedt Deelder zijn repertoire. Zijn eerste verhalenbundel, Proza, verschijnt, en hij werkt mee aan een documentaire over Rotterdam voor de VPRO, waarin hij zijn klassiek geworden Stadsgezicht voordraagt: «Tegenwoordigheid van geest/ en realisme in het kwadraat (…) Rotterdam gehakt uit marmer/ kant’lend in het tegenlicht.» Hij deinst er niet voor terug zich als trotse Rotterdammer te presenteren, en hij weet het desolate en harde karakter van zijn stad iets cools te geven.

In 1982 schrijft Deelder mee aan het scenario voor de film Het veld van eer van Bob Visser, en speelt een rol als de verpersoonlijking van de dood. Hij publiceert een biografie van de bokser Bep van Klaveren en de roman Gemengde gevoelens, al is dat vooral een parodie op het genre waarin voortdurend de klassieke romantechnieken op de hak worden genomen.

Deelder blijft in de jaren tachtig gestaag dichtbundels publiceren, zoals Sturm und Drang en Junkers 88. Zijn fascinatie voor oorlog en geweld komt volop naar voren, en de toon is minder ironisch. Met het lange gedicht Portret van Olivia de Havilland, een dubbelzinnige terugblik op de jaren vijftig, krijgt Deelder eindelijk enthousiaste kritieken. Tom Lanoye schrijft: «Ooit zullen de vakidioten zich meester maken van Deelders werk. Ze zullen omschrijvingen gebruiken als post-beatnik, absurdisme, futurisme, neo-expressionisme. Zelfs dan dient u zich vol walg van hen af te keren.»

In 1985 begint Deelder aan zijn eerste theatertournee, Deelder spreekt. Daarin declameert hij gedichten, vertelt anekdotes, geeft zijn mening over de toestand in de wereld, en maakt jazzmuziek met Trio me Reet. Hij geneert zich niet voor het commercieel uitventen van zijn bezigheden: hij richt de BV Deelder op en werkt mee aan reclames. Critici wijst hij er graag op dat zijn bundels oplagen bereiken waarvan de meeste dichters alleen kunnen dromen.

Hij schrijft en vertaalt voor theater, maakt een kinderboek met zijn oude maat Rob Peters, en een bundel «euforismen». Hij doet vele tournees, waaronder Apocrief (1998-2000), een geïmproviseerd samenspel met Bart Chabot en Herman Brood. Voor Veronica-tv maakt hij een talkshow, en hij wordt steeds actiever als dj, waarvoor hij put uit zijn gigantische collectie oude jazzplaten.

In Deelders dichtbundels keert de humor volop terug. Wijsgeren, kunstenaars en machthebbers worden te kijk gezet en teruggebracht tot alledaagse proporties, in het bijzonder in Renaissance (opgenomen in de gelijknamige verzamelde gedichten uit 1994) en Bijbelsch (1999). Deelders sympathie ligt duidelijk bij de gewone man, wiens onhandigheid en absurde gedrag met empathie worden beschreven. Persoonlijk wordt hij nog steeds nauwelijks, maar aan reflectie doet hij wel degelijk — al ligt de kwinkslag snel op de loer. In de schemer: «In de schemer buiten/ op een tuinbank gezeten (…) werkt het gestage knagen/ van het geweten/ ons méér op de zenuwen dan binnen/ op de bank gelegen met/ de televisie aan —/ vandaar dat in zo weinig/ tuinen banken staan.» Daarom is Deelder altijd Deelder, de onverstoorbare, nuchtere realist die gelooft dat het bijzondere in het gewone ligt. En die zich niet ge neert voor dergelijke alledaagse wijsheden.

Deelders nieuwe dichtbundel Zonder dollen verschijnt in augustus. Een nieuwe, uitgebreide versie van de verzamelde gedichten Renaissance met dvd komt uit in november