Recht voor bosnie, en voor de hele wereld

In Bosnie is VN-afgezant Akashi er niet in geslaagd het bestand verlengd te krijgen dat de Amerikaanse oud-president en professionele vredestichter Carter in december voor de winter had weten af te sluiten. De Bosnische Serviers zeggen alleen bereid te zijn tot een bestand voor onbepaalde tijd, in de hoop daarmee ook voor onbepaalde tijd hun veroveringen in Bosnie te kunnen vasthouden. De door Moslims gedomineerde Bosnische regering wil dat de Serviers eerst akkoord gaan met het vredesplan van de Internationale Contactgroep, waarbij de Moslims althans een deel van het door de Serviers veroverde gebied zouden terugkrijgen.

Intussen voelen de Moslims zich, bewapend door Iran, steeds beter uitgerust om de oorlog weer aan te gaan. De Kroaten leek het, op hun beurt, een goed moment om weer in de slag te gaan met hun eigen Serviers in de Krajina. Formeel gaat het hun daarbij alleen om de controle over de onlangs heropende snelweg van Zagreb naar Belgrado, maar het tijdstip van de Kroatische aanval - enkele uren voor het aflopen van het bestand voor Bosnie - kan onmogelijk toevallig zijn. Blijkbaar is ook de Kroatische regering van mening dat zij er iets bij te winnen heeft als het bestand niet wordt verlengd.
De oorlog, of in het beste geval de halfhartige geen-vrede-geen-oorlog- situatie verandert daardoor enigszins van karakter. Niet langer zijn de Bosniers louter de onschuldige slachtoffers van het Servische geweld. Ze hebben wel degelijk groot belang bij voortzetting van de strijd, willen ze uiteindelijk een enigszins leefbaar landje overhouden. De Kroaten willen natuurlijk het liefste geen enkele Servische overheersing van Kroatisch gebied. Vandaar dat zij de aanwezigheid van VN- troepen alleen maar lastig vinden en het hun wel goed uitkwam dat VN-soldaten tijdens de Kroatische aanval gijzelaars werden van de Kroatische Serviers.
Intussen is in Den Haag het in mei 1993 door de Veiligheidsraad ingestelde VN- tribunaal voor oorlogsmisdaden in ex- Joegoslavie z'n werk serieus begonnen. Er is nu zelfs een echte verdachte: de door Duitsland uitgeleverde Dusan Tadic, een van de beulen van het kamp Omarska, waarvan de Britse televisiebeelden de wereld zo schokten omdat ze al te zeer herinnerden aan de Duitse concentratiekampen in de Tweede Wereldoorlog. Tadic wordt door een van z'n slachtoffers beschreven als een vriendelijke man, die jongens in vechtsporten trainde en alleen als hij dronken was wel eens wat ruw uit kon vallen. Niemand had van hem verwacht dat hij zich in geen tijd tot zo'n afschuwelijke kampbeul zou ontwikkelen. Daarom is het ook goed dat het tribunaal niet bij de wandaden van individuele verdachten blijft staan, maar ook het onderzoek heeft geopend naar degenen die politiek en militair daarvoor verantwoordelijk zijn, zoals de Bosnisch- Servische leider Radovan Karadzic en diens generaal Ratko Mladic. De Servische president Milosevic ontspringt voorlopig blijkbaar de dans, ondanks opzettelijk uitgelekte, geheimzinnige documenten die hem in diskrediet brengen, maar die naar men beweert ook heel goed vervalst zouden kunnen zijn.
Of zou het daarbij ook van belang zijn dat wie vrede zoekt in Bosnie, de - althans passieve - steun van de Servische leider hard nodig heeft? Aanklager Richard Goldstone ontkent dat bij hem politieke motieven meespelen, en de beschuldiging tegen Karadzic en Mladic kan men zeker moedig noemen. Want het hele bestaan van het tribunaal kan ermee op het spel komen te staan. Voorlopig moet dezelfde VN die het tribunaal heeft ingesteld immers met hen onderhandelen om zelfs maar tot een bestand te kunnen komen. Misschien is het voor hen geen factor van betekenis, maar de kans als oorlogsmisdadiger veroordeeld te worden zal de heren in geen geval happiger maken om akkoorden te sluiten, of kan er andersom toe leiden dat ze straffeloosheid voor zichzelf als voorwaarde stellen bij de onderhandelingen.
Vanuit dat gezichtspunt is de instelling van VN-tribunaal een prachtig experiment in mondiale gerechtigheid, maar komt het misschien te vroeg om werkelijk recht te kunnen doen. Zoals tezelfdertijd voor Ruanda de VN te laat lijkt te komen om met een internationaal tribunaal de schuldigen aan het bloedbad van vorig jaar te straffen en daardoor een basis voor verzoening te scheppen, die de bloedige wraakacties die nu plaatsvinden overbodig zouden kunnen maken. Er is wel een internationaal tribunaal ingesteld, maar het werkt nog niet. Intussen zitten tienduizenden Hutu’s in afschuwelijke gevangenissen, worden vluchtelingenkampen met geweld ontruimd, en lopen Hutu’s kans bij terugkeer vermoord te worden. Misschien is het ook een wat al te fraaie gedachte om te hopen dat een internationaal tribunaal hier iets tegen zou kunnen doen.
Toch is er geen reden cynisch te doen over pogingen tot rechtspreken in Verenigde Naties-verband als wat er nu gebeurt tegelijk te vroeg en te laat lijkt te komen. De conclusie kan alleen maar zijn dat er behoefte is aan een permanent tribunaal dat zich met oorlogsmisdaden, volkerenmoord en grootscheepse schendingen van de mensenrechten bezig houdt. Een fusie van het Ruanda-tribunaal en het Joegoslavie-tribunaal zou daarvoor de kern kunnen zijn. Als een dergelijk tribunaal zijn onafhankelijkheid kan bewijzen, zou er dan misschien enige afschrikwekkende werking van kunnen uitgaan? Elke oorlog vindt toch ooit een einde, en ook de leiders onder wier veranwoordelijkheid gruweldaden worden begaan, zullen toch eens beseffen dat ze in een toekomst verder moeten leven.
Dwars door alle ellende van de laatste vijf jaar heen worden nieuwe vormen uitgeprobeerd om daar in internationaal verband iets tegen te doen. Het oorlogstribunaal is daar - na het overwinnaarsrecht van Neurenberg - een belangrijke stap in. Tot nu toe lijkt het Joegoslavie- tribunaal zich van zijn verantwoordelijkheid bewust, ook als het zegt niet eenzijdig anti-Servisch te willen zijn. Aanklager Richard Goldstone heeft verklaard dat hij ook bereid is oorlogsmisdaden van Kroaten en Moslims te vervolgen. Laten we hopen dat dat in de komende maanden geen dringende noodzaak wordt.