Buitenland

Realpolitik

Sinds Henry Kissinger staat realpolitiek in een kwade reuk. Terecht wat betreft de immorele kanten van zijn beleid als adviseur van president Nixon. Maar waarom het kind met het badwater weggooien? Misschien is het tijd voor hard nosed realism in de Amerikaanse buitenlandse politiek.

Medium mears

Dat bepleit John Mearsheimer, hoogleraar internationale betrekkingen in Chicago. Mearsheimer ontvouwde zijn theorie van de machtsrelaties in de wereld, samengevat als offensive realism, voor het eerst in The Tragedy of Great Power Politics (1990). Het was zo’n boek dat je ogen opent, uitdaagt en je kijk op de wereld verandert. En onverminderd relevant is. Hij schrijft er regelmatig over in Foreign Affairs. Mearsheimers wereld is hobbesiaans. Er heerst anarchie, zonder centrale autoriteit. Staten kunnen elkaar niet vertrouwen. Overleven vereist controle en dat betekent het verwerven van macht. Alle staten zijn gedoemd mee te doen met deze machtsstrijd. De ‘tragedie’ is dat staten onvermijdelijk in conflict raken – ook als ze uit zijn op vrede en stabiliteit.

Grootmachten ontlenen hun macht aan drie factoren: geografische positie, economische kracht en bevolkingsomvang. Elke grootmacht probeert zijn directe omgeving te controleren. De Verenigde Staten domineren het westelijk halfrond, in Europa concurreren Duitsland en Rusland maar ze kunnen niet domineren. China is voorbestemd een dominerende rol te spelen in Azië. Conflicten ontstaan waar grootmachten tegen elkaar aan schuren.

In deze wereld is alles in beweging. Er zijn geen status-quo-machten. Staten proberen steeds hun macht te vergroten, vaak offensief, vandaar de naam van de theorie. Amerika heeft geluk, omringd door zwakke buren en water. Het is economisch sterk, heeft een grote bevolking en ontwikkelde in alle rust zijn economie en zijn militaire macht (zoals China dat doet in zijn regio).

De doelstelling van de Verenigde Staten was en is dominantie van het westelijk halfrond en voorkomen dat een andere grootmacht Europa of Noordoost-Azië domineert. Regionale dominantie is geen probleem, maar voor de rest moet Amerika zich gedragen als een offshore balancer. Het moet de machtsbalans beïnvloeden door in de regio van potentiële concurrenten bondgenoten te steunen. Die moeten het werk opknappen.

Amerika maakte van zichzelf een ‘onmisbare natie’

Dit was de praktijk gedurende het grootste deel van de Amerikaanse geschiedenis. Amerika bleef aan de kant, hielp landen een hegemonistische staat in hun regio te dwarsbomen, totdat afzijdigheid niet langer veilig was. Sinds 1945 heeft Amerika een andere rol aangenomen. Het vindt zichzelf speciaal, met de opdracht de wereld te verbeteren. Het maakte van zichzelf een ‘onmisbare natie’. Mearsheimer verwijt Democraten én Republikeinen het negeren van de logica van de balance of power. Provocerend stelt hij dat vrede brengen of behouden geen doel op zich is, net zo min als het voorkomen van genocide of stoppen van burgeroorlogen. Goede bedoelingen zijn een slechte raadgever.

Mearsheimer was tegen de oorlog in Irak en kritiseert de rol van Israël in Amerika’s buitenlandse politiek. In Syrië en Libië ziet hij geen vitale belangen. Hij is kritisch over Obama maar deelt niet de roep om meer leiderschap. Dat is alleen relevant als het Amerikaanse belangen dient. Bush leidde, met desastreuze gevolgen.

De volgende president moet beginnen met een goede analyse. Amerika is veilig. In de Perzische Golf ontbreekt een potentiële hegemoon. Amerika kan het contact herstellen met Iran en vanaf een afstandje toekijken. IS is geen bedreiging, net zo min als een stabiel Syrië onder Assad. Waar een betere civic society de enige oplossing is, heeft Amerika niets te bieden. Nation building is illusoir.

In Europa kan geen enkele grootmacht domineren. Laat de Europeanen hun eigen boontjes maar doppen, zegt Mearsheimer, en beëindig militaire betrokkenheid bij de Navo. Azië is de enige regio waar Amerika als offshore balancer actief beleid moet voeren, want als China doorgroeit, zal het hegemonie zoeken. De VS moeten die economische groei temperen en samenwerken met omliggende landen. Met de biljarden dollars die je zo bespaart kun je Amerika binnenlands versterken, want een sterk buitenlands beleid heeft een stevige basis nodig.

Een kil wereldbeeld misschien, met Amerikaans belang als drijvende kracht, maar niet immoreel. Mearsheimers realisme daagt uit. Wie ervan wil afwijken moet met goede argumenten komen. Food for thought: een aantal uitspraken van Donald Trump zijn vanuit realpolitiek opzicht verstandiger dan mogelijk idealistisch interventionisme van Clinton. En Mearsheimers theorie is niet Amerika-centrisch: de meest enthousiaste bedrijver van realpolitiek is Vladimir Poetin.