Rechters gevraagd

DAT HET NEDERLANDSE rechtssysteem onder druk staat door een tekort aan rechters, is niet nieuw. Megaprocessen tegen drugsbaronnen, complexe dossiers en het vanwege het Europese recht verplicht horen van verdachten ter zitting - het trekt een zware wissel op de beschikbare tijd van de zittende magistratuur. Het duurde niettemin jaren voor het probleem op de politieke agenda verscheen. Volgens mr. J.C. van Dijk, voorzitter van de selectiecommissie voor de rechtersopleiding en president van de rechtbank te Alkmaar, hangt dat samen met de monopoliepositie van de rechterlijke macht. ‘Onze mensen werken en blijven werken en wij staken niet. Dat is niet de cultuur. Dat doe je niet. En wij zijn monopolist. Als iemand drie maanden op zijn vonnis moet wachten, kan hij niet zeggen: ik ga wel naar een ander. Mensen accepteren het omdat ze wel moeten.’

Pas in november vorig jaar sloeg de schrik de Haagse politici om het hart na berichten in de pers dat het Openbaar Ministerie rond de tienduizend strafzaken niet langer zou behandelen. Door het gebrek aan justitieel personeel en zittingscapaciteit was dat volgens het OM een zinloze onderneming geworden. Het ging voornamelijk om lichte overtredingen die geseponeerd werden, maar er waren ook enkele zware misdrijven bij die in hoger beroep ‘kapot’ gingen omdat ze niet op tijd op de rol konden worden geplaatst. De Tweede Kamer was 'onthutst’ over de achterstanden en meende dat 'zoiets funest voor het vertrouwen van de burger in Justitie’ kon zijn, zo meldde dagblad Trouw op 5 november jl. Een vermoeden dat inmiddels bewaarheid lijkt, getuige de uitkomst van het veelbesproken opinieonderzoek in opdracht van hetzelfde dagblad, waarbij de ondervraagden onlangs massaal te kennen gaven het vertrouwen in justitie kwijt te zijn. OPEENS REGENDE het oplossingen uit Den Haag. Gepensioneerde rechters en officieren van justitie zouden moeten bijspringen. Rechter-commissarissen, die leiding geven aan het vooronderzoek, zouden rechtszittingen moeten gaan leiden. Geknutsel met dienstroosters zou zittingen in de avonduren mogelijk moeten maken. Er zouden, ondanks de bezwaren die daar onder het vorige kabinet nog tegen te berde werden gebracht, meer rechter-plaatsvervangers moeten optreden - maar het aantal advocaten dat zo nu en dan als vervanger optrad, was nu juist teruggebracht vanwege het risico van belangenverstrengeling. Nadat hij in november door D66-fractievoorzitter De Graaf nog voor 'Oblomov’ was uitgemaakt, mengde minister Korthals zich begin deze maand in de discussie met het voorstel om raio’s (rechterlijk ambtenaren in opleiding) versneld aan het werk te laten gaan door de laatste fase van de opleiding, de buitenstage, in te korten. Een plan dat binnen twee dagen afgeschoten werd door deskundigen van de fracties van CDA en D66 (Dittrich: 'Weer een luchtballon’) en door de eigen achterban van de minister, de VVD-fractie. De voorstellen van de afgelopen weken hebben één ding met elkaar gemeen: het zijn stuk voor stuk doekjes voor het bloeden en geen structurele oplossing voor een probleem dat allesbehalve nieuw is. Waarom wringt de politiek zich in zo veel bochten om een oplossing te vinden, terwijl die zo voor de hand ligt? Want wat nodig is, zijn gewoon meer rechters. Goed opgeleide, terzake kundige, extra mensen in plaats van gepensioneerden of mensen die in feite een andere functie bekleden. Maar dat kost geld. En daar ligt het probleem. Al jaren. UIT EEN ONDERZOEK dat het European Institute for Crime Prevention and Control vorig jaar hield naar misdaad en justitie in Europa, blijkt dat de Nederlandse overheid de afgelopen jaren per 100.000 inwoners opvallend minder justitieel personeel in dienst had dan andere Europese landen. Zowel de inzet van politie als die van rechters en officieren van justitie bleef tussen 1990 en 1994 ruim onder het Europese gemiddelde steken. Het is dit tekort dat zich nu schrijnend doet gelden. Hoewel het aantal fulltime rechters sinds 1992 is gestegen van 1211 tot 1509 in 1998, schat Van Dijk dat er de komende vijf jaar nog zeker vierhonderd extra rechters nodig zijn om de problemen structureel op te lossen. Nu is het nog zo dat er elk half jaar, na een strenge selectie van negen maanden, een groepje van 25 uitverkoren juristen begint met de raio-opleiding, die hoofdzakelijk uit stages bestaat. Het eerste deel van het leerprogramma is intern en neemt vier jaar in beslag. De raio’s starten als griffier/ gerechtssecretaris bij de verschillende secties van een arrondissementsrechtbank en treden aansluitend gedurende een jaar op als hulpofficier van justitie bij het parket. Om de nodige maatschappelijke ervaring op te doen volgt daarna de buitenstage, die doorgaans twee jaar duurt. De meeste raio’s werken in die periode als advocaat, maar een stage als bedrijfsjurist bij een multinational behoort ook tot de mogelijkheden. VOLGENS VAN DIJK zou de instroom van nieuwe rechters op termijn enigszins sneller kunnen door een inkorting van de selectieprocedure, die nu nog negen maanden in beslag neemt. Het schrappen van de wachtperioden tussen de verschillende tests zou de selectieduur tot zes weken kunnen terugbrengen. De opleiding zelf verkorten is in de ogen van Van Dijk alleen toelaatbaar wanneer raio’s al over een dosis relevante werkervaring beschikken. Zolang dat niet het geval is, gaat een verkorting van de opleiding ten koste van de kwaliteit. Van Dijk: 'Vijftig wordt nog steeds als jaarlijks instroomgetal gehanteerd. Maar als je bedenkt dat daar steeds meer vrouwen bij zijn en dat statistisch geldt dat vrouwen meer parttime werken, dan weet je dat je met dat absolute aantal over vijf jaar geen vijftig fulltime arbeidskrachten binnenhaalt, maar misschien maar veertig.’ Om over vijf jaar over vierhonderd extra rechters te beschikken, zou een verdubbeling van de instroom voor de raio-opleiding geen overbodige luxe zijn. Maar extra instroom betekent weer een extra belasting voor de huidige rechters. Want dat kost extra begeleidingstijd. Van Dijk: 'Het is behalve een geldkwestie ook een organisatiekwestie. Wij zijn niet gewend vanuit één centraal sturende organisatie op dit terrein te opereren. Het heeft ook te maken met het onafhankelijkheidsdenken van de rechterlijke macht. Vroeger loste elk individueel gerecht zijn eigen problemen op. Dat lukte ook wel, want de achterstanden waren veel incidenteler van aard. Maar met de aantallen waar je nu over praat en de professionaliteit die door de samenleving wordt geëist, moet je dat beter organiseren en structureren.’ Voor een structurele oplossing verwijst Van Dijk naar het rapport van de Adviescommissie Toerusting en Organisatie Zittende Magistratuur, kortweg de commissie-Leemhuis, die zich boog over de wijze waarop de reorganisatie van de rechterlijke macht de komende jaren moet worden aangepakt. In het rapport, dat begin vorig jaar verscheen, bepleit de commissie de oprichting van een Raad voor de Rechtspraak, een overkoepelend orgaan voor de organisatie van de rechterlijke macht, met expliciete taken op het gebied van het personeels- en benoemingsbeleid. Die Raad, waarover al sinds de jaren vijftig (!) een discussie gaande is, zou er per 1 januari 2002 moeten komen. NU ER NOG geen landelijke Raad bestaat, is de rechterlijke organisatie in de woorden van de commissie nog te veel een 'conglomeraat van min of meer autonome eilanden of individuen’. En volgens Van Dijk brengt dat dus organisatorische problemen met zich mee: 'Als president van de rechtbank moet ik een nieuw personeelsbeleid invoeren voor de zittende magistratuur, met alle medewerkers daarbij. Mevrouw, dat is allemaal vreselijk aardig, maar dat kan ik er natuurlijk nooit in m'n vrije tijd naast m'n huidige baan nog een beetje bij doen! Wat daarom nu van de politiek gevraagd wordt, is een extra investering om mensen voor bijvoorbeeld drie jaar vrij te stellen zodat de organisatie en opleiding serieus kan worden aangepakt. Het is van een goedbedoelde naïviteit om te denken dat een president dat een dag in de week en in het weekend even klaarspeelt.’ BORIS DITTRICH, justitiedeskundige voor D66 in de Tweede Kamer, kent het organisatieprobleem. Zelfs als er geld voor extra rechters en ondersteunend personeel beschikbaar is, is het moeilijk om rechters te werven onder juristen met werkervaring. Dittrich: 'Dat heeft onder andere te maken met het betere salaris dat dezelfde mensen in het bedrijfsleven kunnen verdienen.’ Van Dijk signaleert hetzelfde probleem bij jonge academici die potentiële kandidaten zijn voor de raio-opleiding. 'Als je kijkt naar rechtenstudenten die binnenkort afstuderen, daar ligt op het ogenblik de wereld voor open. Ze kunnen alle kanten op. Het is maar de vraag hoe interessant wij als werkgever nog zijn. We moeten in voldoende mate met het bedrijfsleven kunnen concurreren voor wat betreft het salaris en een goede interne scholing. Daartoe zijn we momenteel veel te weinig in staat.’ De commissie-Leemhuis, die advies uitbracht over de reorganisatie van de rechterlijke macht, heeft begin vorig jaar al voorgerekend wat de overheid in de rechterlijke organisatie dient te investeren om die in de toekomst goed te laten functioneren. Behalve een eenmalig bedrag van 170 miljoen zou er jaarlijks nog eens 300 miljoen nodig zijn. Maar het kabinet gaf te kennen over de komende vier jaar slechts een totaalbedrag van 310 miljoen te willen spenderen. Dittrich onderkent dat dat veel te weinig is. 'Er zouden honderden miljoenen bij moeten, maar ja, er moet ook geld naar volksgezondheid en onderwijs’, verzucht hij. In de Contourennota over de modernisering van de rechterlijke organisatie, die onder de titel Rechtspraak in de eenentwintigste eeuw in december door het kabinet werd uitgebracht, was al te lezen dat de rechterlijke organisatie niet uit de voeten kan met de beperkte financiële middelen die voor de jaren 1999-2001 zijn gereserveerd. De nota vermeldt ook de herkomst van het totaalbedrag van 310 miljoen gulden waar de regering zo aan vasthoudt. Die herkomst ligt in het regeerakkoord. Op extra geld hoeft de rechterlijke macht dan ook niet te rekenen, verzekerde de minister onlangs nog na een waarschuwing van de Nederlandse vereniging voor rechtspraak dat er de komende jaren alleen al voor personeel tientallen miljoenen guldens extra nodig zijn. ONDERTUSSEN blijft het tekort. Erger nog: zolang de politiek niet voor een structurele oplossing zorgt, is zij deel van het probleem. Wat op het spel staat, is het vertrouwen van de burger in het functioneren van 'zijn’ rechtssysteem, en zolang de overheid daar niet in wil investeren, raakt dat vertrouwen steeds verder uitgehold. En terecht, zou je zo langzamerhand zeggen, want de achterstand in investering in justitieel personeel die zich de laatste jaren heeft opgestapeld, is niet mis. En de gevolgen laten zich voelen. Reden temeer voor een inhaalslag. Dat bleek ook uit de Trouw-enquête, waarin vier op de tien ondervraagden te kennen gaven meer belasting te willen betalen in ruil voor meer rechters. Maar al heeft iedereen in Den Haag de mond vol van kwaliteitshandhaving, één ding lijkt zeker: geld mag het niet kosten. Zo blijft het risico bestaan dat de discussie straks nog steeds over het beste lapmiddel gaat. De vaste kamercommissie, waar Dittrich deel van uitmaakt, heeft voor 8 februari een hoorzitting gepland waarvoor vertegenwoordigers van de Nederlandse vereniging voor rechtspraak, het Openbaar Ministerie, de advocatuur en presidenten van verschillende rechtbanken zijn uitgenodigd nogmaals hun zegje te doen. Overigens liever niet over geld. Daar heeft de politiek immers al over besloten. 'De bijeenkomst dient om inzicht te krijgen in ernstige knelpunten’, aldus Dittrich. 'Leemhuis is van een zeker abstractieniveau. Dat geldt ook voor de Contourennota van het kabinet. Wij willen concreet weten om hoeveel zaken het gaat die de redelijke termijn van tweeëneenhalf jaar niet meer halen. Ik hoop niet dat men daar enkel komt om mede te delen hoeveel geld er nodig is, maar dat men kan aangegeven wat de problemen zijn.’ Onder druk van de Kamer zegde de minister in november toe met een aanvullend noodplan te komen om het tekort aan strafrechters tijdelijk te lenigen. Tweeëneenhalve maand later zegt Dittrich nog geen notitie te hebben gezien. Navraag bij het ministerie van Justitie leert dat de minister pas in maart met een nota zal komen over de opleiding van rechters in het algemeen. Tot die tijd kan de woordvoerder van Justitie daarover geen inhoudelijke mededelingen doen.