Interview Michiel Leezenberg  

‘Rechtvaardigheid is strijd’

Wie aan verkiezingen denkt, denkt aan democratie. Wie over democratie spreekt, verwijst naar Athene. Een hardnekkig misverstand. In Athene was democratie geen kwestie van regels maar van strijd, die bovendien met eer mocht worden gevoerd. Daarover schreef Michiel Leezenberg een boek.

Decennialang zat de westerse cultuur in de beklaagdenbank. Van Dostojevski en Nietzsche tot aan de existentialisten en postmodernisten: de nadruk lag op alles wat er vies, voos en vals was in het Avondland. Maar nu de islam wordt gezien als een acute bedreiging klinkt steeds luider de roep om de gelederen te sluiten, om de zegeningen van onze superieure beschaving te bejubelen. Niet alleen de Verlichting en de Renaissance maken hier deel van uit, ook de klassieke Oudheid. De Griekse cultuur vormt immers de bakermat van onze samenleving, die ondenkbaar is zonder denkkolossen als Socrates, Plato en Aristoteles, zonder de grote tragedies en zonder die briljante Griekse uitvinding, de democratie. Hoe belangrijk het is om zich te verdiepen in die culturele erfenis van de oude Grieken blijkt uit De vloek van Oedipus, het nieuwste boek van Michiel Leezenberg_._ Want uit dat boek wordt óók duidelijk dat die erfenis wat gecompliceerder en ambivalenter is dan menige hedendaagse propagandist van de westerse cultuur vermoedt.

Michiel Leezenberg: ‘Om te beginnen is het onjuist om het begrip democratie te verbinden aan “de” Griekse cultuur. Het idee van één gemeenschappelijke Griekse cultuur is trouwens al onzinnig, dat is het product van romantisch-nationalistische auteurs uit de negentiende eeuw. Zowel de tragedie als de democratie kwam exclusief voort uit het Athene van de vijfde eeuw voor Christus, niet uit andere Griekse steden. Een veel geroemd filosoof als Plato had een bloedhekel aan de tragedies, die hij “onmannelijk” vond, en aan de democratie.’

Belangrijker in het boek van Leezenberg, dat een politieke lezing geeft van de laatste tragedie van Sofocles, Oedipus in Colonus, is dat het begrip democratie in het vijfde-eeuwse Athene op enkele fundamentele punten verschilt van onze liberale democratie. Iedereen weet wel dat Athene geen representatieve democratie kende en dat slechts een klein deel van de volwassen bevolking burgerrechten had, maar er zijn verschillen die nog essentiëler zijn.

Leezenberg: ‘In het liberalisme vormen de rechten van het individu en de individuele vrijheid het uitgangspunt en het doel van de politieke orde. In Athene was de individuele vrijheid geen recht, maar een voorwaarde om deel te kunnen nemen aan de politiek. Wie zich misdroeg, wie onbeheerst gedrag vertoonde of wie zich bijvoorbeeld tijdens grote conflicten op de vlakte hield en geen standpunt innam, kon zijn burgerrechten kwijtraken.

Een ander kenmerk van het liberalisme is de overtuiging dat de individuele vrijheid alleen gegarandeerd kan worden door de rechtsstaat. Het ziet de rechtsstaat als een neutraal kader, waarbinnen conflicten op vreedzame wijze kunnen worden opgelost. Athene was echter helemaal geen rechtsstaat. Het kende geen grondwet en onafhankelijke rechtbanken, het idee van mensenrechten of precedentwerking bestond niet. Terwijl bij ons de wet het kader is waarbinnen de politiek opereert, zodat die een in hoge mate ritueel karakter krijgt, ging in Athene de politieke strijd aan de wet vooraf en kon die wet telkens weer opnieuw de inzet van politieke strijd worden.’

Die voortdurende strijd, in het Grieks stasis, kon natuurlijk escaleren. De Atheners waren zich daarvan bewust. Leezenberg: ‘Ze waren voortdurend op zoek naar evenwicht. Ze kenden geen scheiding der machten, zoals door Montesquieu geformuleerd en die in liberale samenlevingen wordt gehanteerd, maar streefden de hele tijd naar een balans der machten. Wie te veel macht kreeg riskeerde verbanning.’

Dit zoeken naar een balans mag evenwel niet worden verward met streven naar consensus.Leezenberg: ‘In liberale samenlevingen lijkt consensus een doel op zich te zijn geworden. Er moet consensus zijn over waarden en normen, over centrale begrippen, over wat je wel en wat je niet mag zeggen. Als je naar het democratische Athene kijkt, zie je dat zo’n overeenstemming nooit bereikt werd en dat ze wellicht zelfs ongewenst was. Een begrip als rechtvaardigheid is voortdurend onderwerp van twist. Zoals Heraclitus al zei: “Je moet weten dat rechtvaardigheid strijd is.” Het zoeken naar gedeelde normen en waarden als fundament voor democratie is een illusie.’ Dit staat haaks op de opvatting die in de recente discussies over democratie en vrijheid van meningsuiting overheerst. Voormalig minister Donner werd afgebrand omdat hij met zijn opmerking dat het in beginsel mogelijk was om de grondwet zo te wijzigen dat de sharia ingevoerd kon worden, veel te procedureel had gedacht. Hij zou uit het oog hebben verloren dat het gaat om de democratische waarden, die nimmer overgeleverd mogen worden aan de wil van de meerderheid. Sommigen, zoals Yoram Stein in Trouw, verwezen daarbij expliciet naar de Griekse cultuur en brachten onder anderen Socrates en Plato in stelling.

Leezenberg: ‘Dat is merkwaardig. Socrates en Plato wilden de stasis, de politieke strijd, uitbannen en waren dus tegen de democratie. Maar nog merkwaardiger is eigenlijk dat wij in een democratie, waarin iedereen vrijelijk mag denken en zijn mening mag uiten, van tevoren eisen dat iedereen dezelfde waarden en normen onderschrijft. Dat zie je ook weer met de discussie over het al dan niet erkennen van de genocide op de Armeniërs. Overigens is het ook gek dat veel mensen die nu van Nederlandse Turken eisen dat ze in het openbaar de genocide erkennen, elders hameren op de vrijheid van meningsuiting. Dat zag je trouwens ook in het debat over Donner. Critici die het liefst artikel 1 en 23 van de grondwet zouden schrappen, deden nu alsof diezelfde grondwet sacrosanct is en nooit gewijzigd mag worden.’

Hoewel de Atheners wat minder bangelijk met de vrijheid van meningsuiting en de wil van de meerderheid omgingen dan veel Nederlanders wijst Leezenberg erop dat het Griekse woord parrhèsia (het recht alles te zeggen) niet inhield dat je ongeremd mensen kon beledigen: ‘Wie op de agora deelnam aan de politieke besluitvorming werd niet geacht er maar van alles uit te flappen. Iemand die alles maar zegt wat in hem opkomt of die staat te schreeuwen en te schelden, heeft zichzelf niet in de hand. En wie zichzelf niet kan beheersen, behoorde volgens de Atheners ook geen macht uit te oefenen in de stad. Wie alles zegt is onvrij en riskeert dus het verspelen van zijn burgerrechten. Bovendien sprak men niet alleen om gehoord te worden, om zijn mening te ventileren, maar om praktische of politieke doelen te bereiken. Dat is heel wat anders dan de vrijheid die bij ons bijvoorbeeld columnisten hebben.’

Volgens Leezenberg hadden de tragediedichters weliswaar een grotere vrijheid, maar ook die was aan grenzen gebonden: ‘Juridisch gezien was de vrijheid totaal, maar toch legde men zich beperkingen op. Ook hier ging het om de vraag wat een vrij man behoorde te zeggen. Het was mogelijk om politieke of militaire leiders publiekelijk aan te vallen, om hen uit te dagen of belachelijk te maken. Wanneer je van mening was dat iemand niet geschikt was om leiding aan de stad te geven, dan kon je dat zeggen. In de komedies uit dezelfde tijd werden die leiders zelfs voorgesteld als eerloos, en daarmee de Atheense democratie onwaardig. Een eerloos iemand heeft immers niet het recht deel uit te maken van het bestuur. Absoluut not done was echter het aanvallen van iemand die al op de grond lag. Dat was een vrij man onwaardig. Overigens was in Athene de scheiding tussen literatuur en politiek niet zo duidelijk als bij ons. Wat op de bühne werd gezegd, deed ertoe.’

Het is onmogelijk om het Atheense model toe te passen op onze samenleving, blijkt ook anderszins uit Leezenbergs heldere en erudiete boek. Niet alleen had de polis een heel andere schaal dan huidige politieke eenheden, onze maatschappij kent ook allerlei sferen die in het Athene van 2500 jaar geleden niet bestonden: de staat, het privé-domein en de openbaarheid. Toch heeft het zin om je in die andere Atheense democratie te verdiepen.

Leezenberg: ‘Fascinerend is dat Athene zonder voor ons vanzelfsprekende concepten als het sociaal contract, de rechtsstaat en de scheiding der machten toch een democratische samenleving kon blijven. Dat kon doordat de mensen streefden naar een balans van machten, naar politiek evenwicht. Doordat ze dat echter niet eens en voor altijd vastlegden, waren ze flexibel en konden ze zich aanpassen aan gewijzigde omstandigheden. Bij ons is de scheiding tussen wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht zo’n tweehonderd jaar geleden ingevoerd. Sindsdien zijn er nieuwe machten bijgekomen, als bureaucratie, massamedia en markteconomie. Maar we werken nog steeds met een juridisch kader van twee eeuwen oud.

Die neiging alles te institutionaliseren, alles vast te leggen en ook precies te omschrijven welke waarden en normen iedereen moet onderschrijven, staat haaks op de manier waarop de Atheners met hun democratie omgingen. Wij zouden ons best wat meer bewust mogen zijn van het feit dat ons stelsel van liberale democratie het product is van een historische ontwikkeling van pakweg de laatste 250 jaar. En die rechtsorde is heel wat minder onaantastbaar en heel wat problematischer dan veel liberalen denken. Wij gaan ervan uit dat de nationale en internationale rechtsorde een neutraal kader is, dat we alle problemen volgens de regels kunnen oplossen. Maar hoe vaak botsen niet de waarden die wij zo belangrijk vinden? Dat zag je bij het debat over Irak. Tegenstanders vonden dat je niet zomaar mag ingrijpen in een ander land, omdat je het beginsel van de volkssoevereiniteit schendt. Maar is die soevereiniteit belangrijker dan het internationaal verbod op volkerenmoord en heb je niet de plicht een einde te maken aan een genocidaal regime? Wat we van de Atheners kunnen leren, is dat je dergelijke kwesties niet kunt oplossen door middel van een juridisch debat, maar dat het gaat om een politieke strijd. En Sofocles’ tragedies suggereren dat zulke strijd nooit uit zal monden in een algemeen aanvaarde notie van rechtvaardigheid.’

In 2002 schreef Leezenberg het geprezen overzichtswerk Islamitische filosofie. Is de islamitische erfenis voor hem net zo inspirerend als die van het vijfde-eeuwse Athene? Michiel Leezenberg: ‘Misschien niet even inspirerend, maar het is wel belangrijk dat we ons erin verdiepen. De erfenis van het klassieke Griekenland wordt al eeuwenlang onderwezen als een centraal bestanddeel van onze cultuur. Dat is toch iets anders. Overigens staat de islamitische traditie in sommige opzichten veel dichter bij ons dan het gepraat over botsende beschavingen suggereert. Je moet niet vergeten dat de islamitische filosofie voor een groot deel teruggrijpt op Plato en Aristoteles en op het Romeinse recht. Het waren Arabische geleerden die in de Middeleeuwen de Europese christelijke denkers lieten kennismaken met de Griekse filosofie. Maar met de Atheense democratie heeft dat dus weinig of niets te maken.’

Michiel Leezenberg, De vloek van Oedipus: Taal, democratie en geweld in de Griekse tragedie, Van Gennep, 216 blz., € 19,90