Rechtop en in pak

Enige tijd geleden kreeg ik tijdens het fietsen in Oost-Londen een plastic flesje op m'n hoofd. De werper van dit voorwerp was een plebejer in, hoe kan het ook anders, een Golf GTI, de Poor Man’s Porsche. Het deed me denken aan een anekdote over een fietser uit Leeds die in 1893 een koetsje zonder te bellen passeerde en door de woedende berijder ervan, een advocaat, met een zweep om de nek werd geslagen. De fietser viel en kwam onder het voertuig terecht. Nadat hij een boete van dertig pond had gekregen, zei de advocaat de volgende keer niet anders te zullen handelen. Ruim een eeuw later hebben de paarden op de Britse straten plaatsgemaakt voor auto’s, maar verder is er weinig veranderd.

Het verhaal over de fietser uit Leeds staat in The Bicycle Book, waarin Bella Bathurst de magie van de fiets beschrijft, alsmede de woede die dit voertuig kan oproepen. Daarvoor bezoekt de journaliste onder meer een frame-ontwerper, belicht ze het ontstaan van de Tour de France, bestuurt ze een rickshaw en spreekt met de rivalen op de Londense wegen: taxichauffeurs en fietskoeriers. Als proloog gaat ze in op de geschiedenis van de fiets, een voertuig dat stap voor stap ontstaan is in Frankrijk, Duitsland en Engeland. Dat Brusselse ambtenaren dit nog niet hebben gebruikt als propagandamateriaal!

Bathurst staat stil bij de emanciperende invloed van de tweewieler. Ze citeert de feministe Susan Anthony, die beweerde dat de fiets een cruciale rol heeft gespeeld in de vrouwenemancipatie. Voor vrouwen was het eind negentiende eeuw een manier om zelfstandig op pad te gaan en een reden om minder verstikkende kleren te gaan dragen. In Engeland kregen fietsende dames steun van de Rational Dress Society. Behoudend ingestelde mannen waren minder enthousiast. Dat vrouwen op een wip of een hobbelpaard plaatsnamen lag al gevoelig, maar een fietszadel was toch duidelijk een stap te ver. Met deze geschiedenis in het achterhoofd is de fietscursus voor allochtone vrouwen in Nederland geen slecht idee.

Enkele decennia later werd de fiets in Manchester ontdekt door arbeiders, daarbij gesteund door het socialistische dagblad The Clarion. Fietsen op het platteland zou de afkeer van de werkende klasse jegens de slechte woon- en werkomstandigheden vergroten. Binnen de National Clarion Cycling Club brak al snel onenigheid uit tussen degenen die fietsen als een revolutionaire daad beschouwden en meer sportieve leden die wedstrijden wilden organiseren. Competitiesport was volgens eerstgenoemden een manier van de bezittende klasse om het proletariaat te verdelen.

De fiets kreeg gaandeweg de twintigste eeuw concurrentie van de auto en de strijd tussen beide voertuigen is een belangrijk thema in het boek. Bathurst reist naar India, waar de fiets lange tijd het populairste transportmiddel was. Sinds de opkomst van een autorijdende middenklasse is de fiets voorbehouden aan de armsten. Tijdens haar bezoek aan Nederland bewondert Bathurst de manier waarop ons land ruimte heeft geboden aan de twee concurrerende weggebruikers. Fietsen in Nederland, zo ontdekte Bathurst, is een doodgewone manier om rustig van A naar B te komen. Anders dan de Engelsen fietsen Nederlanders dan ook rechtop, alsof ze aan de keukentafel zitten. ‘It is all very strange’, concludeert ze.

Deze conclusie is ironisch, want in haar eigen land is fietsen een voortdurend onderwerp van debat, zowel in de politiek als op straat. In Engeland is de fietser altijd de underdog gebleven, maar dan eentje die geen sympathie opwekt. Tachtig jaar geleden lag er een plan om een netwerk van fietspaden aan te leggen, maar uitgerekend de fietsbonden keurden dit af omdat ze bang waren het recht te verliezen om op de gewone weg te rijden. Het gevolg is dat fietsers de status hebben van gemankeerde automobilisten. Toch neemt fietsen in populariteit toe. In Londen is het aantal fietsers de laatste tien jaar verdubbeld, mede dankzij de hoge benzineprijzen, angst voor terrorisme, milieubewustzijn en de tolheffing.

Waar in India fietsen voor de paupers is, rijden in Londen juist veel 'professionals’ rond alsof ze oefenen voor de Olympische Spelen 2012. Voor deze leden van de middenklasse is het een combinatie van sport, gezondheidsmanie en uitsloverij tegenover medefietsers. Terecht spreekt Bathurst over 'ugly cycling’. De emancipatie van de fietser in Londen is de laatste tijd echter versneld dankzij de Boris-bikes, de leenfietsen die door burgemeester Boris Johnson zijn ingevoerd. Opeens fietsen er mensen in driedelig pak of zomerjurkje rond, met de haren wapperend in de wind. En dat alles rechtop. Deze darwiniaanse evolutie op twee wielen was een hoofdstuk waard geweest in een voor het overige lezenswaardig boek.