Redactioneel

Daar liggen nu de nieuwe delen van de literatuurgeschiedenis te blinken in de boekhandel. Na zoveel jaar eindelijk weer een standaardwerk. Het zal wel toeval zijn dat net nu een complete generatie letterkundigen haar testament op schrift stelt een nieuwe generatie hoogleraren moderne Nederlandse letterkunde aantreedt. Jos Joosten in Nijmegen, Thomas Vaessens in Amsterdam, Geert Buelens in Utrecht. Even voor alle duidelijkheid: in Groningen zetelt nog wel enige tijd de ook best-nog-jonge G.J. Dorleijn, en Jaap Goedegebuure is van Tilburg naar Leiden verhuisd. Het stuk van Thomas Vaessens naar aanleiding van de nieuwe literatuurgeschiedenis in het vorige nummer van Literatuur[De Groene Amsterdammer] heeft veel discussie opgeleverd en leidde tot grote stukken in nagenoeg alle landelijke kranten. Het leidde zelfs tot een verhit debat in de Balie in Amsterdam, waar literatuurgeschiedschrijver Hugo Brems opmerkte dat de animo voor dergelijke discussies erop wijst dat er iets definitief in verandering is. Over het onderwerp is het laatste woord inderdaad nog niet gezegd. In dit tweede nummer van Literatuur[De Groene Amsterdammer] geeft Arnold Heumakers zijn visie op het stuk van Vaessens en verbindt het met een fundamentele verandering die zijns inziens ons hele begrip van kunst en literatuur op losse schroeven zet: het einde van de Romantiek als grondslag van onze kunst- en literatuurbenadering.

Als je het lijstje hoogleraren bekijkt kun je één ding objectief vaststellen: wie hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde wil worden, moet man zijn en niet zozeer het proza als wel de poëzie als onderzoeksobject hebben. Wat is er toch mis met die goede oude roman? We hebben een gedichtendag maar geen romandag, we hebben een dichter des vaderlands en geen romancier des vaderlands. Als eens een beleidsnota (Ik heb een ceder in mijn tuin geplant) of partijprogramma (Alles van waarde is weerbaar) een literaire naam krijgt, dan is het altijd een dichtregel, en nooit eens de titel van een roman of een mooie openingszin.

Waarom lukt het de roman niet (meer) om zich zo nadrukkelijk in het publieke domein te manifesteren? Of valt het allemaal wel mee? Literatuur[De Groene Amsterdammer] neemt het in dit nummer op voor de verschoppeling onder de literaire genres door de roman te belichten vanuit diverse eeuwen en standpunten.

Literatuur[De Groene Amsterdammer] zal hierna in 2006 nog drie keer uitkomen: in juni, augustus en november. Voor wie geen dag zonder kan, is er met ingang van 13 maart ook een eigen website beschikbaar:

literatuur.groene.nl. Daarop staan recensies, wetenswaardigheden en een archief van artikelen uit Literatuur[De Groene Amsterdammer]. Wie met ingang van 25 augustus een abonnement op Literatuur[De Groene Amsterdammer] wil, kan zich nu daarvoor opgeven als belangstellende door te e-mailen naar literatuur@groene.nl.

Wij zien u gaarne als nieuwe abonnee tegemoet.

Johan Koppenol

Lisa Kuitert

Johan Oosterman

Sander Pleij

Marja Pruis