De Warme Winkel, ‘Een oprechte ode aan de ironie’ © Sophie Knijff

‘Er zullen mensen zijn die vinden dat het echt niet kan, reality-sterren laten spelen in een voorstelling die ze misschien niet helemaal begrijpen.’ Dit zei Vincent Rietveld van de Warme Winkel in een Volkskrant-interview voorafgaand aan de première van Een oprechte ode aan de ironie. Bedoelde hij dat ironisch?

De intellectuele verhevenheid die erin doorklinkt wordt in de voorstelling meteen uitvergroot neergezet. Een Warme Winkel-stem noemt voor aanvang de gastspelers, vier coryfeeën uit commerciële reality-programma’s als Temptation Island en Ex on the Beach, dom en afkomstig uit achterstandsmilieus. Dat oogst geen verzet bij Danicio, Lesley, Shirley en Bella. Die lijken het prima naar hun zin te hebben in het tropische villa-decor waar ze in badkleding rond paraderen. Toegewijd doen ze mee in de geestige verstrengeling van meta-theater en plat rtl-vermaak. Lesley kan hoogstens haar lachen niet inhouden bij het absurde ritueel waarbij alle spelers, idioot verkleed met dekbed-mantels en wc-mat-rokjes, trouw moeten zweren aan de ironie terwijl Vincent hen zegent met een pleeborstel en bubbelbad-water. Maar ach, in de tv-programma’s die hun bekendheid gaven, bewezen de reality-sterren al bereid te zijn zich te onderwerpen aan de raarste opdrachten.

Degenen die naarstig op zoek zijn naar hun rol en betekenis binnen deze constellatie zijn de vier theatermakers. Vincent, Florian, Hannah en Ward bevragen hun arrogante makersmacht als ze gevieren aan de tequilabar de aangename gewilligheid van de gastspelers prijzen. Naast de wasbordtorso en de wulpse rondingen van de gastspelers oogt hun badpakverschijning schaamteloos kwetsbaar. Quizvraag aan Vincent: ‘Ben jij A: kaal, B: dik of C: oud?’ Alle drie de antwoorden blijken goed. Op allerlei manieren proberen de theatermakers filosofische diepgang te pompen in treffend geparodieerde reality-taferelen, maar de uitkomst is dat zij alles ingewikkelder bezien dan hun eendimensionale medespelers. Gaandeweg worden de verhoudingen gelijkwaardiger. Danicio en Ward vertolken elkaars stem in een tweegesprek over hun verschillende huidskleur dat uitmondt in een Ebony & Ivory-duet. Het theater betoont hiermee een verkrampte politieke correctheid.

In reality-programma’s spelen uiterlijke kenmerken alleen een rol op de aantrekkelijkheidsmatrix van mogelijke datingpartners. In het ironieloze inferno waar de acht villabewoners na de pauze van elkaar losgeraakt in ronddwalen, missen de reality-sterren gezelschap en een duidelijke opdracht, terwijl bij de theatermakers existentiële paniek uitbreekt. In een universum waarin niets dubbelzinnig of gelaagd is, mag Florian Myjer alleen nog ‘het homootje’ zijn, zoals hij uitschreeuwt. Ward Weemhof belt zijn agent of hij alsnog auditie kan doen voor de films van Johan Nijenhuis; nu het onderscheid tussen hogere en lagere kunst is genivelleerd, heeft hij al zijn acteurshouvast verloren. Verlossing komt in de (bordkartonnen) figuur van Gerard Joling, of is het toch René Froger? Het polonaisefeestje dat de zanger aanricht, brengt iedereen weer samen. En het is aan de toeschouwer met hoeveel ironie deze meegaat in dit oergezellige einde.

Op tournee tot 8 december; warmewinkel.nl