Reanimatie van een successerie

François Bourgeon, Kinderen van de wind. Het meisje van Bois-Caiman boek 2 . € 17,95

Nog maar weinigen hielden het voor mogelijk dat de Franse tekenaar François Bourgeon zou terugkeren naar zijn succesreeks De kinderen van de wind. Met die maatschappijkritische avonturenserie over slavernij in de achttiende eeuw brak de voormalig glas-in-lood-ontwerper begin jaren tachtig definitief door. Hoofdpersonen in de eerste vijf delen waren de Britse Mary en de Franse Isa, die als kind werden verwisseld waardoor hun levens onlosmakelijk met elkaar waren verbonden. Het waren twee vrouwen met enorm veel levenslust, een grote mond en een aantrekkelijk uiterlijk. Allebei gedroegen ze zich als feministes in een tijdperk waarin dat nog niet gangbaar was, waarmee Bourgeon nog een statement maakte. De serie was mateloos populair door het realistische tekenwerk en het originele verhaal, dat niet alleen spannend was, maar ook nog een (uitzonderlijk goed gedocumenteerd) deel van de geschiedenis toonde.
De kinderen van de wind was een van de eerste Europese stripseries die nadrukkelijk ook was bedoeld voor een volwassen publiek. Daarmee was het een belangrijke schakel in de emancipatie van het beeldverhaal tot de min of meer geaccepteerde kunstvorm die het nu is. Een nadeel van Bourgeons verhalen rondom de twee aantrekkelijke protagonisten was dat hij geen kans onbenut liet om ze ontkleed te tonen. Functioneel naakt moet kunnen in een stripboek, maar bij Bourgeon rook het al snel naar exploitatie, waardoor je zijn goedbedoelde maatschappijkritiek iets minder serieus nam.
Na vijf delen Kinderen van de wind werd het verhaal voorgoed afgesloten, zo leek het tenminste. Bourgeon wijdde zich aan andere onderwerpen, zoals de duistere Middeleeuwen in het klassieke drieluik De gezellen van de schemering (echt een aanrader) en later de wat minder geslaagde sf-reeks De cyclus van Cyann. Maar opeens is er nu toch een vervolg op De kinderen van de wind: het tweeluik Het kleine meisje Bois-Caïman. Dat is een goede aanleiding om de oude verhalen opnieuw in luxe vorm uit te geven. Het geeft mensen die nu kennismaken met de serie de kans om ook de voorgeschiedenis te lezen en zorgt ervoor dat de schoorsteen van de bijna gepensioneerde tekenaar kan blijven roken.
In de nieuwe delen van De kinderen van de wind maakt Bourgeon opeens een sprong in de tijd van tachtig jaar. Het is 1862 en de Amerikaanse burgeroorlog is bijna beslist. De achttienjarige Zabo Murrait ontvlucht New Orleans voordat de Noordelijken de stad innemen. Ze zoekt bescherming op het moerassige platteland, waar haar familie een plantage bezat. Die is verwoest en dus trekt ze verder en maakt ze kennis met de jonge fotograaf Quentin Coustans. Samen met hem duikt ze het gevaarlijke oorlogsgebied in op zoek naar een mysterieuze oudtante. Die leeft nog, ook al is ze bijna honderd jaar oud. Haar boerderij is een goed verstopt toevluchtsoord en heeft de oorlog ongeschonden overleefd. Wanneer ze ’s avonds op de veranda bij een olielamp zitten, vertelt Isa (inderdaad die uit de eerste Kinderen van de wind) haar verhaal. Hoe ze ook in het Amerika van de zeventiende eeuw moest vechten tegen vooroordelen, slavernij, uitbuiting van de oorspronkelijke bewoners en de pafferige grootgrondbezitters en edelen en hoe de spanning uiteindelijk leidt tot een grootschalige slavenopstand. Die tweedeling in het verhaal gaat in het volgende deel verder. Enerzijds de ‘roadmovie’ van Zabo (die voluit ook Isabeau heet) en de herinneringen van Isa over een exotisch Amerika dat niet zo gek vaak onderwerp is van populaire fictie. Isa’s verhaallijn neemt in het tweede deel de meeste ruimte in en je krijgt als lezer een goed beeld van hoe moeilijk de avonturierster uit de oorspronkelijke delen het ook in dit nieuwe continent heeft gehad. Isa is inmiddels verminkt en stokoud, maar geenszins verbitterd. Ze is tevreden over haar turbulente leven en geeft veel kennis door aan het enige familielid dat ze nog overheeft.
De vraag is nu of deze reanimatie van een successerie alleen een melkkoetje is, of dat het echt iets toevoegt aan het origineel. Het antwoord hierop is positief. De nieuwe Kinderen van de wind bevat veel elementen die het origineel zo leuk maakten, zoals sterke, rebelse vrouwen als hoofdpersoon, maatschappijkritiek en een originele setting die bijzonder goed gedocumenteerd is. Nog een sterk punt is Bourgeons unieke, perfectionistische tekenstijl die hij in de afgelopen dertig jaar verder heeft ontwikkeld. De oude boeken verbleken werkelijk als je ze vergelijkt met de nieuwe. Bourgeon besteedt nu veel meer aandacht aan de achtergronden van de natuur in de 'bayou’. Bovendien is de anatomie van de personages nergens meer twijfelachtig, wat aanvankelijk nog wel eens het geval was. Gelukkig laat Bourgeon de vrouwen niet meer telkens ongemakkelijke houdingen aannemen om vooral hun lichamen te tonen, zodat het verhaal geloofwaardig blijft.
Een nadeel van het nieuwe verhaal is de wat onduidelijke, trage verhaallijn, die ook nog eens is opgeknipt in dat van Zabo en Isa. Het is een elegante manier om twee tijdperken met elkaar te verbinden en het nieuwe werk aan te laten sluiten op het oude, maar het verhaal mist daardoor stuwkracht. Het kabbelt allemaal maar door, er komen flink wat nieuwe personages op de proppen, we nemen kennis van veel nieuwe feiten en gebeurtenissen, die soms schokkend zijn, dan weer verrassend of spannend. Kort samengevat gaat Zabo in een gevaarlijk niemandsland op zoek naar familie, die haar vervolgens geschiedenisles geeft.
Toch is de nieuwe Kinderen van de wind iedereen aan te raden die houdt van historische avonturenverhalen of gewoon liefhebber is van meesterlijk getekende realistische strips. Het verhaal heeft meerwaarde wanneer je de vorige cyclus hebt gelezen, maar door de grote sprong in de tijd is dat niet echt noodzakelijk.

François Bourgeon
Kinderen van de wind 7 en 8, Het kleine meisje Bois-Caïman deel 1 en 2
Uitgeverij 12bis, 84 en 72 blz., beide € 17,95