Interview met Filip Dewinter

Rechtse paseerbewegingen

Filip Dewinter, leider van het Vlaams Blok, is rustiger geworden. Hij is er evenwel van overtuigd dat zijn partij ooit zal deelnemen aan de macht. Haider heeft een precedent geschapen. ‘Het kan. Het is mogelijk!’

GEAMUSEERD LEEST Filip Dewinter het hoofdredactionele commentaar van de Volkskrant. ‘De falende integratie van etnische minderheden in Nederland baart steeds meer mensen zorgen’, opent het dagblad. ‘Deze verontrustende ontwikkeling vraagt om een scherp, niet vrijblijvend, debat. Een parlementair onderzoek.’ Net als Paul Scheffer twee weken eerder in NRC Handelsblad, in het paginagrote stuk ‘Het multiculturele drama’. Nederland, constateert Dewinter, heeft het Vlaams Blok op punten ingehaald.


Filip Dewinter — het spookbeeld van wat Nederland te wachten stond als Janmaat slimmer was? Hij wist het Vlaams Blok met veertien, vijftien procent stemmen tot de derde partij van Vlaanderen te maken. In Antwerpen is de rechtsradicale — ‘rechts-nationale’, verbetert Dewinter steevast — partij de grootste. Een charmantere en gevattere versie van Janmaat of Le Pen? Dewinter lacht wat voor zich uit. ‘Als ik dat al zou zijn, dan zou ik dat zeker niet publiek zeggen. Daar moet de publieke opinie zelf maar over oordelen. En ik denk dat die dat reeds gedaan heeft.’



HET HYPERMODERNE gebouw van het Vlaams Parlement in Brussel, een van de zes parlementen die België telt. Hij is er fractievoorzitter en daarnaast nog gemeenteraadslid in Antwerpen. In de commissievergadering is hij scherp, ironisch en gevat. Een extreem rechtse Pietje Bell die er nochtans om bekend staat zijn dossiers goed te kennen. Nóg houdt het cordon sanitaire.


Wie is Filip Dewinter?


‘Filip Dewinter is een 37-jarige Vlaming die in Antwerpen woont, getrouwd is en drie kinderen heeft, meisjes allemaal, en die nu dertien jaar volksvertegenwoordiger is.’


Enfin, waar is de branieschopper van de jaren tachtig, de praeses van het Nationalistisch (Jong) Studentenverbond, die van het strijdlied met de strofe:


‘Ne amadees, ne Marokkaan
Ne raller en ne nikkeriaan
Ne communist, ne vreemde tist
Die zwieren we allemaal in hun kist
Ne rode hond met ne grote mond
Die boren we in de grond!


(…)


Ne vuile jood, ne maoïst,
Ne Franskiljon en socialist.’
Et cetera.


En waar is de straatvechter die enkele politieke tegenstanders hardhandig aanpakte, tien jaar geleden? Hij lacht. ‘Ik denk dat ik door de jaren heen wel wat geëvolueerd ben. Ik zou een aantal dingen die ik in mijn jeugd gedaan heb vandaag niet meer herhalen. Er zijn wat incidenten geweest, dingen geweest die je een leven lang achtervolgen.’


Zoals?


‘Er zijn wat fysieke confrontaties geweest in het verleden. Waarover ik nog altijd van mening ben dat ik de regels van de zelfverdediging heb toegepast, en ook niet meer dan dat. Ik ben iemand die, wanneer men mij op het gezicht slaat, terugslaat, letterlijk en figuurlijk. Inmiddels proberen we, naast de klassieke thema’s van de immigratiestop, een harde aanpak van de criminaliteit, een principiële oppositiepartij te zijn die naast een verschil aan inhoud ook een verschil aan stijl heeft. Geen one-issue-partij maar een groep met een ander imago. Radicaal, rebels, nonconformistisch. Anders dan de anderen.’


Inmiddels lijkt u door uw collega’s in het parlement geaccepteerd. Er wordt met u gelachen en geginnegapt.


‘Er bestaat nog steeds een cordon sanitaire op het formele vlak. Dat betekent dat niemand met ons akkoorden sluit of met ons in zee gaat. Maar er is geen fysiek cordon rond het Vlaams Blok. Het is niet zo, zoals in Nederland eertijds het geval was, dat men ons de hand niet drukt. We draaien al twintig jaar mee en er is een stuk gewenning; het taboe rond de grote boze wolf is weg.’



WORDT UW partij ooit regeringspartij?


‘Daar ben ik vast van overtuigd. Indien het Vlaams Blok zo blijft doorgroeien als nu, dan komen we in een situatie als in Oostenrijk, waarbij het niet langer democratisch verantwoord is ons uit te sluiten van het beleid. Wij wegen nu 15 procent in heel Vlaanderen. Haider is doorgegroeid naar 26, 27 procent, zo groot zijn wij ook in Antwerpen. Wij zullen op langere termijn deel gaan nemen aan de macht.’


Op wat voor termijn zou dat zijn?


‘Moeilijk te zeggen. Indien alles loopt zoals nu moet dat mogelijk zijn binnen een tot drie verkiezingen, dus spreken we van een termijn tussen de vijf en vijftien jaar.’


En dan nu Oostenrijk…


‘Eindelijk is het gelukt! Het kan, het is mogelijk! Het cordon sanitaire is doorbroken. Het is voor ons een heel belangrijk precedent, want als het daar kan, kan het ook bij ons. Eenmaal de dam doorbroken is de zondvloed een feit, denk ik. Het is niet meer tegen te houden. Straks, bij de gemeenteraadsverkiezingen van 8 oktober, misschien Antwerpen…’


Wordt er naar uw hand gedongen?


‘Er zijn meer Belgische Schüssels dan u zou denken. Het typische voor Schüssel is dat hij tot de dag voor de verkiezingen heeft gezegd: nooit met Haider! En dure eden heeft gezworen. Dat zien we ook hier; iedereen wil stoer zijn tegen het Vlaams Blok. Maar in Antwerpen worden al signalen uitgezonden: we merken al dat achter de schermen zowel de VLD als de CVP bereid is tot gesprek.’



België meer nog dan andere EU landen, is gepikt op Haider.


‘Vervang Haider door Dewinter en FPÖ door Vlaams Blok.’


Sommige uitspraken van Haider liegen er niet om.


‘Haider heeft twee of drie keer wat minder verstandige dingen gezegd over het Nationaal Socialisme en de Tweede Wereldoorlog en dergelijke en vijftien jaar nadien blijven wij hem maltraceren met diezelfde uitspraken waarvoor hij zich al in den treure heeft verontschuldigd.’


Heeft U ooit zo’n canard gemaakt?


‘Eeh…nee. Ik denk niet dat ik in het verleden veel van dat soort dingen heb gezegd. Ik vind het ook totaal overbodig en nutteloos en ik merk tevens dat politici à la Le Pen en Haider dus om puur mediatechnische redenen dit soort van provocaties de wereld insturen, omdat ze weten dat ze op basis van zo’n uitspraak in het middelpunt van de media-aandacht komen te staan. Het is een tactiek die de mijne niet is en die ik ook nooit zal beoefenen. Ik vind dat zeer gevaarlijk.’


Wat zou uw regeringsbeleid zijn ten aanzien van migranten?


‘Een tweesporenbeleid. Vreemdelingen die hun lot wensen te verbinden aan dat van onze gemeenschap moeten die kans krijgen. Moeten assimileren, niet louter integreren. Dat betekent een nationaliteitswetgeving met strenge criteria. Een blanco strafblad. Een burgerschapsproef zoals in de Verenigde Staten, waarin men bewijst dat men de normen, de leefregels en de cultuur van het land kent, aanvaardt en tot de zijne wenst te maken. Het betekent een taaltest. Het tweede spoor is de terugkeer. Maar in de best mogelijke omstandigheden. En op vrijwillige basis. Een aantal mensen wenst zich niet te assimileren, wenst hun cultuur te behouden. Mensen die in djellaba wensen rond te lopen. Prima! Dat is hun keuze. Maar ze moeten weten dat als ze die keuze maken ze daarmee uiteindelijk een contract tekenen voor de terugkeer naar hun land van herkomst.’


Dat is niet zo vrijwillig.


‘Het is een keuze. Ofwel men past zich aan, of men keert terug. Een djellaba dragen in Vlaanderen, dat kan dus niet.’


Dwang dus.


‘Dwang, dwang?! Mensen hebben een vrije wil en als ze hier willen blijven, dan moeten we ze voor die duidelijke keuze plaatsen. Ze moeten weten waar ze aan toe zijn en dat weten ze nu niet. Op dit moment zijn, zoals wij dat noemen, de vreemdelingen les enfants chérie du Régieme, de troetelkinderen van het bewind. De normen liggen voor de vreemdeling veel lager. Een vorm van politieke correctheid, zeker, dat is het. Men heeft trouw gezworen aan de multiculturele samenleving en alles moet en zal wijken voor die multiculturele samenleving. De criminaliteit, de overlast; het mag allemaal in de functie van de heilige koe die de multikul-ideologie uiteindelijk is. Het is een nieuwe godsdienst geworden. De maakbare samenleving terug van weggeweest. Men zweert trouw aan een aantal axioma’s die buiten iedere wetmatigheid staan. De multiculturele samenleving is naar mijn bescheiden mening niet veel meer dan het oude ideaal van de klasseloze samenleving, de standenloze maatschappij die door het marxisme bepleit werd met een nieuwe verpakking erom.’



DE VOLKSKRANT stelde vorige week dat de integratie niet lukt.


‘Klopt.’


Zelfs, zo stelt de Volkskrant — en Paul Scheffer in de NRC — bij de tweede en derde generatie niet. Dat had Filip Dewinter kunnen schrijven. Is uw invloed groter dan uw partij?


‘Die invloed is er natuurlijk. Rechtsnationale partijen zwengelen het debat aan en zijn duidelijk de locomotief in het hele verhaal. Maar dat is niet het enige. Er is een verzadigingsdrempel overschreden, zeker in de grote steden. Sinds eind jaren tachtig is er een verrechtsing aan de gang in de samenleving. Niet alleen bij ons in Vlaanderen, maar zeker ook in Nederland. Zelfs dingen die wij ons hier nauwelijks kunnen voorstellen zijn momenteel aan de orde in Nederland. Als ik hier durf te spreken van het oprichten van gesloten tentenkampen voor asielzoekers, dan word ik vergeleken met Adolf Hitler. Het kon in Nederland. De laatste jaren verwijs ik vaker en vaker naar Nederland. Bijvoorbeeld wat betreft het asielbeleid. Bijvoorbeeld wat betreft het zero-tolerantie beleid dat men in een aantal steden in Nederland ten uitvoer brengt. In het Nederlandse politiebeleid is een verrechtsing aan de orde die bij ons nog niet echt is opgetreden.’


Toch is de oprichting van Nederlandse extreem-rechtse partijen een aaneenschakeling van komische mislukkingen.


‘Natuurlijk heeft Bolkestein ons een stuk gras voor de voeten weggemaaid. En dan spreek ik nog niet over Janmaat, die man is een karikatuur van zichzelf. De walging van Janmaat is in Nederland bijna fysiek aanwezig. Er liepen in CD en CP ’86 nogal wat figuren rond die wij in elk geval in onze partij niet zouden tolereren — alle mogelijke provocateurs, extreem-rechtse nostalgici, het hele pléiade van carnavaleske figuren was aanwezig.’


In Nederland werd gezegd: we mogen blij zijn dat we geen Filip Dewinter hebben hier, maar een Janmaat. Kende u die?


‘Ja. Maar daar ga ik geen uitspraak over doen. Ik heb me bij de vorige Europese verkiezingen beziggehouden om alles wat er in Nederland was aan rechtsnationale partijen, groeperingen en figuren bijeen te brengen en op een lijst naar buiten te doen komen. Maar ik heb mijn hand uit dat wespennest teruggetrokken, omdat ik alleen maar gebeten ben en dat vind ik niet zo leuk. De persoonlijke tegenstellingen binnen het rechtsnationale kamp in Nederland zijn zo groot dat het moeilijk, zoniet bijna onmogelijk is om tot een consensus te komen. Ik ben opgehouden me bezig te houden hoe het in Nederland zou kunnen. Ik denk dat het eerder moet komen uit de rechterzijde van de VVD. Ik heb de indruk dat de morele weerbaarheid in Nederland minder dan ooit aanwezig is. Men is week geworden, week in de principes vooral. Waarom het in Nederland minder goed lukt een rechtse beweging op te bouwen — dat is een eufemisme: het lukt überhaupt niet — en in Vlaanderen wel, is natuurlijk ook omdat we ingebed zijn in een cultureel-politieke beweging, de Vlaamse Beweging, die al 160, 170 jaar bestaat. Het vechten voor het behoud van onze identiteit in alle aspecten: taal, cultuur, waarden, normen is een heel intensieve bezigheid geweest voor het Vlaamse volk met alle gevolgen van dien. De woorden ‘eigen identiteit’ zijn in Vlaanderen heel wezenlijk. Die woorden worden bij ons gerespecteerd. Niemand maakt er problemen over.’


Is in een digitaal tijdperk identiteit iets anders dan volksdansen en stoelenmatten?


‘Laten we identiteit vooral niet verwarren met folklore. Identiteit is niet gelijk te schakelen met dansmariekes en het eten van Mattetaarten en het drinken van lokale bieren. Heel simplistisch is identiteit samen te vatten als het zich geborgen weten in de eigen omgeving.’


Waar bent U eigenlijk bang voor?


‘Waar ik bang voor ben is om overspoeld te worden door volkeren uit de Derde Wereld. De enige rijkdom die zij hebben ligt in de moederschoot. Als er één ding is dat ze kunnen, is dat wel dat ze ons overspoelen met die miljoenen, miljarden wereldbewoners die uit de Derde Wereld komen. Ik heb alle begrip voor de ellende, de misère en de hongersnood, maar ik ben niet bereid om zover te gaan dat we onszelf tot de bedelstaf veroordelen.’


Hoe komt het dat een continent als Afrika maar steeds niet omhoog komt?


‘Ik kan er ook niets aan doen dat het oude Rome een beschaving neerzette die superieur was op het moment dat in Afrika de mensen nog aan lianen door de bomen slingerden. Ik voel me geen racist. Want racisme gaat uit van superioriteit en inferioriteit en daar geloof ik niet in. Ik geloof in ‘het recht op anders-zijn’. Anders zijn in de eigen bedding. Hun norm is de hunne. Zij kunnen best gelukkig zijn zonder televisie, zonder elektrische voorzieningen. Iedereen heeft recht op eigenheid. Laat die mensen dus ook hun ding doen zonder onze normen als de enige alleenzaligmakende op te willen leggen.’


Is assimilatie mogelijk?


‘Assimilatie is perfect mogelijk.’


Heeft u eigenlijk Marokkaanse vrienden?


‘Nee. Wél ben ik bevriend met een Assyrische Turk en met een Armeniër die zich trouwens als een zeer fervent Vlaming manifesteert.’


Het verlies van de Grieks-joods-christelijke cultuur jaagt hem schrik aan. ‘Ik zeg dat heel eerlijk. De grootste zwakte van Europa is haar overdreven tolerantie.’ Dewinter loopt naar het fotokopieerapparaat, de Volkskrant en NRC Handelsblad in de hand.