Rechten en plichten in evenwicht

Frankrijk kent sinds 1989 een bijstandswet. Niet zo'n vangnet als wij hebben, nee, eentje die aangepast is aan de eisen des tijds. Een trampoline dus. De uitkering heet dan ook: reintegratieminimum. Aha, denk je dan: voor wat hoort wat. Geen wonder, in ons land is in rap tempo een nieuwe orthodoxie aan het ontstaan die vindt dat men voor een uitkering een tegenprestatie moet leveren.

In Frankrijk doen ze dat anders. Uitkering en reintegratie zijn wel aan elkaar gekoppeld, maar niet direct van elkaar afhankelijk. Er is een uitkeringsrecht en een reintegratiecontract. Wie een uitkering aanvraagt, verklaart ook bereid te zijn een contract aan te gaan dat verplicht tot medewerking aan ‘voor zijn/haar maatschappelijke of arbeidsintegratie noodzakelijke plannen en activiteiten die in overleg met hem/haar zijn vastgesteld’. Een bepaling dat het toekennen van een uitkering zou worden gekoppeld aan een toets door de Commission Locale d'Insertion, werd geschrapt. Het recht op uitkering gaat dus vooraf aan dat op integratie.
Het zijn ook twee verschillende begrippen: men kan voldoende inkomen hebben om geen uitkering te krijgen en tegelijk recht blijven hebben op deelname aan een reintegratiecontract. Die contracten richten zich bovendien niet uitsluitend op arbeidsparticipatie, maar breder op maatschappelijke integratie.
Om het reintegratiedeel van de wet te versterken, stelt een nationale evaluatiecommissie voor de uitkeringen te verhogen. U leest het goed. Dit om te vermijden dat armoede zichzelf gaat reproduceren. Verder moet het samengaan van de uitkering met een beperkt inkomen uit werk worden bevorderd. Dit ter extra motivatie van de uitkeringsgerechtigden. Want, zo redeneert de evaluatiecommissie: 'We stellen vast dat voor alleenstaanden het verschil tussen uitkering en minimumloon groot genoeg blijft, terwijl samenwonenden, voor wie dat verschil het kleinst is, zich duidelijk het meest gemotiveerd tonen om uit de bijstand te komen.’ Dat is andere koek. De overheid doet een stap terug. Niet door het aanbod te beperken maar door materieel de individuele keuzevrijheid bij de gebruikmaking ervan te vergroten.
Te onzent is per 1 oktober de bijverdienregeling in de bijstand vervangen door een beloning voor het krijgen van een baan of volgen van scholing. Diezelfde fixatie op betaald werk komt tevoorschijn bij de discussie over het inburgeringscontract voor allochtonen dat Van der Zwan en Entzinger hebben voorgesteld. Dit aanbod, dat nieuwkomers gedurende drie jaar sociale begeleiding en arbeidsinpassing biedt, gaat vergezeld van voorstellen om de betrokkenen vijftig procent van de uitkering te geven en hen voor 75 procent van het minimumloon te laten werken. Hier doet de staat twee stappen naar voren: zij beperkt de definitie van reintegratie tot het hebben van betaald werk en beperkt vervolgens materieel de mogelijkheden voor een eigenzinniger invulling.
In tegenstelling tot die sterke koppeling van recht op uitkering en recht op reintegratie ziet de Franse wetgever de verplichting mee te werken aan reintegratie niet als tegenprestatie voor de uitkering - daar heeft iedereen recht op - maar als tegenprestatie voor de inspanning van de staat in de vorm van een concreet reintegratieaanbod. Op die manier ontstaat een zuiverder verhouding tussen rechten en plichten, die vooralsnog in de Nederlandse discussie niet terug te vinden is.