Recht op flexibiliteit

Er was eens een tijd dat kantoorklerken om negen uur ’s ochtends aan het werk gingen, om half één de broodtrommel openden en om vijf uur naar moeder de vrouw terugkeerden. ‘Het oude prikklok-idee’, in de woorden van CDA-Kamerlid Eddy van Hijum. Samen met GroenLinks-collega Ineke van Gent wil hij afrekenen met die negen-tot-vijf-mentaliteit. Hadden werknemers al een 'recht’ op parttime werken, die succesvolle maatregel willen de twee uitbreiden tot een Wet Flexibel Werken. Deze moet het mensen makkelijker maken om thuis en op afwijkende tijden te werken. Het afgelopen week gelanceerde wetsvoorstel zou werkgevers verplichten met goede argumenten te komen om een verzoek daartoe af te wijzen.
De voordelen zijn legio: minder files, ouders kunnen makkelijker carrière en gezin combineren, meer vrouwen langer aan het werk en een hogere arbeidsproductiviteit. Het wetsvoorstel verdient dan ook alle steun. Met één bescheiden kanttekening: de cultuuromslag waar CDA en GroenLinks over spreken, is al lang gaande. Voor grote delen van werkend Nederland is een baan van negen tot vijf achterhaald. De modernste bedrijven bemoeien zich helemaal niet meer met waar en wanneer hun personeel werkt. Zolang de targets maar worden gehaald. Freelancers en veel ZZP'ers zijn zelfs niet anders gewend.
Behalve veel vrijheid brengt dit ook nieuwe problemen met zich mee. De gestelde targets zijn lang niet altijd realistisch. Bovendien vervaagt het onderscheid tussen arbeid en vrije tijd. Wat geldt voor flexibele beroepsgroepen als programmeurs, academici en journalisten nog als werk, en wat niet? Op vrije dagen e-mails en werktelefoontjes afhandelen geldt inmiddels als vanzelfsprekend. Maar hoe zit het met boeken lezen voor een artikel? En als een academicus een avondlang met collega’s over zijn onderzoek discussieert boven een biertje, is hij dan niet aan het werk?
De Italiaanse filosoof Paolo Virno stelt daarom dat in onze economie het verschil tussen werk en vrije tijd al lang verdwenen is. Virno ziet slechts onderscheid tussen een betaalde 'arbeidstijd’, zoals die terugkomt op het loonstrookje, en een veel omvangrijkere, onbetaalde 'productietijd’, waarin we nieuwe kennis vergaren, discussiëren en nadenken over werkproblemen. Dit nieuwe werken is vaak afwisselend en interessant. Maar soms speelt het ontbreken van echte vrije tijd op. Niet voor niets zijn de laatste jaren stressklachten en burn-out explosief toegenomen.
Het door CDA en GroenLinks voorgestelde recht op flexibiliteit helpt daar niet tegen. Sterker, het zal de onbetaalde productietijd verder doen uitdijen. CDA'er Van Hijum zei het al in de Volkskrant: 'Het blijkt dat werknemers die meer zeggenschap over hun werktijden en werkplek hebben, meer geneigd zijn tot overwerk.’ Dat is geen reden om tegen een Wet Flexibel Werken te zijn. Maar om te voorkomen dat de politiek slechts de oorlogen van gisteren uitvecht, zijn dringend nieuwe strategieën nodig om paal en perk te stellen aan de dictatuur van de targets en het verdwijnen van de vrije tijd.