Rechtsorde als het volk om vergelding roept

Wie moet je het hardste veroordelen? De vier jongens die bij een uit de hand gelopen vechtpartij Meindert Tjoelker hebben doodgeschopt? De 52 procent die nu vindt dat de doodstraf maar weer moet worden ingevoerd?

De mild uitgevallen straffen die drie van de vier moordenaars van Tjoelker (de vierde en jongste was al van vervolging ontslagen) kregen van de rechtbank in Leeuwarden, hebben enorme emoties losgemaakt. Op zichzelf begrijpelijk, zeker als het om familieleden of vrienden gaat. Maar wat ik niet begrijp is dat die emoties onmiddellijk als argumenten gaan dienen voor het eisen van hogere straffen, een hervorming van het strafrecht en invoering van een artikel dat het mogelijk maakt groepsdelicten te bestraffen zonder de schuld van elk van de individuele daders te bewijzen.
Ook hier spelen de verkiezingen een rol, zeker nu de PvdA staat te dringen om hogere straffen te eisen - daarmee CDA en VVD rechts passerend. Maar ook strafrechtgeleerden die zich genuanceerd opstellen en niet vinden dat de rechter zich onmiddellijk met de publieke verontwaardiging moet vereenzelvigen, stellen in één adem dat hij er in zijn beslissing wel degelijk rekening mee moet houden. De rechters in Leeuwarden hebben dat uitdrukkelijk niet gedaan en dat lijkt mij terecht.
De televisie toont ons de huilende zuster van Meindert Tjoelker, die zich afvraagt hoe zij ooit met zulke lichte strafmaten de dood van haar broer zal kunnen verwerken. Als onmiddellijke emotionele reactie op een vonnis kun je daarin meevoelen, maar toch: met wat voor straf krijgt zij haar broer terug? In sommige reacties lijkt het wel of we terug willen naar een rechtsorde waarin wraak centraal staat.
De straffen hadden waarschijnlijk met een slimmer opererende officier van justitie hoger kunnen uitpakken. De jongste verdachte is wel erg snel vrijgelaten, en daardoor wordt het aantrekkelijk hem tijdens het proces een - misschien onevenredig? - groot deel van de schuld aan te wrijven. In hoger beroep kan dat misschien op een betere manier worden behandeld, en de straffen zouden dan hoger kunnen uitvallen. Maar wie is er bij gebaat als vier jongens die nog nooit eerder veroordeeld waren vanwege een afschuwelijke maar niet bewust gewilde doodschop zodanige straffen krijgen dat hun toekomst onmogelijk wordt gemaakt en hun alleen nog het klooster of een criminele carrière rest?
Het is onbevredigend wanneer collectieve misdrijven te laag bestraft worden omdat de individuele schuld van elk van de daders niet precies valt vast te stellen. Het wordt nog erger wanneer slimme advocaten steeds meer in staat zijn dat probleem uit te buiten, zodat hun cliënten geen of te weinig schuld krijgen en officieren van justitie niet mee lijken te kunnen komen in de rechtszaal. Die worden niet naar hun marktwaarde en publieksbekendheid beloond. De advocaten van de moordenaars van Meindert Tjoelker kraaiden zo enthousiast victorie dat ze de openbare aanklager bijna gingen uitleggen wat die had moeten doen om hun cliënten tot hogere straffen veroordeeld te krijgen. Of maakte dat ook onderdeel uit van hun tactiek?
Minister Sorgdrager moet nu van het kabinet uitzoeken of de strafwet zodanig moet worden gewijzigd dat groepen verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor hun gedrag. Hoe dat zou moeten, kan ik niet bedenken, tenzij allen, ook de toevallig aanwezigen, mede verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor wat er in hun aanwezigheid geschiedt. De voorstanders van het gebruik van artikel 140 zullen dit prachtig vinden. Dan kunnen ‘leden van een criminele organisatie’ niet alleen voortijdig worden opgepakt, maar ook makkelijker dan nu tezamen worden veroordeeld.
Uit uitlatingen van de Rotterdamse politiecorpschef Lutken in Buitenhof viel op te maken dat de politie zich na een gezapige periode aan het voorbereiden is op een hernieuwd onrustig politiek klimaat. Ook gezien de huidige ongeregeldheden in Frankrijk, zei hij. De consequenties van de roep om strengere straffen, krachtiger politie-optreden en zero tolerance-beleid kunnen wel eens desastreus zijn.
De publieke opinie lijkt nu zelfs de doodstraf weer te willen, blijkens een opinie-onderzoek. Komt dat omdat mensen werkelijk de straat niet meer op durven, zoals nota bene politiemensen beweren? Ligt dat aan het benadrukken van al die emoties en publieke verontwaardiging door de media en de politiek? Of werkt het mislukte law-and-order-beleid van de voormalige minister van Justitie Hirsch Ballin uiteindelijk toch nog door? De negatieve gevolgen van de doodstraf - de onherstelbare vergissingen, het publieke spektakel, de eindeloos gerekte procedures - het lijkt allemaal plotseling vergeten.
Die plotselinge acceptatie van de doodstraf bewijst in ieder geval dat politiek en rechters zich beslist niet moeten laten leiden door al die kortstondige publieke commotie. Het geweld op straat is niet of nauwelijks toegenomen; een aantal inderdaad afschuwelijke vormen van zinloos geweld hebben sterk de aandacht getrokken. Dat mag en moet worden aangepakt en het kan helemaal geen kwaad als daarbij de emoties en angsten ook aan bod komen. Maar vervolgens kan er alleen maar rustig worden nagedacht en koel gereageerd, met inachtneming van de gevolgen op een veel langere termijn voor ons rechtsbestel.
Er is plotseling uitbarstend fysiek geweld en er is een vorm van sluipend moreel geweld, waarbij de publieke opinie alle raddraaiers en straatvechters maar meteen naar het schavot verwenst. Ik weet niet zeker welke vorm van geweld de ergste is.