Rechtsboven moet zwart!

Stop met schilderen, want de lijst beperkt je vrijheid. De onlangs overleden Sigmar Polke gaf zijn eigen draai aan dit schildersdilemma.

IK WOONDE nog in Eindhoven. Op weg naar Kassel, waar de Documenta 7 in voorbereiding was, stopte ik halfweegs in Düsseldorf om Joseph Beuys te bezoeken. Op de zonnige dag in het voorjaar van 1981 zaten wij gemoedelijk keuvelend bij de openslaande deuren van zijn werkplaats te kijken naar de binnentuin waarin een wit konijn rondhuppelde, de huiselijke versie van de haas. In die tijd was Beuys der Chef - niet alleen om zijn werk, dat radicaal en romantisch was, maar om zijn houding in de cultuur-politieke situatie van toen. Omdat hij die morele autoriteit was, ging ik af en toe bij hem langs om kwesties rondom mijn tentoonstelling te bespreken. In de jaren zeventig hadden we, ook in Nederland, de discussies gehad over het voortbestaan van het handgemaakte schilderij. Maar toen ik moest beginnen me een nieuwe Documenta voor te stellen zag ik dat overal in de ateliers van jongere kunstenaars het schilderen weer was opgebloeid - en het zag ernaar uit dat het door zou gaan. Met name in Duitsland (toen nog gedeeld door het IJzeren Gordijn) had de schilderkunst authentieke nieuwe expressies gevonden - dat wil zeggen, in de verhoudingen van toen, een energieke quasi-expressionistische vormgeving die verregaand onafhankelijk was van wat er tegelijkertijd in de Amerikaanse kunst gaande was. In dit bestek is het ondoenlijk te bekijken hoe die Duitse kunst geworteld was, en hoe ze zich al vertakte. Zeker is wel dat het Beuys was geweest die voor de volgende generatie het ijs gebroken had. Zijn diepgravende kunst liet zien dat er in het gebroken, naoorlogse land nog een artistieke energie bestond. Gerhard Richter heeft kunst ooit de hoogste vorm van hoop genoemd. In die uitspraak ademt de geest van Beuys.
Die nieuwe schilders (niet alleen die uit Duitsland) moesten in mijn tentoonstelling een centrale plaats krijgen omdat ik hun visueel rumoerige kunst onorthodox vond en voelde dat die het modernisme verse impulsen zou gaan geven. Daarover had ik het dus met Beuys. Maar die was geen schilder maar een Plastiker die in zijn werk (sculpturale mise-en-scènes en Aktionen) steeds maximaal open, ongebonden ruimtes had gezocht om uit te drukken wat hij te beweren had. Dus hij zei (ongeveer), kijkend naar het konijn: Ik begrijp sowieso niet waarom iemand nog wil schilderen. Hoe kun je nu een vrije kunstenaar zijn in deze sociale wereld en dan, al vanaf het begin, de begrenzing van de lijst accepteren? Dat was het dilemma: er was die enorme ruimte buiten de lijst van het schilderij. Hij was echter ook een prater en een leraar die vooral en zonder dwang dingen bij mensen wilde losmaken - ook door provocatie.
In 1966 zat de jonge Jörg Immendorff nog als trouwe leerling in de Beuys-klas op de academie van Düsseldorf. Naar aanleiding van wat daar besproken was had hij toch een schilderij gemaakt met daarop, ruw gepenseeld, om een of andere reden een ledikant waarboven de beroemde hoed van Beuys zweeft. Daar overheen een ferm kruis en de tekst: Hört auf zu malen - een onzeker, ironisch manifest. Toen Beuys het zag, bij de rondgang door de klas, zei de meester: Scheisse! Weitermachen!
Eind jaren zeventig heb ik dit onbestaanbare schilderij voor het Van Abbemuseum aangekocht - omdat het hoe dan ook een document is van een dilemma waarmee de jonge Duitse kunst te kampen had. In dezelfde tijd hebben wij toen, om dezelfde reden en eveneens voor een luttel bedrag, het inmiddels beroemde schilderij Höhere Wesen befahlen: rechte obere Ecke schwarz malen! verworven van Sigmar Polke, die helaas onlangs is overleden - net als Immendorff een paar jaar geleden. Het beeld spreekt voor zichzelf, net als het dilemma van de intuïtieve abstracte kunst. Inmiddels heeft de abstractie in het werk van Polke’s tijdgenoten als bijvoorbeeld Sol Lewitt een heel andere helderheid verworven - het zijn vanzelfsprekende variaties rond een strakke propositie. Maar het schilderij van Polke verwijst, dromerig en ironisch, naar het werk van de formidabele Ellsworth Kelly. In zijn werk komen inderdaad zulke delingen tussen twee kleuren voor. Ook al verwerkt hij vaak visuele impulsen uit de natuur, de schilderijen blijven raadselachtig - ze hebben een schoonheid waarin je maar moet geloven. Toen Polke zijn schilderij maakte, was Kelly een van de autoriteiten in de modernistische Amerikaanse kunst. Maar: hoezo geloven? Polke sloeg toch maar de andere weg in - zoals we weten naar een prachtig eigenzinnig avontuur.