Recht voor allen ‘vrijheid krijg je niet, vrijheid neem je’

Wat ligt er in deze tijden, nu het wantrouwen jegens overheid en politiek groter lijkt dan ooit, meer voor de hand dan een heropleving van het aloude anarchisme? Een samenleving van gelijkwaardige, solidaire mensen, met zeggenschap over hun eigen leven - dat is wat de anarchisten sedert Michail Bakoenin altijd voor ogen heeft gestaan. Maar wie kent ze eigenlijk nog: Ferdinand Domela Nieuwenhuis, Arthur Lehning en Anton Constandse, de voortrekkers van het Nederlandse anarchisme? In deze Groene een speurtocht naar de nog levende resten van hun gedachtengoed. Plus een profiel van Vera Zasoelitsj, de vrouw die in de vorige eeuw het schot loste dat de gewelddadige fase van het Russische anarchisme inluidde. En een essay van John Jansen van Galen: ‘Wie zou geen anarchist willen wezen? Ik wel!’

Het zouden citaten uit een anarchistische brochure kunnen zijn. ‘Niet de regels die de overheid stelt, maar de activiteiten en de vindingrijkheid van de burgers bepalen de veerkracht van de samenleving.’ En: 'Meer dan voorheen moet het beheer van de maatschappij en het initiatief tot verandering in handen van de burgers komen.’ Het eerste is afkomstig uit het CDA-verkiezingsprogramma, het tweede van GroenLinks. Bij de PvdA vormt 'burgerschap’ de rode draad van het programma.
Heeft de Nederlandse politiek massaal het anarchisme ontdekt? Het ware niet meer dan logisch geweest. Want door wie kun je je, in deze tijd van individualisering en desintegratie, beter laten adviseren dan door de anarchisten, die al meer dan een eeuw ervaring hebben met het paren van individualiteit aan solidariteit? En wisten de anarchisten niet al lang, lang voor de val van het oostblok, dat een rechtvaardige samenleving nooit samen kan gaan met een allesoverheersende staat - en dat de val van die staten dus niets zegt over de mogelijkheid van een rechtvaardige, ja zelfs socialistische samenleving? Na de val van de Muur hadden we een run op de anarchistische geschriften kunnen verwachten, een bloei van de libertaire studiegroepen, een feest van vrij-socialistische actiegroepen. Als er dan toch moet worden nagedacht over een hervorming van de overheid, waarom dan niet te rade gegaan bij de libertairen in plaats van het gelijk van rechts te verkondigen?
Maar nee. Al het geroep over decentralisatie, burgerschap, terugtredende overheden en het dichten van de kloof tussen burger en politiek komt zelfs niet in de buurt van het anarchisme, weet de redactie van het onlangs heropgerichte kwartaaltijdschrift De Vrije Socialist. Het gaat immers slechts om besluitvormingstrucjes, en niet om een samenleving van gelijkwaardige, solidaire mensen met zeggenschap over hun eigen leven, zoals de anarchisten nastreven.
Die is verder weg dan ooit, zo betogen drie redactieleden terwijl zij de laatste hand leggen aan het tweede nummer. 'Kijk naar de almacht van de grote economische krachten, naar het verschrikkelijke klimaat rond buitenlanders, naar het mangelen van uitkeringsgerechtigden, kijk naar de uitbreiding van de repressie - zogenaamd ter bestrijding van de criminaliteit - naar de toenemende inkomensverschillen, naar het door de strot duwen van de Betuwelijn.’ Bovendien: 'Vrijheid krijg je niet aangeboden, vrijheid neem je.’
Kon je tussen pakweg 1968 en 1983 in Nederland spreken van een oplevend anarchisme, een drang van mensen om het leven in eigen hand te nemen, nu is er vooral een overheid die amechtig probeert de burger te bereiken. Niet met de bedoeling werkelijk macht over te dragen, maar in de hoop dat de burger de politiek weer legitimeert en misschien zelfs met oplossingen voor de door de politiek niet op te lossen problemen op de proppen komt. En bovenal omdat de kosten die de burger individueel maakt, niet gerekend hoeven te worden tot de collectieve lastendruk. Voor zover de overheid zich uberhaupt terugtrekt is dit zeer partieel. De staat is immers aanweziger dan ooit bij de bestrijding van de criminaliteit, bij het vreemdelingenbeleid en het uitzetten van infrastructuur, om maar wat te noemen.
Verschrikkelijk, vind de huidige redactie het, dat De Vrije, in 1898 opgericht door Domela Nieuwenhuis, zich een paar jaar geleden verlaagde tot een populistische sandwichformule met bijvoorbeeld blind dates als cover-onderwerp. Gelukkig is die Vrije al lang niet meer verschenen en kon een geheel nieuwe redactie de ware anarchistische lijn weer oppakken. 'Wat gebeurt er nu om ons heen en wat doe je er aan vanuit anarchistisch perspectief’, daar gaat het de nieuwe redactie om. Ze wil niet, zoals anarchisten zo graag doen, alleen het heroische verleden herkauwen. Tachtig abonnees heeft het herrezen blad vooralsnog. Zou het niet nuttiger zijn de energie te steken in deelname aan het publieke debat, stukken te schrijven voor opiniepagina’s? Onmogelijk, weten de drie. 'Het huidige discussieklimaat is totalitair. Neem het migratiedebat. Het is volstrekt onmogelijk om een echt afwijkende visie op de migratie te ventileren, je komt er gewoon niet tussen.’
Gaat de redactie van De Vrije stemmen? Dick Gevers en Floris de Graad niet, Ton Geurtsen waarschijnlijk wel, 'maar op een partij die niet uit is op staatsmacht, de nieuwe PSP’. Dat valt de twee anderen behoorlijk van hem tegen. Maar hoe fanatiek de twee vervolgens ook op Ton inpraten ('Je legitimeert het zooitje dat daar zit’), anarchisme en niet-stemmen liggen minder in elkaars verlengde dan ooit. Al was het maar omdat het primaat van de partijpolitiek behoorlijk is uitgehold.
Rudolf de Jong, opgegroeid in een anarchistisch nest en redacteur van De As, 'vaktijdschrift voor anarchisten’: 'Na de oorlog kon je met recht zeggen dat je door te stemmen je stem weggaf. Het was immers volstrekt verboden je te verzetten tegen beslissingen van het parlement of zelfs maar het parlement te beinvloeden. Iedere actiegroep heette bij voorbaat antidemocratisch. PvdA'ers durfden zich niet te verzetten tegen de politionele acties, want ze hadden Drees nu eenmaal hun steun gegeven. Maar tegenwoordig leert mijn dochter op haar beroepsopleiding dat er vijf machten zijn: naast de oorspronkelijke drie heb je als vierde macht de ambtenaren en als vijfde de actie- en belangengroepen. De politieke macht van mensen zelf is erkend.’ Niet- stemmen is bovendien niet langer het domein van de anarchisten, nu een nieuwe generatie 'staatverlaters’ is aangetreden. En hoewel deze niet-stemmers hun afkeer van de partijpolitiek gemeen hebben met de anarchisten, gaat het De Jong te ver om hen als postmoderne anarchisten te beschouwen. Daarvoor zijn anarchisten voor hem te zeer synoniem met politieke dieren.
Toch waren anarchisten ook in vroeger tijden minder rigide in het niet-stemmen dan vaak wordt gedacht. In Spanje kwam in 1936 het Volks front aan de macht doordat de anarchisten juist massaal ter stembus gingen, en in 1938 riep Anton Constandse op om wel te gaan stemmen, opdat de NSB minder kans kreeg. Al waren er toen ook anarchisten die geen noemenswaardig verschil zagen tussen het Duitse en het Nederlandse kapitaal. En ook over de staat - tegenwoordig overheid geheten - denkt de gemiddelde anarchist genuanceerder dan een eeuw geleden. Nu de staat (ook) verzorgingsstaat is, het leger (ook) voedseltransporten begeleidt, de politie (ook) het verkeer regelt en de kerk (ook) schuilplaats is voor de laatste progressieve Nederlanders, kunnen anarchisten niet meer volstaan met een totale beschimping van kerk, staat, kapitaal en kazerne.
Daarmee is het anarchisme er des te interessanter op geworden, vindt De Jong. Men is gedwongen zich meer dan voorheen tot concrete problemen te verhouden. En dat, geeft hij toe, kost anarchisten moeite. Een anarchistisch standpunt over, pak hem beet, de sociale zekerheid is niet een-twee- drie geformuleerd. En hoe denken anarchisten bijvoorbeeld te beslissen over de locatie voor een vuilverbrandingsinstallatie? Uiteindelijk is het Hans Ramaer, schrijver van de in 1977 verschenen anthologie over het anarchisme in Nederland, De piramide der tirannie, die met een oplossing komt. Hij pleit voor een forse compensatie van de gedupeerden, te betalen door diegenen die wel baat en geen schade hebben bij een voorziening. Een mooie nieuwe wijk bij Tiel bij voorbeeld, ter compensatie van de Betuwelijn. Eigenlijk de vrije markt in optima forma, maar met individuen als lovers en bieders. Komt er te weinig compensatie op tafel, dan is de voorziening de bevolking blijkbaar weinig waard en moet die er dus niet ko men.
Hoewel anarchisten vooral bekend staan als 'anti-staat’-fanatici, is het omvormen van de economie zeker zo belangrijk. En terwijl de staat zichzelf inmiddels op sommige ter reinen afschaft, is de economische structuur onwrikbaarder dan ooit. Anarchisten staan bovendien meer dan ooit alleen in hun kritiek. De Jong: 'Meer zeggenschap hebben in het werk dat je doet, produktie die niet is gericht op winst maar op behoef te, een grotere gelijkheid, wie heeft het daar nog over?’
Totdat hij onlangs met de Vut ging, was De Jong verantwoordelijk voor de afdeling anarchisme bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam. Hij is een geduldig man. 'Het anarchisme is zo oud als de wereld, of zo oud als de autoriteit. In de geschriften van de oude Grieken of Chinezen kom je al sterk anarchistische tendensen tegen. Oorspronkelijk was het anarchisme een geleidelijk streven naar structuren zonder dominantie. In tijden van revoluties, zoals in de vorige eeuw, werd ook het anarchisme revolutionair, maar dat is zeker niet inherent aan het anarchisme. Je kunt misschien zeggen dat we nu weer te rug zijn bij die oorspronkelijke geleidelijkheid.
Er is nu ook het inzicht dat je de samen leving nooit blijvend kunt veranderen. Er zijn nu eenmaal altijd tegengestelde belangen, er bestaat niet een heilstaat voor ieder een. Iedere generatie zal er zelf weer voor moeten vechten. Een kind wordt niet vrij geboren, zoals anarchisten vroeger wel zei den, een kind wordt volstrekt afhankelijk geboren en kan die vrijheid dus hoogstens bevechten. In die zin is het anarchisme een samenleving van volwassen mensen.’
Maar is de geschiedenis van ex-Joegoslavie niet bij uitstek het bewijs dat een machtsvacuum ontaardt in chaos, dat een staat bittere noodzaak is?
De Jong: 'Ex-Joegoslavie heeft niets met staatloosheid te maken; de oude staat is in zes nieuwe staten uiteengevallen. Het vormt wel het bewijs dat je een staat alleen maar kwijtraakt als je met heel duidelijke andere structuren komt. Bijvoorbeeld dat in ex-Joegloslavie gemeenten zelf mogen beslissen wat de officiele taal is. Ik denk ook dat het veel had geholpen als er vanuit de Verenigde Naties niet met georganiseerde geweldsgroepen maar met gemeenten of groepen burgers was gepraat. Waarom hebben ze bijvoorbeeld niet tegen gemeenten gezegd: wij willen jullie beschermen op voorwaarde dat jullie een multi-etnische samenleving handhaven?’
Meer dan zijn collega’s van De Vrije Soci alist gelooft De Jong dat anarchistische besluitvormingsmethoden langzaam postvatten in de samenleving. 'Niet doordat men sen zich door het anarchisme laten inspireren, maar doordat ze voor problemen komen te staan die op een andere manier niet zijn op te lossen. Er is bijvoorbeeld een stroming in het bedrijfsleven, waar mensen geen besluiten uitvoeren als ze er niet zelf achter staan. Zo is het hele anarchisme ontstaan. Kropotkin was het gevolg van een beweging, niet het begin. Heel anders dan het marxisme, dat vanouds veel theoretischer is.’
Anderhalf jaar geleden ver scheen het boek Gebroken wit: Politiek van de kleine verhalen. Een jonge generatie anarchisten tracht hierin het anarchisme opnieuw te definieren. Aangestoken door het postmodernisme pleit men voor de onenigheid, voor het accepteren van verschillende werkelijkheden, voor een politiek van 'kleine verhalen, die vorm krijgen in de praktijken, culturen en verbanden waarin mensen leven, werken, wonen of op andere manieren met elkaar in contact staan’. Het is in de eerste plaats een kritiek op het huidige politiek klimaat, waarin alles gericht is op beheersing en inkadering. Maar het valt ook te lezen als een afscheid van het anarchisme als alomvattend ideaal Iedereen het voor zichzelf uitzoeken, mits in enig sociaal verband.
In het Eerste jaarboek anarchisme pleit Freek Kallenberg in dezelfde trant voor 'het terugdringen van zowel de kapitalistische markt als de moderne verzorgingsstaat, niet door de staat te veroveren of te hervormen, maar door het creeren van een veelheid aan netwerken op allerlei gebieden, buiten, door, onder, boven en om de kapitalistische markt en de staat heen. Het gaat hier niet om een totaalstrategie, maar om een veelheid aan initiatieven op alle mogelijke gebieden. Initiatieven die overigens al plaats vinden: van buren die op elkaars kinderen passen tot wereldwijde computernetwerken waarin men informatie uitwisselt.’
Jos de Beus, filosoof, econoom en schrijver van het PvdA-verkiezingsprogramma: 'Er heeft zich een vorm van anarchisme meester gemaakt van het politieke debat, voortkomend uit de desperate stemming ter linker zijde. Het is geen anarchisme uit overtuiging, maar uit onvermogen. Het idee dat we er als overheid, als politiek, niet meer uitkomen en het dus maar moeten loslaten.’
Ook de Europese eenwording draagt aan die stemming bij. Voor zover het burgerschapsidee van de PvdA ook op die manier kan worden gelezen, moeten die zinnen alsnog uit het programma worden geschrapt, vindt hij. 'Overigens: Nederland heeft, in tegenstelling tot wat vaak wordt geroepen, nooit een sterke staat gekend. Wij zijn het land van de corporatieve vrijheden, van de staat die vooral voorwaarden schept, van wetten die op grote schaal niet worden nageleefd, met een hoeveelheid ambtenaren die veel kleiner is dan in bij voorbeeld Scandinavie. Wat dat betreft zijn we al behoorlijk anarchistisch. En ik zie niet hoe het milieuprobleem en armoede opgelost moeten worden in het anarchisme.’
Anarchisten brengen daar tegenin dat die problemen in het huidige stelsel zeker niet worden opgelost, omdat de politiek geen enkele weerstand weet te bieden tegen de globalisering van de economie. Pas als je mensen weer echt zelf laat beslissen, zullen ze zeggen: die produktie moet anders, we doen niet mee aan die ratrace.
De Beus: 'Dat zou kunnen. Het zou kunnen dat wanneer je de uitbreiding van Schiphol voorlegt in een referendum, de bevolking tegen die uitbreiding is. Het zou geen kwaad kunnen eens opnieuw te formuleren wie wij zijn op het wereldtoneel en misschien heb je daar zo'n directere vorm van democratie voor nodig. Maar dat is wat anders dan je als overheid terugtrekken, want daarmee komt de macht niet te liggen bij de burgers maar juist bij die economische krachten.’