Recenseren is leuk

Soms is een samenloop van omstandigheden te opvallend om een coïncidentie te zijn. Anderhalve week geleden publiceerde HP/De Tijd een lange beschouwing van Ron Kaal. In de inhoudsopgave werd het stuk aangekondigd als: ‘Het einde van de kritiek’. De teneur: al die krantekolommen die aan boeken zijn gewijd en al die transfers en debuten van recensenten zouden de indruk kunnen wekken dat literaire kritiek er toe doet, maar het tegendeel is waar: de kritiek heeft geen macht meer.

‘Wie is er bang voor de criticus?’ luidde de kop boven het stuk. Nu, anderhalve week later, heeft die kop een ironische bijklank gekregen. Nee, heeft de redactie gedacht, wij zijn zeker niet bang voor hem. Ze dronken zich nog eens moed in en stuurden Jaap Goedegebuure, al zeventien jaar lang criticus van HP, de laan uit. Omdat de redactie niet bang is, hebben ze hem ook maar flink de waarheid gezegd: zijn doorwrochte artikelen zijn 'te saai en niet meer van deze tijd’.
In de beschouwing over het einde van de criticus werd Edmund Wilson aangehaald, die vijf typen recensenten onderscheidt. De 'echte’ critici zijn een bijna uitgestorven diersoort, volgens hem. Ze zijn ouderwets belezen en toetsen een boek aan de wereldliteratuur en niet aan de mode van de dag. Leuker is het tweede soort boekbespreker: de literaire columnist. De 'criticus als amusantje’, schrijft Kaal, is sterk in opkomst.
Aangezien HP/De Tijd de vinger aan de pols van de tijdgeest houdt, was het bericht van anderhalve week later voorspelbaar. De bedreigde diersoort werd met uitsterven geholpen, het 'amusantje’ krijgt ruim baan. Treurig.