Rechtse hobby

Op het station van Rotterdam kun je sinds kort boeken uit een automaat trekken, op dezelfde manier als cola en drop. Hoewel ik de literatuur een warm hart toedraag, zul je mij geen rondedans zien maken rond die machine.

Dat heeft nog niet eens met het aanbod te maken. Dat het ding onvermijdelijk alleen bestsellers, crowd pleasers en thrillers aanbiedt en bijdraagt aan de versmalling van onze culturele smaak, dat laat ik even buiten beschouwing.

Ook wil ik het even niet hebben over een praktisch bezwaar: van een zakje paprikachips heb je vooraf een redelijk vermoeden van de inhoud, maar bij boeken moet je maar afwachten. Je baseert je keuze op een gebalanceerd gistingsproces tussen flaptekst, auteursfoto en selectief proeven bij het doorbladeren. Dat zo'n boekenautomaat je dat ontneemt, het zij zo.

Nee, wat mij vooral de juichzin ontneemt is de mentaliteit die eruit spreekt. Als boeken inderdaad eenzelfde soort hap-slik-wegwerpartikel zijn als tumtums of cassis, als ze net zulke gebruiksvoorwerpen zijn als de condooms die je op de plee van de disco uit een automaat trekt, ja, waarom zou je daar dan ook niet meteen negentien procent btw op heffen, in plaats van de zes van nu?

Ik weet nog niet wat de gevolgen van de cultuurkortingen van het nieuwe kabinet op de boekenbranche zijn, maar ik neem toch aan dat als het theaterkaartje en beeldende-kunstobjecten naar het hoge btw-tarief gaan dit ook voor de literatuur gaat gelden.

Uit die cijfers spreekt een mentaliteitsverandering. Kunst valt niet langer in de categorie drinkwater en geneesmiddelen. Cultuur hoeft niet langer tegen de platte marktwerking beschermd te worden.

Een paar jaar terug was er nog onduidelijkheid over de btw-hoogte van peepshows. Een rechter oordeelde dat het podiumkunst was, en dus door die zes procent beschermd moest worden. Een hogere rechter maakte gehakt van dat vonnis en schroefde de seksshows weer naar negentien procent. Onder Rutte 1 is alle podiumkunst peepshow en elk boek een zak M&M’s.

Nu kun je daar heel hard om gaan huilen, en alle kunstinstellingen doen dat ook, maar je kunt er ook iets realistischer naar kijken. Geef toe, u ziet ook genoeg voorstellingen waarbij u in de pauze eigenlijk al naar huis wilt. En lang niet elke afgestudeerde kunstacademicus levert meesterwerken af. Zelfs in concertzalen horen we wel eens ongeïnspireerde klassieke muziek, voor een zaal vol grijze hoofden.

De protesten uit de culturele sector hebben het gevaar door te schieten, en alle cultuur onmiddellijk heilig en onaantastbaar te verklaren. Maar wie bepaalt dan welke kunst goed genoeg is? De overheid? Welnee, die ambtenaren hebben geen flauw benul. Commissies dan, met specialisten en kenners? Ook niet verstandig, want dat zijn noodzakelijkerwijs vriendjes, kennissen, en die zijn op voorhand al verdacht van partijkiezen.

Nee, ik zou ervoor pleiten dat de overheid zich inspant voor een klimaat waarin het normaal is dat gulle particulieren en rijke bedrijven als moderne mecenas optreden. Als lichtpuntje geeft het regeerakkoord hier wel een kleine opening: giften aan cultuurinstellingen worden fiscaal aftrekbaar.

Natuurlijk gaat dat niet ver genoeg, en bovendien is het misdadig om in één keer de stekker uit de cultuursubsidies te trekken, in plaats van een geleidelijke overgang naar een nieuwe situatie te entameren.

Onze hele westerse muziekgeschiedenis, zo'n beetje het allerbeste wat onze cultuur heeft voortgebracht, is sponsored by Graaf Von Waldstein, Graaf Esterházy, enzovoort. De Renaissance? Mede mogelijk gemaakt door: de Medici, de Pitti, en nog een handjevol bankiers.

Kijk, ze moeten natuurlijk geen enkele beperking aan de inhoud gaan opleggen, maar ik zou er geen moeite mee hebben om een roman op te dragen aan de ING Bank, ABN Amro, Rabo of wie ook maar bereid is een bedrag van, zeg, een ton - verwaarloosbaar statiegeld in die wereld - als aalmoes toe te werpen.

Het bedrijfsleven en de kunsten zijn van nature geneigd elkaar met argwaan, cynisme of spot te benaderen, en hoe onverenigbaar hun verschillende belangen op het eerste gezicht ook zijn, voor het voortbestaan van de kunsten zou het in de heersende tijdgeest wel eens noodzakelijk kunnen zijn dat ze de wederzijdse smetvrees opzij zetten.

In Londen zijn alle musea gratis, deels door overheidssteun, maar vaak zie je in de hal ook een bord van een verzekeringsmaatschappij of bank. Niemand kijkt daar raar van op. In de Angelsaksische wereld is het doneren veel gebruikelijker, en zien vermogenden al lang in hoe statusverhogend dit is.

In Nederland wil dat nog niet lukken, omdat er een mentaliteit is die ongevoelig is voor cultuur en meent dat alles handel en marktwerking is. De subsidiekraan kan pas dicht als cultuur een hogere maatschappelijke status krijgt, en bedrijven er het voordeel van inzien zich als moderne mecenas te profileren. Daar moet het naartoe, kunst als rechtse hobby.