Reddeloos

New York - Kort voor de Congres-verkiezingen werden dankzij het werk van de Britse, de Saoedi-Arabische en de Amerikaanse geheime diensten vijf bommen aan boord van vrachtvliegtuigen ontdekt en onschadelijk gemaakt. Alle televisiestations maakten er uitvoerig werk van.

Wel twintig keer heb ik die dingen gezien, waarbij telkens weer werd verteld dat we hier met een ongelooflijk krachtig explosief te maken hadden. Ze waren aan een synagoge in Chicago geadresseerd. De afzender was vermoedelijk de beruchte Saoedische terrorist Ibrahim Hassan al-Asiri die ook verantwoordelijk wordt gehouden voor de onderbroekbom die vorig jaar Kerstmis met de eigenaar in een vliegtuig had moeten ontploffen. Allemaal sensationeel genoeg voor het gesprek van de dag. Maar het publiek raakte niet onder de indruk. Alle aandacht ging naar de steeds meedogenlozer worsteling tussen de Democraten en de Republikeinen en wat de Tea Party ervan zou maken. Voor terroristen was geen tijd.
En nu, een week na de verkiezingen, bestaat het buitenland nog steeds niet. De president is voor drie dagen op staatsbezoek in India. Misschien niet zo verstandig om meteen na zo'n nederlaag op reis te gaan, maar India speelt een belangrijke rol in de buitenlandse politiek. Het gaat wel goed met de handelsbetrekkingen. New Delhi koopt voor 5,8 miljard dollar aan Amerikaanse transportvliegtuigen. Ook op het gebied van militaire samenwerking valt niet te klagen. Amerika houdt met India meer gemeenschappelijke oefeningen dan met enig ander land. Maar de Indiërs maken zich zorgen over de niet eindigende oorlog in Afghanistan en het Amerikaanse bondgenootschap met Pakistan. In dat land wordt India weer gezien als het grootste gevaar. Het gevolg daarvan is dat de strijd tegen de Taliban niet de hoogste prioriteit heeft. En is de tijd rijp voor een gemeenschappelijk beleid van Amerika en India tegenover China?
Allemaal urgente vragen waarop Obama en premier Manmohan Singh in die drie dagen geen antwoord zullen geven. En dan, na een bezoek aan Indonesië, keert Obama terug naar zijn wespennest in Washington. Daar heeft mevrouw Michele Bachmann van het Huis van Afgevaardigden en vooraanstaand lid van de Tea Party bekendgemaakt dat de president op zijn reis begeleid wordt door een vliegdekschip en nog 33 oorlogsschepen. Verder heeft hij een staf van drieduizend ambtenaren die in 870 kamers van het Taj Mahal Hotel in Mumbai zijn ondergebracht. Bij elkaar zal het de belastingbetaler tweehonderd miljoen dollar kosten, per dag. Allemaal onzin, maar wel het onderwerp van een hoofdartikel in The New York Times.
Waar is de buitenlandse politiek van Amerika gebleven? Moeten we er rekening mee houden dat de komende twee jaar het nieuws uit Washington zal gaan over de oeverloze ruzies tussen de Republikeinse meerderheid in het Huis van Afgevaardigden en een aangetaste president? Over de grote belastingverlagingen die de Republikeinen willen, ondanks het enorme tekort op de begroting, over de afbouw van Obama’s gezondheidszorg, de drastische beperking van het aantal ambtenaren, de controverse over abortus, de aanvaarding van homoseksuelen in de strijdkrachten, wat er verder op de rechts-Republikeinse verlanglijst staat? Zoals het er nu uitziet: ja. Gedetailleerde cijfers van de verkiezingsuitslag laten zien dat de splitsing in het electoraat is doorgedrongen tot alle groepen kiezers. Deze verkiezingen zijn een geweldige overwinning voor de extremen van rechts die nu bij de Republikeinen de toon zetten. Links, liberal, is gedecimeerd. De gematigden, de kern van elke democratie, lijken reddeloos op de terugtocht.
Dat kan ook de president zich persoonlijk aantrekken. Twee jaar geleden heeft hij zijn campagne gevoerd met de boodschap dat hij alles zou veranderen. Toen heeft hij zijn kiezers tot een geestdrift gebracht waardoor hij aan grote voorgangers, J.F. Kennedy en Ronald Reagan, deed denken. Toen heeft hij ook nog de Nobelprijs voor de vrede gewonnen. Maar het is hoofdzakelijk bij zijn redenaarskunst gebleven. De oorlogen zeuren voort, de economische crisis heeft hij niet voldoende bestreden. Wekken de Republikeinen de indruk dat ze het over twee jaar beter zullen doen? Voorlopig niet. Wat is nu uw belangrijkste doel? werd de Republikeinse leider Mitch McConnell gevraagd. Obama uit het Witte Huis te jagen, zei hij. Dat was dat.
De kiezers zijn niet zomaar boos over de crisis en de oorlogen en op Washington in het algemeen. Er heerst een sfeer van diepe malaise, een gevoel van uitzichtloosheid op ieder gebied. Die toestand wordt op het ogenblik in alle media, van links tot rechts verwoord. Het zou de moeite waard zijn een bloemlezing te maken uit de columns van deze week. Alle schrijvers formuleren op hun manier wat er aan de natie ontbreekt. Leiderschap, visie. De natie is in neergang. In Washington weten ze het niet meer. En de Republikeinen beloven nu koeien met gouden horens, maar zijn, vrees ik, binnen een half jaar ook door de mand gevallen. Twee jaar zal het Westen het zonder zijn machtige leider moeten doen. En in Europa maken we er op het moment ook niet veel bijzonders van.