Literatuur special

Redactioneel: Literatuur

Toen enkele weken geleden ‹Knielen op een bed violen› van Jan Siebelink na het winnen van de Ako-prijs een bestseller werd, reageerde de boekhandel met enige verbazing. Voor het eerst in drie jaar stond een Nederlandse literaire roman op 1! Het vakblad van de boekenbranche maakte er zelfs voorpaginanieuws van. Zijn we dan zo ver afgedwaald van de Nederlandse literatuur? Nee, dat niet, maar het is een feit dat de koek verdeeld wordt over twee of drie mega-sellers – meestal van buitenlandse origine – en dat andere titels tot marginale verkoop en geringe media-aandacht gedoemd zijn.

Er is een categorie boeken waarvoor deze stelling wel heel erg opgaat: de boeken uit ons literaire verleden, vaak niet eens meer leverbaar, door velen niet meer gekend. Gaat het over P.C. Hooft, dan denkt menigeen aan een winkelstraat met shoppende Estelle Gullit in plaats van een zingende Maria Tesselschade. En gaat het over de oudere letteren, dan kun je er donder op zeggen dat je een stuk over de canon leest. En wie canon zegt, snijdt een probleem aan, want canon, dat is verplichte kennis, die moet worden afgedwongen om er een algehele culturele teloorgang mee aan het zicht te onttrekken.

Dat je het ook over de oudere letteren kunt hebben omdat ze zo plezierig zijn om te lezen, omdat ze vermaken, ontroeren of iets laten zien van ons eigen verleden, ons een spiegel voorhouden, mag wel eens wat nadrukkelijker getoond worden. Er zijn natuurlijk tal van – slinkende – boekenbijlagen, met vooral veel non-fictie, literaire tijdschriften met nieuwe literatuur, cultuurpagina’s over pas verschenen bestsellers, boekenglossy’s zelfs, maar wat steeds ontbreekt, is een blad waarin de literatuur wordt opgevat als één geheel. Waarin hedendaagse schrijvers gebroederlijk naast zeventiende-eeuwse reuzen en middeleeuwse genieën staan. Waar Bilderdijk een even grote zeggingskracht heeft als Ilja Leonard Pfeijffer. En waar de Nederlandse literatuur ook regelmatig bekeken wordt als onderdeel van de Europese letteren. ‹Literatuur›, de nieuwe bijlage van De Groene Amsterdammer, wil dáár iets aan doen. Want literatuur bestaat niet uit een vroeger en een nu, voor de literatuur telt slechts één criterium: is het wat, of is het niks?

In deze bijlage staat Slauerhoff dus naast P.C. Hooft en Marja Brouwers naast Belle van Zuylen. Niemand zal beweren dat je ze allemaal op dezelfde wijze leest, dat hoeft ook niet. Marja Brouwers verslind je (of niet!) en Belle van Zuylen is meer om van te proeven. Bijvoorbeeld als je even geen trek hebt in de waan van de dag. Wij hopen zo de geïnteresseerde lezer een beeld te geven van de rijkdom van de Nederlandse literatuur. We staan daarmee in een lange traditie. Eind achttiende eeuw sprak Mathijs Siegenbeek, de eerste hoogleraar in de Nederlandse taal en welsprekendheid, al in fiere bewoordingen over de zegeningen van het literaire verleden. Dat enthousiasme moet ook hier van de bladzijden spatten.

De artikelen worden geschreven door kenners en vaklui. Nieuw onderzoek wordt gepresenteerd, verdedigd en bekritiseerd. Studies en romans worden, ook na snelle krantenrecensies, nog eens uitgebreid gewogen. Onderzoeksvragen worden geopperd en mythevorming wordt onder de loep genomen. Aan bod komen boeken over letterkunde, poëzie, nieuwe romans, heruitgaven en wetenschappelijk onderzoek, waarbij de moderne literatuur en de oudere letterkunde beide onze aandacht hebben.

‹Literatuur› zal eens in de drie maanden verschijnen als bijlage bij De Groene Amsterdammer, maar kan ook in de losse verkoop worden aangeschaft. Het wordt gemaakt door de redactie van het magazine ‹Literatuur›, dat begin dit jaar ophield te bestaan, om nu te worden heropgericht als uitgave van De Groene Amsterdammer. Het hoopt net als de vorige ‹Literatuur› ook nu weer te zijn: een blad voor liefhebbers.

Johan Koppenol

Lisa Kuitert

Johan Oosterman

Sander Pleij

Marja Pruis