Alt-right: de reaguurders van Amerika

Rechtse trollen

Als een webleger heeft de beweging alt-right zich achter Donald Trump geschaard, want net als Trump zijn deze rechtse branieschoppers wars van conservatieve dogma’s. Achter hun memes gaat een akelige ideologie schuil.

Medium hh 59481620

Het is een maf cartoonfiguurtje. Een groene kikker met gezwollen ogen en een zelfgenoegzame grijns: Pepe the Frog. Tik zijn naam in op een zoekmachine en je krijgt rijen met bevreemdende afbeeldingen. Lachende Pepe’s, verdrietige Pepe’s, Pepe die een middelvinger opsteekt, Pepe die aan een joint lurkt, Pepe als Batman en Pepe als Hitler. De getekende pad is een populaire internet-meme: een plaatje dat zich als een eindeloze running gag in allerlei variaties over het web verspreidt. Iedereen die een beetje met Photoshop overweg kan, creëert in een handomdraai een eigen Pepe.

Op het eerste gezicht is het een typische vorm van internetlol. Maar sinds vorige maand staat Pepe op de lijst met haatsymbolen van de Anti-Defamation League, een joodse burgerrechtenorganisatie. De kikker belandt daarmee in dezelfde categorie als het hakenkruis, de confederale vlag en de brandende kruizen van de Ku Klux Klan. Was Pepe twee jaar geleden nog een onschuldige stripfiguur die zonder sinistere bijbedoelingen werd getweet door zowel pubers als popsterren, inmiddels is hij uitgegroeid tot een mascotte van ‘alternatief rechts’, oftewel de alt-right.

Zij tooiden Pepe met swastika’s, hesen hem in SS-uniformen en maakten hem tot een symbool van witte suprematie. Regelmatig kreeg de kikker het iconische kapsel van Donald J. Trump op zijn hoofd geplakt, al dan niet voorzien van een Make America Great Again-petje. Het is tekenend voor de online subcultuur waarin de alt-right gedijt. In de donkere hoeken van berichtenfora als 4chan of Reddit jutten rechtse fanatiekelingen elkaar op, compleet met een eigen terminologie: ‘/pol/’ is politiek correct, zowat het ergste verwijt dat je iemand kunt maken, ‘normies’ zijn de kleurloze Jannen Modaal van deze wereld en ‘cuckservatives’ is een scheldnaam voor de laffe conservatieven die zich vereenzelvigen met het establishment.

Een artikel op Breitbart.com, de website die geldt als thuishaven voor alt-right-sympathisanten, duidt de beweging als een groep jonge, intelligente branieschoppers die er plezier in scheppen de heilige huisjes van slappe liberals en brave Republikeinen omver te kegelen. ‘Zijn het werkelijk zeloten? Net zo min als death metal-fans in de jaren negentig werkelijk satanisten waren. Voor hen is het gewoon een manier om hun ouders op de kast te jagen.’ Volgens de Breitbart-redacteuren is de alt-right aantrekkelijk voor de rechtse jeugd omdat het ‘fris, gewaagd en grappig is, terwijl de doctrines van hun grootouders saai, benauwend en te serieus zijn’.

Kan de alt-right zo makkelijk worden afgedaan als puberale baldadigheid? De memes waarmee ze achteloos strooien zijn ronduit racistisch en antisemitisch. Dit is niet zomaar kattenkwaad, maar de uiting van een gedachtegoed. En dat gedachtegoed is allesbehalve onschuldig, zeker nu het in deze campagne doorgang vindt tot het politieke hoofdpodium. Laat je niet misleiden door de mist van ironie waarin deze brutale ‘reaguurders’ zich hullen, waarschuwde Jonathan Greenblatt van de Anti-Defamation League in gesprek met tv-zender msnbc: ‘Dit zijn dezelfde mensen die veertig jaar geleden kruizen in brand staken. Alleen nu verspreiden ze hun vuur op Twitter.’

Het idee dat alle rassen gelijkwaardig zijn is een politiek correcte mythe die de prullenbak in moet

De term ‘alt-right’ werd gemunt door Richard Spencer, een journalist die in 2010 de website alternativeright.com lanceerde voor publicaties over ‘wit nationalisme’. De 38-jarige Spencer geldt als een van de meest zichtbare figuren binnen de diffuse groepering. Hoewel ‘alt-right’ een label is voor een losse coalitie van rechtse fanatici weet hij een gemeenschappelijke kern te vangen. ‘We willen iets heroïsch’, verklaarde Spencer vorige maand tijdens een persconferentie. ‘We willen iets wat niet gedefinieerd wordt door liberalisme, individuele rechten of kleinburgerlijke normen. We willen iets wat werkelijk Europees en heroïsch is. Dat is waar de alt-right om draait. Ras is echt. Ras doet ertoe en ras is het fundament van identiteit.’

Niemand koesterde de illusie dat rabiaat racisme in Amerika volledig was uitgeroeid, maar na de presidentscampagne van George Wallace in 1972 leken pleidooien voor apartheid toch van het politieke toneel verbannen. Buiten het zicht van de politieke commentatoren bleef white supremacism echter smeulen als een veenbrand. Het internet voorzag het vuurtje van nieuwe zuurstof, de Tea Party-beweging stookte het verder op en het afgelopen jaar fungeerde Donald Trump als een fles spiritus. In augustus hield Hillary Clinton een toespraak in Florida, waarin ze haar opponent in niet mis te verstane bewoordingen verantwoordelijk hield voor de heropleving van rassenhaat: ‘Natuurlijk is er altijd een paranoïde rand geweest in de Amerikaanse politiek, grotendeels gedreven door raciale wrok. Maar nog nooit heeft een kandidaat van een grote partij dit opgestookt, aangemoedigd en het een megafoon gegeven. Tot nu.’

Dat een groot deel van de alt-right zich als een online leger achter Trump schaart, betekent niet direct dat ze hem zien als de ideale kandidaat, of dat ze zich identificeren met de rest van zijn achterban. Alt-right-aanhangers onderscheiden zichzelf graag van ‘dom rechts’: zij zijn niet de boze burgers die op rally’s hun onvrede uiten in eenlettergrepige krachttermen. Zij dragen een weldoordacht wereldbeeld uit. Een wereldbeeld dat hen lange tijd tot de marges veroordeelde. De enige plek waar ze met hun opvattingen terecht konden waren schimmige webfora, waar ze hun tirades het liefst plaatsten onder cryptische pseudoniemen.

‘Trollen’ is het favoriete politieke wapen van de alt-right. Op sociale media als Twitter trekken ze ten strijde tegen de ‘marionetten van de liberale elite’. Opiniemakers met onwelgevallige meningen krijgen onmiddellijk rechtse internethordes achter zich aan. En als die opiniemaker toevallig tot een minderheidsgroep behoort, gebruiken de trolls dat als een stok om mee te slaan. Vrouwen krijgen verkrachtingsdreigementen naar hun hoofd geslingerd, Afro-Amerikanen worden overladen met racistische bagger en joodse namen worden tussen drie haakjes geplaatst. (Het (((echo)))-symbool is een bedenksel van de alt-right om mensen met een joodse achtergrond te identificeren als doelwit voor online intimidatie.) Voor witte nationalisten is het web de frontlinie van een strijd om ‘hun land’ te heroveren.

Amerika is in verval, dat is iets waarover heel alt-right het eens is. Of niet alleen Amerika, maar het Westen als geheel. Net als de identitaire bewegingen in Europa beroepen alt-right’ers zich op hun christelijke wortels. Iedere vorm van multiculturalisme of pluralisme wijzen ze resoluut van de hand. Het idee dat alle rassen gelijkwaardig zijn is een politiek correcte mythe die de prullenbak in moet. Hun systeemanalyse klinkt bij tijd en wijle als het spiegelbeeld van die van hun progressieve tegenstanders: in plaats van institutioneel racisme of seksisme bestrijden zij institutioneel liberalisme en feminisme.

‘Dit land verkeert in crisis. Er zijn mensen nodig die bereid zijn te vechten’

De grote vijand is het ‘cultuurmarxisme’ dat ze overal menen te ontwaren. Cultuurmarxisme is het handelsmerk van ‘regressief links’ dat de samenleving probeert te indoctrineren met waarden als solidariteit, gelijkheid en individuele rechten. Het is dezelfde ‘ideologie’ waartegen Anders Breivik in opstand kwam toen hij 69 jonge leden van de Noorse arbeiderspartij vermoordde op het eiland Utøya. Ageren tegen cultuurmarxisme mondt al gauw uit in een antisemitisch complotdenken. In de ogen van alternatief rechts waren het de joodse denkers van de Frankfurter Schule, filosofen als Herbert Marcuse en Theodor Adorno, die hun vlucht naar de Verenigde Staten aangrepen als een kans om de waarden van een van de machtigste kapitalistische landen te ondermijnen. Door psychologische manipulatie zouden zij erin zijn geslaagd om Hollywood, de academische wereld, de pers en de regerende klasse om hun vingers te winden.

EEN POPULAIRE metafoor in alt-right-kringen is het ‘slikken van de rode pil’. Het is een referentie aan de film The Matrix, waarin hoofdpersoon Neo na het innemen van de capsule de ware realiteit aanschouwt en beseft dat hij al die tijd in een schijnwerkelijkheid leefde. Voor de alt-right is dat het doorprikken van de cultuurmarxistische hegemonie. Het betekent inzien dat het witte ras superieur is, dat vrouwen het zwakkere geslacht zijn, dat joden de touwtjes in handen hebben, dat democratie een farce is en Donald Trump een machtige bondgenoot.

De definitieve versmelting met het Trump-kamp kwam in augustus van dit jaar, toen Steve Bannon werd aangesteld als campagnemanager. Tot dan toe was Bannon de baas bij Breitbart, de website die Trumps kandidatuur vanaf het begin toejuichte. De naamgever en oprichter van de nieuwssite, Andrew Breitbart, stond bekend als een ongeleid projectiel en de ‘rockster van rechts’. Een reputatie waar hij trots op was. Al voordat de term alt-right was uitgevonden tierde hij op de nationale televisie tegen het vermaledijde cultuurmarxisme. Van meet af aan bood zijn site een platform aan provocerende journalistiek die traditionele Republikeinen tegen de schenen schopte.

Nadat Andrew Breitbart in 2012 op 43-jarige leeftijd was overleden aan een hartstilstand kreeg Bannon de leiding over diens geesteskindje. Onder hem groeide de populariteit van Breitbart.com. Vooral onder gedesillusioneerde en gemarginaliseerde rechtsdenkenden werd het een geliefde internetbestemming. Op Breitbart worden ze bevestigd in hun denkbeelden die in de mainstream media als onacceptabel gelden. Zelf verklaart Bannon het succes doordat hij mensen een uitlaatklep biedt voor hun woede. En woede, vindt hij, is een onderschat politiek wapen. ‘Dit land verkeert in crisis’, zei hij in een interview met The Atlantic. ‘Er zijn mensen nodig die bereid zijn te vechten.’

Bannon, die jarenlang als bankier voor Goldman Sachs werkte, wordt gedreven door een diepgewortelde haat jegens alles wat naar links riekt. Toch richt hij zijn pijlen niet alleen op de Democraten, maar ook en vooral op de Republikeinse partijtop. In zijn ogen was George H.W. Bush net zo’n ramp voor het land als Jimmy Carter. Enkel een populistische revolte kan ervoor zorgen dat rechts in de VS een factor van betekenis wordt, gelooft Bannon. Verwonderlijk is het dan ook niet dat Trump sinds zijn aantreden aanstuurt op een frontale botsing met de conservatieve elite. De strategie is even simpel als destructief: Let Trump be Trump.

Het einddoel is niet zozeer het presidentschap van Trump, als wel een complete politieke revolte. Voor Bannon is Trump slechts een instrument om de rechtervleugel over te nemen, schreef Conor Friedersdorf in The Atlantic: ‘Bannon voert een aanval uit op de “aristocratie” met methoden die net zo verantwoord zijn als die van de Jakobijnen. Trump is niet zijn idee van een goede president van de Verenigde Staten. Trump is zijn guillotine.’ De presidentskandidaat zelf speelt die rol in elk geval met verve. Hoe harder Trump daalt in de peilingen, hoe wilder hij om zich heen maait. En hoe meer Trump zich verliest in samenzweringstheorieën, hoe fanatieker zijn alt-right-fans zich roeren. Als een vleesgeworden meme hitst hij de rechtse trollen op.

Op 18 oktober hield Trump een toespraak in Colorado. ‘Clinton dringt het bastion van de gop binnen’, kopte The New York Times die dag. Maar de Republikeinse kandidaat maakte zich geen zorgen. ‘Vergeet de pers’, sprak hij zijn aanhang toe. ‘Lees het internet.’


Beeld: 29 september, Bedford, New Hampshire. Trump-aanhangers met een afbeelding van Pepe the Frog, de ino ciële mascotte van de alt-right-beweging (Damon Winter / The New York Times Syndication / HH)