Economie

Rechts kaapt Keynes

Keynes-biograaf Lord Robert Skidelsky is een van de bekendste progressieve economen in het Verenigd Koninkrijk. Hij schreef afgelopen week op economenforum Project Syndicate over de balans tussen monetair en fiscaal beleid, een balans die volgens hem aan het verschuiven is. Als hij gelijk krijgt, is dat het einde van een tijdperk, maar anders dan hij zou wensen.

In de jaren negentig steeg het prestige van monetair beleid tot grote hoogte. De ‘Great Moderation’ van midden jaren tachtig tot midden jaren 2000 waren decennia van lage inflatie en stabiele groei – iets waarvoor centrale bankiers zonder omhaal het krediet opeisten. Het dogma van de onafhankelijke centrale bank werd onaantastbaar. De CEO’s van grootbanken werden bekend als ‘Masters of the Universe’, de voorzitter van de Amerikaanse Federal Reserve liet zich de titel ‘Maestro’ aanleunen. Het onderscheid tussen de verschillende meesters was sowieso moeilijk te zien. Het monetair beleid leek ten dienste van de banken opgesteld te worden, de personele draaideuren tussen de grote investeringsbanken en de centrale banken draaiden soepel.

Toen de Great Moderation spectaculair ten onder ging in de grote financiële crisis van 2007-8 haalden centrale bankiers alles uit de kast. Met bail-outs, steunpakketten, het opkopen van obligaties en aandelen en ultralage rente werd de opgezwollen bankensector voor een implosie behoed. De reële economie zucht daardoor nog steeds onder gigantische schuldenlasten die nooit werden afgeschreven.

Die bijwerkingen beginnen nu door te dringen. ‘Super Mario’ Draghi had al veel van zijn glans verloren toen hij vorig jaar afzwaaide. Ons parlement staat nu zeer kritisch tegenover het monetair beleid. De politiek is klaar voor een ommezwaai. Als de economie niet meer gemanaged wordt via de financiële markten met renteaanpassingen en opkoopbeleid, dan door overheidsuitgaven.

De overheid trekt al weer jaren netto geld uit de economie

De laatste keer dat we in Nederland een fiscale stimulans hadden was direct na de kredietcrisis in 2008. Terwijl de klap nog nadreunde, stimuleerde het kabinet-Balkenende de economie met twintig miljard. Hulde. Daarna kwam Rutte en was het snel afgelopen. De overheidsuitgaven daalden in ieder jaar van 2010 tot 2016. Sindsdien nemen ze weer toe, maar de belastinginkomsten nog meer, zodat de overheid per saldo al weer jaren netto geld uit de economie trekt.

De aangekondigde extra overheidsinvesteringen in 2020 zijn niet echt ambitieus: 350 miljoen voor de woningmarkt, 300 miljoen naar jeugdhulp, 134 miljoen naar asiel en migratie, 61 miljoen naar de rechtspraak, 51 miljoen naar defensie en Navo. Alles bij elkaar minder dan een derde van het overheidsoverschot van drie miljard, en amper een kwart procent van de totale uitgaven.

Dat is te weinig voor herstel van de grote bezuinigingsschade. Het bbp-aandeel van uitgaven aan het openbaar bestuur lag in 2019 tien procent lager dan in 2008. De rechtspraak had vorig jaar een tekort van vijftig miljoen euro. En veel bezuinigingen gaan gewoon door, zoals die op de vergoeding van rechtsbijstand voor asielzoekers. Gemeenten, die in 2015 verantwoordelijk werden voor de jeugdzorg met een budget dat vijftien procent daalde, gaan in 2020 stevig op kunst bezuinigen. Zo moet de Openbare Bibliotheek Amsterdam bijvoorbeeld 1,6 miljoen inleveren.

Het kabinet laat hiermee de deur wijd open staan voor populistisch rechts. Elders is stimulerend beleid nu al terug van weggeweest. Dat was trouwens precies de titel van het boekje dat Skidelsky direct na de crisis in 2009 schreef: Keynes: The Return of the Master. Een pleidooi voor keynesiaans beleid, dat tientallen jaren taboe was geweest. Hij had gelijk, maar krijgt het pas nu, een decennium later. En rechts – niet links – neemt het voortouw. President Trump is al een big spender, premier Johnson wil dat snel worden, getuige zijn plannen – een van de (vele) redenen waarom zijn minister van Financiën Sajid Javid opstapte.

Historisch onderzoek toont aan dat rechtse partijen profiteren van een financiële crisis. Een reden in onze tijd is dat gematigd links zich vereenzelvigde met globalisering en marktwerking, en blind was voor de ravage die dat aanrichtte in de samenleving – totdat Trump het gewoon benoemde. Een andere reden kon wel eens gaan worden dat populistisch rechts als eerste de knop van effectief keynesiaans beleid weet te vinden en zich niets meer aantrekt van achterhaalde dogma’s in het economisch discours.