HOLLAND FESTIVAL

Rechnitz

Denkbare vraag bij het toneelaanbod op het Holland Festival: missen we iets of slaan we een ontwikkeling in het Europese toneel over als het festival ons deze toneelstukken niet had aangeboden? De Shakespeare-regies van Sam Mendes, die vorige week in Amsterdam waren te zien, vallen in dat kader wat mij betreft af. Na interpretaties door zulke uiteenlopende toneelkunstenaars als Gerardjan Rijnders, Dirk Tanghe, Johan Doesburg, ’t Barre Land en Ola Mafaalani kun je met deze brave Britse confectiewerkstukjes echt niet meer aankomen. Dat ligt gans anders bij de voorstelling Rechnitz der Würgeengel die Pierre Audi uit München heeft gehaald. Dat stuk (Elfriede Jelinek) is briljant maar zou het hier in een vertaalde bewerking waarschijnlijk niet halen. Het mengsel van deze vormgeving en dit concept, uitgewerkt in de personenregie en de mise-en-scène van Jossi Wieler, is uniek. En dat weer in combinatie met deze grootse toneelspelers van het beste Duitse Sprechtheater - dit wordt in Nederland gewoon niet gemaakt.
De voorstelling is, anders dan her en der wordt beweerd, al bijna twee jaar oud (zo oogt ze overigens niet). Er is veel schande over gesproken dat deze Jelinek tot twee keer toe níet naar het Berliner Theatertreffen werd genood. Alle lof dus voor het Holland Festival. De aanleiding voor Jelineks stuk is een massamoord in het Oostenrijk-Hongaarse grensplaatsje Rechnitz, gepleegd vlak voor de bevrijding, in maart 1945. Een gravin had een gezelschap hoge nazi’s uitgenodigd voor een afscheidsmaal (iedereen, de gravin incluis, vluchtte daarna met Vaticaans geld naar Latijns-Amerika), na het dessert werden er geweren uitgedeeld, waarna een klopjacht volgde op tweehonderd Hongaarse joden uit een nabij gelegen kamp. Bij aanvang van Rechnitz (de neventitel is een verwijzing naar een Bunuel-film) arriveren vijf van de gasten met een kamerbrede party-smile in een gelambriseerde ruimte waarvan de vloer angstaanjagend kraakt. Zij lijken de brengers van het bodeverhaal uit de antieke tragedie. Maar ze zijn de wolven van het Grote Doden. En ze dragen het lamsvel van de taal die de daders ondertussen keurig hebben geleerd, de Vergangenheitsbewältigung, het politiek correcte klaarkomen met een belast verleden. ‘De Duitsers, ach ja, de Duitsers, zij benaderen nu de anderen, maar: ze kwellen de anderen niet meer. Ze hebben uit de geschiedenis geleerd. En ze hebben graag uit de geschiedenis geleerd. Want ze wilden zich gelukkig voelen. Wie wil dat niet? Als wij geweten hadden wat we vandaag weten! We zouden het niet hebben geloofd! We moeten het door schade en schande leren!’
Een vrieswind van koud angstzweet verderop is de toon anders: 'Heerszuchtig, ja, zijn we! Eerst sterven, dan praten! En waarom steeds graven?’ De wolf bijt zich door het lamsvel: 'We moeten ons niet meer verstoppen.’ Het smoelwerk dat ze erbij trekken, als ze hun eitje pellen, hun koffie drinken, hun geweren verzamelen en in hun ondergoed een braadhaantje door hun beschaafde kaken sjorren, spreekt boekdelen vol ingestudeerde quasi-wijsheden uit het rijke repertoire van de opgekalefaterde geschiedenisvervalsing, de Vergangenheitsvergewaltigung kortom. Deze bodeverhalenvertellers kan men beter niet vertrouwen of geloven. Tegen het eind van de twee uur durende, adembenemende, keelsnoerende, hersenknersende voorstelling is van hen nog slechts het omhulsel van vijf Agatha Christie-dienstboden over, die overigens rustig doorgaan de geschiedenis te verbouwen en te verspijkeren waar je bij zit. 'Nimm doch das Lächeln aus dem Mund, du Hund!’

Rechnitz der Würgeengel is woensdag 9 en donderdag 10 juni te zien in de Stadsschouwburg Amsterdam. www.hollandfestival.nl