Rechters zijn druk, druk, druk

Sommige oud-rechters vertellen met onverhulde trots hoe vroeger een vracht uitpuilende mappen met een dienstauto thuis werd bezorgd. Ze trokken zich met de dossiers terug om zich in de rust van hun werkkamer voor te bereiden op het vonnis.

Die romantiek is voorbij. Zeventig procent van de magistraten vindt de werklast groter dan het vermogen hiermee om te gaan. Ze zeggen eigenlijk: we zitten tegen een burn-out aan. Leidinggevenden spreken over ‘excessief overwerk’, bijna een kwart van hen werkt zestien uur per week over. Dat staat in een onderzoek dat de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR) onder zijn 2661 leden liet uitvoeren.

Structureel te hard werken gebeurt in veel beroepen. In de vrije tijd de administratie doen, e-mails beantwoorden, rapporten doorlezen, bijscholen. Artsen draaien nachtdiensten, boeren gaan ’s nachts hun bed uit omdat de koeien moeten kalven. En er staan bij sommige beroepen te weinig inkomsten tegenover, zeker nu het crisis is. Zzp’ers, winkeliers en schoonmakers kunnen erover meepraten.

De kwaliteit van de rechtspraak staat volgens driekwart van alle rechters en officieren van justitie onder grote druk

Maar bij de rechterlijke macht heeft de werkdruk ‘catastrofale gevolgen, voor de samenleving als geheel en voor individuele rechtzoekenden’, aldus het onderzoek. De kwaliteit van de rechtspraak staat volgens driekwart van alle rechters en officieren van justitie onder grote druk. De helft zegt bevreesd te zijn voor ‘mogelijke dwalingen of pijnlijke fouten’.

Dat moet zeker serieus genomen worden. Een combinatie van de juridisering van de samenleving, het invoeren van prestatienormen en bezuinigingen beperkt de ruimte tot reflectie. Dat past niet bij magistraten die enerzijds beschouwend zijn en anderzijds krachtig beslissingen nemen met grote gevolgen.

Toch moet de hand in eigen boezem gestoken worden. Missers zijn echt niet terug te voeren op werkdruk alléén. Slepende procedures evenmin, het veroorzaakt zelf meer werk. Akkefietjes tussen burgers worden te makkelijk ontvankelijk verklaard, daar waar het ook anders opgelost zou kunnen worden. De taal van rechters is soms onnodig wollig. Bij een helder geformuleerd vonnis – en dat is iets anders dan Jip en Janneke-taal – leggen mensen zich doorgaans makkelijker neer (zie de rijdende rechter Frank Visser) en nemen ze niet meer de moeite om in beroep te gaan. Want een rechtsgang is voor iederéén belastend. Het rapport Speelruimte voor transparantere rechtspraak van de wrr (2013) staat vol goede aanbevelingen tot een snellere, helderder en efficiëntere rechtspraak.

In dat licht bezien is het geweeklaag. De NVvR wil nu een gesprek met het Openbaar Ministerie omdat het ‘onaanvaardbaar’ is dat ‘het welzijn’ van de rechters in gevaar komt. Kun je het nog slapper formuleren? Vooral als je bedenkt dat ‘vrouwen significant meer last hebben van piekeren en frustraties dan mannen’. Dat er een causaal verband is tussen de klachten en de feminisering van de rechterlijke macht staat er niet expliciet. Maar het heeft er wel mee te maken.Vrouwen werken veelal parttime en willen niet privé over hun werk tobben.

Voor goede rechtspraak is het echt niet nodig om de dossiers thuis ongelimiteerd te laten groeien, zoals in de tijd dat het nog een mannenbolwerk was. Maar overwerk hoort erbij zoals in ieder beroep met verantwoordelijkheid.