Massa-schadezaken - De Dexia-aandelenlease-affaire

‘Rechters keuren de oplichtpraktijken goed’

De financiële sector heeft de wereld misleid en beschadigd, daarover zijn economen en juristen het eens. Toch komen banken ermee weg, zo laat de afwikkeling van de Dexia-aandelenlease-affaire zien.

Medium dexia 20niet 20tevreden 20geld 20kwijt

Het is even hannesen bij de beveiligingscontrole van het kantongerecht in Leiden. Tassen moeten open, een navigatiesysteem komt weer tot leven – ‘probeer om te keren’ – en klompen moeten uit bij het beveiligingspoortje. ‘Mijn pistool heb ik thuisgelaten’, zegt Fred Jansen (54) voor de gein. Samen met zijn vrouw Simone (57) is hij op deze druilerige maandagochtend in augustus naar de rechtbank gekomen voor aflevering zoveel in een rechtszaak die hun leven nu twaalf jaar beheerst. ‘Het is goed om je gezicht te laten zien. Dan weet de rechter weer dat dit over mensen gaat’, zegt Simone Jansen.

Waarvoor ze in juli 2002 precies tekenden, wisten ze niet. Van beleggen hadden Fred (trucker met alleen basisonderwijs) en Simone (mavo-diploma en werkzaam in de ouderenzorg) bepaald geen kaas gegeten. Maar volgens de hypotheekadviseur die thuis langskwam, was het een goed idee om het AEX Plus Effect af te sluiten, een product van de Frans-Belgische bank Dexia. Daarmee konden ze op termijn de hypotheek aflossen. Een mooi spaarpotje zou het zijn. Dat pakte anders uit: ze stevenden af op een verlies van duizenden euro’s.

De aandelenlease-affaire woekert nog voort. In de grootste Nederlandse massa-schadezaak tot nu toe procederen ruim zestienduizend gedupeerden nog altijd voor een fatsoenlijke schadevergoeding. Begin 2016 komt de Hoge Raad met een nieuwe uitspraak. Deze maand schrijft de advocaat-generaal, de adviseur van de Hoge Raad, zijn advies. Burgers en bedrijven die met woekerpolissen of renteswaps de boot in zijn gegaan kijken mee. De Dexia-uitspraak kan een precedent zijn voor mogelijk nog veel grotere massaclaims.

Toen in 2000 de internetbubbel uit elkaar spatte, zaten volgens de Autoriteit Financiële Markten (afm) vierhonderdduizend huishoudens in aandelenlease. In totaal stonden zevenhonderdduizend contracten uit, ter waarde van 6,5 miljard euro. Zo kon ook de gewone man profiteren van winsten op de aandelenbeurs. Dat was althans het idee van Piet Bloemink, bedenker van het concept aandelenlease. Vol bravoure liet hij in 1994 in het Leidsch Dagblad optekenen: ‘Wij werken volgens het l.a.w.e.t.-principe: laat anderen werken en tobben.’

Maar werken en tobben werd het toch voor honderdduizenden aandelenleasers. Want de beurzen stegen niet, ze kelderden. Aandelenlease werd voor velen een hoofdpijndossier van slapeloze nachten en gigantische verliezen, soms oplopend tot tienduizenden euro’s.

In september 2000 krijgt Wil Couturier bezoek van een financieel adviseur. ‘Doornenbal, die naam vergeet ik nooit meer’, vertelt de inmiddels 82-jarige gepensioneerde verpleegster in haar Amstelveense aanleunwoning met uitzicht op het groen. ‘Mooie praatjes, en je tuint erin. Toen ik had getekend kreeg ik een pennenset.’

De meeste Dexia-klanten werden aangebracht door tussenpersonen. Een wildwestmarkt vol cowboys en goudzoekers. ‘Ready to kill!!!’ luidde de aanmoediging in het handboek dat verkopers meekregen. Gewapend met veel overtuigingskracht en een stapel gelikte folders haalden deze zogenaamde financieel adviseurs zelfs middelbare scholieren en verstandelijk gehandicapten over om te tekenen voor financiële producten als de Winstverdriedubbelaar, Spaarleasen, Altijd Doen Plan en Feestplan II.

In een artikel in Quote uit 2003 vertelt verkoper en spijtoptant Vincent Poorter hoe hij honderdduizenden guldens verdiende aan de risicovolle leenproducten. Niet slecht voor een ‘financieel adviseur’ zonder certificaten. Volgens Poorter werd misbruik gemaakt van de geldgeilheid van de verkopers. ‘Ze werden vaak letterlijk van de markt geplukt en verdienden in korte tijd bakken met geld. Door hun hoge uitgavenpatroon konden ze niet meer terug en moesten blijven verkopen.’

Wil Couturier is 67 als ze in 2000 haar handtekening zet op het aanvraagformulier dat Doornenbal onder haar neus schuift. Ze zit minimaal vijf jaar vast aan vier contracten met een looptijd van twintig jaar. Couturier betaalt Dexia iedere maand 272 euro, bijna een vijfde van haar inkomen. ‘Een flinke hap, het was wel een beetje de eindjes aan elkaar knopen.’ Couturier gaat beleggen met geleend geld. Dat weet ze zelf niet, ze denkt dat ze spaart. In werkelijkheid gaat de maandelijkse inleg op aan een beetje aflossing en de rente van twaalf procent voor de lening van in totaal 25.500 euro. Als ze de hele rit uitzit, is ze na twintig jaar 65.000 euro aan inleg kwijt. Met de lening worden aandelen Ahold, Shell, Unilever en ing gekocht.

Alleen als die aandelen vijf jaar lang zo’n negen procent renderen, kan ze de lening aflossen, en houdt ze net iets meer over dan wanneer ze het geld maandelijks op een spaarrekening zet. Adviseur Doornenbal spiegelt rendementen voor van wel veertien procent. Maar de aex stijgt niet, maar daalt: 6 procent in 2000, 21 procent in 2001 en 36 procent in 2002. In 2003 is er een lichte stijging, maar dan wreekt zich de geringe spreiding van Couturiers aandelenportefeuille. Het aandeel Ahold crasht in 2003 door een boekhoudschandaal, en zo daalt het aandelenpakketje van Couturier nog verder in waarde.

Stoppen kan niet, daar heeft Dexia torenhoge boetes op gezet. Lijdzaam moet Couturier toezien hoe haar maandelijkse inleg in een bodemloze put verdwijnt, de waarde van haar aandelen verdampt en de schulden zich opstapelen. Wanneer haar aandelen in 2006 worden verkocht, zijn ze zo’n 4500 euro minder waard. Die restschuld moet ze terugbetalen aan de bank. Opgeteld bij de maandelijkse rentelasten is Wil Couturier van haar Dexia-avontuur in ruim vijf jaar bijna negentienduizend euro armer geworden.

Zo slecht als de deal uitpakt voor consumenten, zo gunstig is aandelenlease voor aanbieder Dexia. De bank verzekert zich van jarenlange inkomsten uit woekerrentes. Het risico dat met de lening aangekochte aandelen in waarde dalen, ligt volledig bij de klant. Nu, vijftien jaar later, zijn de meeste deskundigen het er wel over eens dat aandelenleaseproducten regelrechte rommel zijn. ‘Alles wat erin zit kun je ook goedkoper en met minder risico bereiken’, zegt hoogleraar privaatrecht Edgar du Perron, juridisch expert in aandelenlease. ‘Dat maakt het een inherent gebrekkig product.’

Econoom Sweder van Wijnbergen heeft er geen goed woord voor over. ‘Het is volksverlakkerij, pure misleiding. Het gaat al mis met de reclamefolders. Ze spiegelen prachtige rendementen voor, maar je bent gewoon met geleend geld aan het beleggen. Dat kun je doen, je verdubbelt inderdaad je winsten, maar ook je verliezen. Dus je kunt gigantisch de boot in gaan.’

Dat ze een onwaarschijnlijke miskoop hebben begaan, dringt vanaf 2002 ook door tot de honderdduizenden huishoudens die aan aandelenlease vastzitten. Tros Radar bijt zich erin vast en roept gedupeerden op zich aan te sluiten bij belangenorganisaties als Stichting Leaseverlies. Sommige Dexia-klanten stappen zelf naar de rechter, met succes. De eerste rechtszaken pakken positief uit: banken moeten het grootste deel van de schade vergoeden. Rechters spreken van misleiding. Consumenten zijn ‘erin geluisd’ door de bank, die verkeerde of te weinig informatie gaf. In de brochures werd bijvoorbeeld eufemistisch over ‘inleg’ gesproken in plaats van rente, zodat mensen niet door hadden dat ze geld leenden om te beleggen. Dat je met een restschuld kon blijven zitten, bleek evenmin uit de rooskleurige rekenvoorbeelden.

Door alle media-aandacht en de succesvolle rechtszaken durven veel klanten het aan te stoppen met betalen. Dexia stuurt er direct aanmaningen en incassobureaus op af. Bij velen heeft dat effect. ‘Ik had mijn poot wel stijf kunnen houden, maar ik wilde natuurlijk geen deurwaarders over de vloer’, zegt Couturier. ‘Dus ben ik maar weer gaan betalen.’

Dexia voelt wel aan dat ze een probleem heeft met de honderdduizenden aandelenleasers. De bank probeert een megaclaim voor te zijn door klanten een ‘aanbod’ te doen. Erg genereus is dat niet. Het komt erop neer dat klanten een soepele regeling krijgen om hun restschuld af te lossen. Maar dan moeten ze wel afzien van juridische actie. Zo’n zestigduizend gedupeerden bezwijken voor de druk en gaan akkoord.

‘Ze spiegelen prachtige rendementen voor, maar je bent gewoon met geleend geld aan het beleggen’

Bij De Nederlandsche Bank en de ministeries van Financiën en Justitie gaan ook de alarmbellen af. Ze vrezen dat de Nederlandse tak van Dexia kan omvallen door een massaclaim en dat de rechterlijke macht bezwijkt onder een stortvloed van rechtszaken. Volgens goed Hollands poldergebruik wordt in 2003 een commissie ingesteld die gaat bemiddelen. In eerste instantie mislukt dat doordat Dexia niet erg meewerkt. Een jaar later gaan partijen opnieuw om de tafel. Voorzitter is Wim Duisenberg, oud-president van De Nederlandsche Bank. Namens gedupeerden zit onder andere Stichting Leaseverlies aan tafel, die allerlei politieke kopstukken in het bestuur heeft. Tientallen kleinere stichtingen en advocatenkantoren die ook opkomen voor aandelenleasers mogen niet meepraten.

De onderhandelingen leiden in 2005 tot de Duisenberg-regeling. Die bestaat eruit dat Dexia twee derde van de restschuld vergoedt. Maar de betaalde rente, de grootste schadepost, zijn consumenten definitief kwijt. Daarmee is de regeling veel minder gunstig dan jurisprudentie tot dan toe, want veel rechters wezen schadevergoedingen toe van zestig tot tachtig procent van zowel restschuld als betaalde rente. Dat scheelt al snel duizenden euro’s.

Om de Duisenberg-deal rechtsgeldig te maken moet de achterban het er wel mee eens zijn. Er komt een advertentiecampagne waarin Leaseverlies en de Consumentenbond gedupeerden oproepen voor de Duisenberg-regeling te stemmen. Om dat kracht bij te zetten, geeft Leaseverlies aangesloten consumenten hun inschrijfgeld van 45 euro terug als ze hun stem uitbrengen. Maar dat bedrag – dat Dexia betaalt – wordt alleen overgemaakt als een meerderheid voor is. Uiteindelijk stemmen 75.000 mensen voor de regeling. Hoe representatief zij zijn voor het totale aantal van vierhonderdduizend gedupeerden, blijft onduidelijk.

Medium dexia 20kunstcollectie

Het Duisenberg-compromis is niet vrijblijvend. Met de nieuwe Wet Collectieve Afhandeling Massaschade wordt de regeling in 2007 algemeen verbindend verklaard. Dat betekent dat alle gedupeerden eronder vallen, tenzij ze met een ‘opt-out’ nadrukkelijk aangeven dat ze dat niet willen. Van januari tot augustus 2007 hebben gedupeerden de tijd om te ‘opt-outen’.

In die periode doen rechters ook uitspraken in individuele zaken die klanten hebben aangespannen tegen Dexia. Die vonnissen blijken een stuk gunstiger dan de Duisenberg-regeling. Weliswaar zegt ook de rechter dat betaalde rente in principe niet wordt vergoed, maar hij maakt wel een uitzondering. Wie geen buffer had om een restschuld op te vangen, krijgt ook een deel van de betaalde rente terug. De bank had die mensen daarvoor moeten behoeden, en ze nooit een aandelenleaseproduct moeten verkopen.

De vonnissen uit 2007 zijn voor 25.000 Dexia-klanten reden te kiezen voor een opt-out. Ook Wil Couturier kiest daarvoor. Helemaal omdat zij een uitzondering op de algemene Duisenberg-regel is. Ze heeft een contract afgesloten waarin ze niet alleen rente betaalt, maar ook een paar tientjes per maand aflost. De Duisenberg-regeling rekent voor die contracten een vergoeding van slechts tien procent van de restschuld. Dat komt in Couturiers geval neer op zo’n 450 euro, nog geen twee procent van haar totale verlies van negentienduizend euro.

Alex Brenninkmeijer, hoogleraar rechtsstaat aan de Universiteit Utrecht en oud-ombudsman, kan zich nog steeds verbazen over de uitkomst van het schikkingsproces. ‘Mooi dat die regeling er is, dacht ik. En als Duisenberg zijn naam eraan verbindt, geeft dat vertrouwen. Ik had verwacht dat de schikking recht zou doen aan de belangen van de consument. Maar dat bleek niet zo te zijn.’

‘Soms is polderen niet werkbaar’, zegt econoom Sweder van Wijnbergen. ‘Dit zijn ongelijke partijen. Als je iets verkoopt wat niet verkocht had moeten worden, moet je de verkoop terugdraaien. Dat is de enige redelijke uitkomst. En een flinke boete eroverheen, zodat banken stoppen dergelijke producten in de markt te zetten. Want het gaat maar door. Kijk naar de woekerpolissen en de rentederivaten.’ Stellig: ‘Het schikkingsproces is een politieke oplossing, een compromis dat leunt richting banken.’

En het belang voor de financiële sector, die een klap krijgt als een bank bezwijkt onder een megaclaim? Geen argument, vindt Van Wijnbergen. ‘Het verkopen van verkeerde producten doet veel meer schade dan een omvallende bank. Een goed functionerende financiële sector staat of valt met het gevoel dat je niet opgelicht wordt.’

De keuze om te opt-outen komt Couturier meteen op een hoop stress te staan. Dexia laat haar en andere opt-outers niet met rust. Onder dreiging van deurwaarders en rechtszaken eist de bank terugbetaling van de hele restschuld en nog niet betaalde rente. Maar Couturier zet door en sluit zich, zoals bijna alle opt-outers, aan bij Leaseproces, een juristenkantoor dat werkt op basis van no cure no pay. Advocatenkantoor mag het zich niet noemen, omdat no cure no pay formeel niet is toegestaan in het Nederlandse rechtssysteem. In juristenland wordt het vooral geassocieerd met cherry picking en de Amerikaanse claimcultuur. Maar de meeste Dexia-gedupeerden hebben geen keuze. Zij zitten met een schuld en kunnen zelf geen advocaat inhuren à 250 euro per uur.

Leaseproces houdt kantoor in de Bijlmer, op een bedrijventerrein waar de helft van de gebouwen leegstaat. Daar werkt directeur Ger van Dijk met een legertje van zo’n zestig juristen aan 24.000 aandelenleasezaken. De helft van de kantoortuin is gevuld met bureaus, de andere helft met archiefkasten die uitpuilen van de Dexia-dossiers.

De zaak-Couturier lijkt aanvankelijk een succesvol Leaseproces. In september 2008 gaat de vlag uit. De rechtbank oordeelt dat Couturier te weinig vermogen had om haar restschuld te kunnen dragen. Dexia had haar nooit Capital Effect-contracten mogen verkopen, en moet van de rechter zestig procent van de restschuld én van de betaalde rente terugbetalen. Couturier krijgt zo’n tienduizend euro schadevergoeding. Daarvan gaat duizend euro op aan proceskosten, 2500 euro gaat naar Van Dijks no cure no pay-praktijk, al met al resteert 6500 euro. Het is slechts een derde van haar totale schade, maar veel meer dan de schamele 450 euro waar ze onder de Duisenberg-regel recht op had.

Als de Hoge Raad in 2009 die uitspraak bevestigt, ontstaat een algemene regel: twee derde van de restschuld wordt vergoed, en wie die schuld bij het tekenen van het contract niet kon dragen, krijgt ook een deel van de betaalde rente terug. De bank had die mensen het product – vanwege de zorgplicht die financiële instellingen hebben – nooit mogen verkopen. Een beetje vreemde juridische kronkel is het wel, meent hoogleraar privaatrecht Edgar du Perron. ‘Wat de rechter nu eigenlijk zegt is: je mag best opgelicht worden, als je maar geld hebt.’

Couturiers raadsman Ger van Dijk is het niet eens met de juridische redenering van de Hoge Raad, die zegt dat de rente niet vergoed wordt, omdat gedupeerden wisten of konden weten dat ze geld leenden. ‘Normaal staat er iets tegenover het betalen van rente: wie geld leent voor een huis, kan erin wonen, wie een auto least, kan erin rijden. Bij aandelenlease betaalden mensen rente omdat hun hoge rendementen werden voorgespiegeld. Maar dat bleek een leugen, de kans op een positief rendement was vrijwel nihil.’

Econoom Van Wijnbergen dook in de cijfers en trekt dezelfde conclusie: ‘Tegen twaalf procent lenen om winstgevend in aandelen te beleggen is evident pure oplichterij. Je stevent dan met overgrote waarschijnlijkheid op verlies af, zeker met zo’n slechte spreiding over slechts vier aandelen. Ik kan die rechterlijke uitspraken niet anders omschrijven dan als het goedkeuren van oplichtpraktijken.’

‘Een goed functionerende financiële sector staat of valt met het gevoel dat je niet opgelicht wordt’

Ondanks de grote juridische bezwaren kan Van Dijk leven met de uitspraak van de Hoge Raad. De uitzondering voor mensen met te weinig vermogen die de Hoge Raad creëert, lijkt voor veel cliënten soelaas te bieden. Maar dat gaat mis als het Hof Amsterdam eind 2009 plots met een totaal andere invulling van die uitzondering komt. Of Dexia-klanten de risico’s van aandelenlease konden dragen beoordeelt het Hof niet meer aan de hand van hun vermogen, maar aan de hand van hun inkomen na aftrek van vaste lasten. En die rekensom leidt er in de praktijk toe dat in negentig procent van de zaken Dexia-gedupeerden alsnog met een soort Duisenberg-regeling genoegen moeten nemen.

Ook mevrouw Couturier is nu de pineut. Als alleenstaande aow’er met een klein pensioentje kon ze de risico’s van haar Dexia-product best dragen, bepaalt het Hof in 2014. Was haar huur een paar tientjes hoger geweest, dan was de last voor Couturier wel ‘onaanvaardbaar zwaar’ geweest. Maar helaas, bij het Hof Amsterdam is het alles of niets. ‘Ik vond het ongelooflijk onrechtvaardig. Eerst krijg je geld terug, en dan zeggen ze: betaal maar even negentienduizend euro terug.’ Ze mag afbetalen met honderd euro per maand. Dat doet Couturier nu knarsetandend, waarschijnlijk tot haar dood. ‘Ik hoop dat ik zo lang leef voor die gasten.’

Steeds meer rechters gaan in die nieuwe juridische lijn mee. Kifid bijvoorbeeld, Klachteninstituut Financiële Dienstverlening, deed in Dexia-zaken lange tijd gunstige uitspraken voor consumenten. Het oordeelde dat Dexia naast restschuld ook rente deels moest vergoeden. Maar vanaf 2011 gaat ook Kifid de lijn van de civiele rechter volgen.

Du Perron, behalve hoogleraar aan de UvA ook voorzitter van Kifid, legt de ommezwaai uit: ‘De geschillencommissie had haar lijn al voordat de gewone rechter zich erover uitsprak. De Hoge Raad bleek er iets anders naar te kijken. Wij hielden aan onze lijn vast, maar onze commissie van beroep heeft geoordeeld dat er eenheid van recht moest zijn. Het is volgens hen toch een beetje gek dat als je naar de rechter gaat je geen rente vergoed krijgt, en bij Kifid wel.’

En zo krijgen steeds meer doorprocederende Dexia-gedupeerden precies dat waarvoor ze nu juist geopt-out hadden: de karige Duisenberg-regeling. De redenering hierachter lijkt dat als rechters het helemaal anders gaan doen ze dit soort collectieve regelingen bedreigen, terwijl het voor de samenleving als geheel – inclusief de rechterlijke macht – wel fijn is dat ze bestaan. Ze willen voorkomen dat degenen die het langst ‘doorzeiken’ het best af zijn.

Maar hoogleraar rechtsstaat Brenninkmeijer ziet dat totaal anders: ‘Idealiter is rechtspraak recht doen in het concrete, individuele geval, en niet een algemene regel toepassen. Het kan niet zo zijn dat rechters redeneren: “Help, als wij in individuele gevallen het volle pond geven, dan gaat iedereen procederen, en dat belast de rechtspraak te veel.” Mensen komen in actie tegen perverse producten die aan ze verkocht zijn. En ja, dat belast de rechtspraak, maar dat geeft ook urgentie om iets tegen die perverse producten te doen. En dat daar capaciteitsproblemen uit voortvloeien, dat is een probleem voor de minister van Justitie, en verder niet.’

Om het standpunt te ondersteunen dat de producten van Dexia ondeugdelijk waren, laat Leaseproces een onderzoek uitvoeren door beleggingsdeskundige Michael Damm van de Vrije Universiteit. Die benadrukt in 2013 nog eens dat aandelenlease veel risicovoller is dan ‘gewoon’ beleggen met geleend geld: te kleine spreiding over verschillende aandelen, te hoge rentes en geen mogelijkheden om op koersverliezen te anticiperen. Het maakt de kans op een positief resultaat klein. Twee andere experts onderschrijven die conclusie.

Ook wijst raadsman Ger van Dijk nog eens op de dubieuze rol van de tussenpersonen, de snelle jongens die het vooral om de vette provisies ging. Zij waren niet bevoegd klanten te adviseren op financieel gebied. Klanten die denken dat ze een zinnig financieel advies krijgen, hebben minder eigen schuld, bepleit Leaseproces.

Van Dijks strategie werkt bij sommige rechters wel, bij andere niet. Over het algemeen negeren ze het rapport van beleggingsexpert Damm. Het Hof in Den Bosch is het wel eens met Leaseproces over de rol van de tussenpersonen en oordeelt dat Dexia tachtig procent van de restschuld én de betaalde rente moet vergoeden. Het Hof Amsterdam blijft echter stug schadevergoedingen volgens de Duisenberg-lijn toepassen. Welk hof heeft gelijk? Daarover doet de Hoge Raad begin 2016 uitspraak.

Dexia wacht die uitspraak niet af. De bank trekt een nieuw drukmiddel uit de kast en eist dat cliënten afstand doen van al hun vorderingen. Het leidt tot schrijnende gevallen, zoals dat van een 23-jarige plantsoenwerker die per ongeluk het document tekent en opstuurt. Weg kans op tienduizend euro schadevergoeding. Klanten die de brief niet tekenen, sleept Dexia voor de rechter.

En zo belanden Fred en Simone Jansen op een augustusochtend in 2015 in de Leidse rechtbank. Na het detectiepoortje en de vriendelijke beveiliger die ze voor de zekerheid toch nog even fouilleert, wordt het echtpaar naar een klein zaaltje gedirigeerd. Ze mogen achterin plaatsnemen, de jas blijft aan. De jurist van Leaseproces houdt een twee uur durend pleidooi over dwaling, onbevoegde tussenpersonen en misleiding. De rechter luistert geduldig, bladert zo nu en dan door het pak papier voor hem en stelt een incidentele vraag. De Jansens wordt niets gevraagd. Ze staren naar de punten van hun schoenen, buiten plenst de regen onophoudelijk in de Trekvliet. Tijdens de pauze is er automatenkoffie. De door Dexia ingehuurde juristen telefoneren ernstig. Voor vragen van journalisten is geen tijd. ‘Wij bellen jou wel’, zegt de ongeveer dertigjarige, in pak gesneden jurist.

Wat de rechter zal oordelen is voor de Jansens onzeker. Er bestaat een wonderlijke tweedeling bij kantonrechters in Nederland. Onder meer in Zwolle, Middelburg en Utrecht vinden rechters dat gedupeerden het volste recht hebben om de uitspraak van de Hoge Raad begin volgend jaar af te wachten. Maar met name de rechtbank Amsterdam produceert in rap tempo vonnissen waarin Dexia in het gelijk wordt gesteld. Wie zijn vordering op Dexia veilig wil stellen en de uitspraken van de Hoge Raad wil afwachten moet maar in hoger beroep gaan.

De grote vraag voor alle nog procederende gedupeerden is nu welk advies de advocaat-generaal deze maand aan de Hoge Raad geeft. En vooral wat de Hoge Raad daar vervolgens in januari 2016 mee doet. Volgt hij in zijn uitspraak de lijn van het Hof Amsterdam, doof en blind voor nieuwe argumenten omdat het de Duisenberg-regel wil toepassen en de eenheid in de rechtspraak beschermen? Of kiest de Hoge Raad voor de lijn dat Dexia en tussenpersonen hun cliënten hadden moeten informeren over de grote risico’s die de gebrekkige producten met zich meebrachten? En dat rente bij aandelenlease niet vergelijkbaar is met de rente die de consument betaalt bij het leasen van een auto of het opnemen van een hypotheek? Kortom: kiest hij voor bank of consument?

‘Het is een ongelijke strijd’, zegt Alex Brenninkmeijer. ‘Klassenjustitie is het woord niet, maar de partij met financieel de langste adem kan het proces wel naar haar hand zetten. Een bank als Dexia heeft de tijd en het geld om eindeloos te procederen. Door langlopende procedures worden mensen onder druk gezet, categorie slapeloze nachten, dat vreet aan mensen.’

Daarom moet je in dit soort gevallen kiezen voor de consument, meent Brenninkmeijer: ‘Rechters moeten anders gaan denken. Het traditionele privaatrechtelijk redeneren is gebaseerd op “als je getekend hebt, ben je de klos”. Dat is ontoereikend. We moeten komen tot een nieuw paradigma. Als individu ben je in deze complexe samenleving afhankelijk van grote, machtige partijen als banken, pensioenfondsen, energiebedrijven. Dan wil je dat die machtige partijen zich netjes gedragen. En niet zeggen: we houden ze onkundig en we belazeren de kluit. En vervolgens roken we ze uit. Want daar komt het nu op neer.’


Massa-schadezaken

De financiële sector veroorzaakte de afgelopen decennia enorme financiële schade bij huishoudens en het midden- en kleinbedrijf. Banken verkochten aandelenleasecontracten, woekerpolissen en rentederivaten aan onervaren klanten die deze complexe financiële producten nooit hadden moeten tekenen. De winst was voor de banken en verzekeraars, hun cliënten bleven zitten met grote verliezen. Hoe kan het dat banken die schade bijna nooit volledig hoeven te vergoeden? Bram Logger en Parcival Weijnen beschrijven voor De Groene Amsterdammer de drie grootste Nederlandse massa-schadezaken: aandelenlease, woekerpolissen en rentederivaten. Het onderzoek wordt mede gefinancierd via crowdfundingsplatform Yournalism (www.yournalism.nl). Leaseproces heeft daarvoor haar klantenbestand aangeschreven.


Geschiedenis Dexia

Bedenker van het concept aandelenlease is Piet Bloemink, die begin jaren negentig financiële producten op de markt bracht om ook de gewone man te laten meeprofiteren van de enorme winsten op de aandelenbeurzen in die jaren. Dat sloeg aan, en Bloemink verkocht zijn bedrijf LegioLease aan de bank Labouchere, onderdeel van Aegon. In 2000 verkocht Aegon zijn hele portefeuille aandelenleasecontracten aan het Frans-Belgische Dexia. In 2008 werd Dexia genationaliseerd. Met als wrange consequentie dat nu de Belgische en Franse belastingbetalers opdraaien voor de schadevergoeding van Nederlandse aandelenleasers.