Recht en slecht

Als een programma In naam van de Japanse keizer heet - dan weet je zonder één beeld dat het om een aanklacht gaat. Wekt het dezelfde verwachting wanneer NCRV’s nieuwste en grootste serie, spelend in Atjeh rond de eeuwwisseling, In naam der koningin heet?

Ja en nee. De titel is een statement. Het gaat niet om iets als de invoering van de ‘ethische politiek’ maar om puur kolonialisme en daarvan zelfs de militaire variant. We vergeten al te graag dat 'we’ tussen Napoleon en Hitler wel degelijk geknokt hebben en dat de rechtvaardiging daarvan heel wat dubieuzer was dan in genoemde gevallen. Oftewel, in naam der koningin gebeurden zaken die we een eeuw later betreuren.
Maar toch… wie trilde bij aflevering 1 voor de buis, geconfronteerd met een verzwegen verleden? Een aantal mechanismen voorkomt dat: (a) het is 'maar’ drama en geen documentaire;(b) het is (te) lang geleden - het Van Heutszmonument heeft het ooit, in politiek bewuster jaren, even voor z'n kiezen gehad, maar het staat er nog; net als het beeld van Coen in Hoorn; alles van voor Wereldbrand Twee lijkt minder mee te tellen;© het zelfbeeld verzet zich tegen de gedachte dat 'wij’ verantwoordelijk zouden zijn voor zaken die op één rij gesteld kunnen worden met dat wat 'ons’ is aangedaan.
Leedvergelijking is altijd pijnlijk: de nazaten van wie in deze Atjehse expeditie optraden, vonden nauwelijks erkenning van hun lijden onder Japan bij degenen die een Duitse bezetting hadden meegemaakt; terwijl zij zelf de ontelbare Indonesische slachtoffers van die Japanners leken te vergeten. In de NRC geeft Raymond van den Boogaard nog een verklaring. Hoewel de serie het kolonialisme wel degelijk in zijn negatieve aspecten toont, heeft ze 'geenszins een verontwaardigd of aanklagend karakter. De historische context dient voornamelijk als excuus voor het beleven van spannende avonturen.’ Daar zit iets in. Al bevat de serie meer overwegingen betreffende 'recht en slecht’ dan hij suggereert. In een debat, georganiseerd door De Balie en het Stimuleringsfonds, werd even gesteggeld over de authenticiteit: elke koloniale uniformknoop bleek verantwoord maar een datum klopte niet. Mij frappeert veel meer dat de serie weinig authentiek is als afspiegeling van een tijdgeest. Terecht zei critica Maartje Somers dat de serie vooral gezien moet worden als een document betreffende de houding tegenover kolonialisme in 1996. Inderdaad hebben de krachten van 'het goed’ heel wat meer twijfels over de verhouding tot Atjeh dan de botteriken. Dat is enerzijds een bewuste keus. Anderzijds is het een gevolg van het 'historisch tekort’: verleden is wellicht uiterlijk te reconstrueren, de adem erachter is onvermijdelijk een mengsel van de toenmalige en van die van de historicus in zijn eigen tijd.
Resteert de wellicht belangrijkste verklaring voor het ontbreken van een schokeffect, gelegen in het drama zelf. In de woorden van debat-inleider Pieter Verhoeff: 'Zeer goed gemaakt, maar niet opwindend. Waarom was ik niet geraakt, heb ik niet gehuild, ben ik niet boos geworden’? Ik zeg het hem na.