Corona: De economische maatregelen

Redden we werknemers of bedrijven?

Wat gebeurt er om de Nederlandse en Europese economie door de coronacrisis te helpen? Veel hulp blijkt in de vorm van leningen te komen. Een schuldexplosie dreigt.

Artikelen in De Groene Amsterdammer over de coronacrisis zijn voor alle lezers gratis te lezen. Interesse om meer te lezen?

De coronacrisis zorgt voor drie soorten problemen in de economie. De eerste zijn we heel lang niet meer gewend: fysieke tekorten van mondkapjes, testmateriaal, misschien ook beademingsapparatuur. De oplossing ligt deels in privé-initiatief (ziekenhuizen in Delft en Assen gaan zelf produceren) en deels in publieke maatregelen zoals invordering. Gelukkig dreigen er geen tekorten voor andere producten, zolang internationale handelskanalen blijven functioneren.

De tweede soort problemen zijn de liquiditeitsproblemen die ontstaan als inkomsten (lonen en winsten) wegvallen, maar kosten zoals huur, hypotheek, verzekering en levensonderhoud doorlopen. Liquiditeitsproblemen zijn direct nijpend. Hier ligt de focus van de eerste golf maatregelen.

De derde soort problemen betreffen bedrijfsmodellen die de crisis niet gaan overleven; hun solvabiliteit staat op het spel. Dit speelt op de langere termijn, en visie en voorkeuren gaan daarin zwaarder wegen. Wie worden er deel van de postcorona-orde? Of we het willen of niet, hierin gaan politieke keuzes gemaakt worden – deels gebeurt dat al, zie de steun voor klm.

Economie gaat over verdelen, en de markt doet dat niet goed in tijden van paniek. Als we met elkaar geloven dat wc-papier volgende week op is, dan gebeurt dat ook, in de supermarkt althans.

Dat geldt voor financiële middelen nog sterker dan voor goederen. Als toeleveranciers, banken en investeerders geloven dat een bedrijf of een land geen toekomst heeft, krijgt het geen opdrachten en geen geld, en is het inderdaad financieel ten dode opgeschreven. Alles draait allereerst om liquiditeit, dus om perceptie, dus om leiderschap waardoor de publieke perceptie gevormd wordt.

De eerste maatregel moest daarom retorisch zijn. Zondag 15 maart presenteerden de ministers Wiebes, Hoekstra en Koolmees gezamenlijk een plan van aanpak. Maandag kwam premier Rutte met een tv-toespraak. Dit was economisch beleid van de bovenste plank, ondanks ongelukkige uitspraken over zzp’ers en groepsimmuniteit. Op de woorden volgden daden. Het Nederlandse kabinet maakte 20 miljard euro beschikbaar.

Weinig overheden hebben zo snel en genereus publiek geld ingezet om de eerste klap van de coronacrisis economisch op te vangen. Toch zijn er ook kritische kanttekeningen te maken. Gelijke behandeling van grote en kleine bedrijven, en van werknemers aan de boven- en onderkant van de arbeidsmarkt lijkt nu al mis te gaan. klm gaat via de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (now) staatssteun ontvangen. Voorwaarde voor toegang tot de now is dat er geen personeel ontslagen wordt. Toch gaat klm vijftienhonderd tot tweeduizend mensen ontslaan, een voornemen dat ook na toezegging van de now-steun niet van de baan is.

Het kabinet heeft beloofd dat er meer komt en dat kan ook, aldus minister Hoekstra, omdat onze staatsschuld nog met 90 miljard euro kan groeien voordat we de grens van zestig procent van het bbp bereiken. Deze grote buffer steekt schril af tegen die van de sommige bedrijven. KLM-AirFrance heeft bijvoorbeeld eind 2018 bijna 200 miljoen euro aan de aandeelhouders gegeven door eigen aandelen op te kopen. Het bedrijf had die tweeduizend werknemers voor 200 miljoen euro een jaar genereus betaald verlof kunnen geven voor een ton per persoon – als het bedrijf meer aan zijn werknemers en minder aan aandeelhouders had gedacht.

Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen hebben de afgelopen tien jaar 96 procent van hun kasgeld aan zulke share buybacks besteed en smeken nu om geld van de overheid. Wat nu gered wordt is het aandeelhouderskapitalisme – een model dat door velen als failliet beschouwd wordt, maar nu toch even niet failliet mag gaan. Misschien niet, maar dan is dit het moment om voorwaarden aan de steun te stellen.

Bijzondere aandacht verdienen ook de 900.000 banen van arbeidsmigranten, voor de helft afkomstig uit Centraal- en Oost-Europa. Ze verdienen meestal minder dan vijftien euro per uur, zodat de bouw, tuinbouw en horeca profijtelijk kunnen draaien. Door hun uitzendbureaucontracten vallen de migranten buiten het ontslagverbod dat de now als voorwaarde stelt. Ze hebben onvoldoende eigen geld om het lang uit te houden, zijn vaak beroerd gehuisvest en dus kwetsbaar voor het virus, en kunnen door reisbeperkingen niet zomaar terug naar het land van herkomst. Ook voor hen moet er een genereuze regeling komen.

Een fundamentele keuze in het hulppakket is die tussen overdrachten (geld voor niets) en leningen. Ik moest bij de lijst noodmaatregelen denken aan Man vermist (1984), waarin Youp van ’t Hek een kredietvertegenwoordiger speelt die een klant belt. ‘Mevrouw Van de Velde, goedemorgen. Hoe gaat het? Grieperig? En financieel? Ook grieperig?’ Volgt de sketch ‘lenen lenen, betalen betalen’. Als we niet oppassen moeten velen ook deze griep bekopen met toekomstige rente en aflossingsbetalingen. Afgezien van de aanvullende inkomensondersteuning voor ondernemers en de now-regeling gaat het hele steunpakket over leningen en het ondersteunen van leningen.

Volgens Wiebe Draijer (Rabobank) waren de banken in 2008 onderdeel van het probleem en nu van de oplossing. De uitgestelde rente en aflossing, die ondernemers even lucht geven, zijn inderdaad zeer welkom. Maar de banken profiteren zelf ook. Eerder dit jaar klaagden ze geen winst meer te kunnen maken, nu kunnen ze aan de slag met overheidsgaranties voor de leningen. Voor de banken is dit een prachtpakket.

Wie worden er deel van de postcorona-orde? De politiek bepaalt

Schulden moeten echter wel uit inkomsten betaald gaan worden. Hoe? Ondernemers krijgen nu inkomensondersteuning die ze dus voor een deel opzij moeten zetten om over zes maanden de aflossing en rente te gaan betalen. Het gevaar is dat inkomensondersteuning niet de effectieve vraag in de economie ondersteunt, maar doorstroomt richting aflossing en rente.

Het kabinet zou daarom meer met overdrachten en minder met leningen moeten werken. Als het al wil helpen met krediet, dan kan dat beter met een publiek leenprogramma. Wellicht kunnen de private banken als portal van staatsleningen dienen. Private partijen verdienen zo niet aan de noodhulp van het kabinet, wat wel zo netjes is. Bovendien is de staat dan de leninggever, en dus de schuldeiser. Dit maakt later eventueel uitstel of verlaging van de schulden gemakkelijker.

Volgens de Europese Commissie zijn lidstaten tot nu toe voor één procent van hun bbp bijgesprongen, bovenop overheidssteun die automatisch in werking treedt door toenemende werkloosheidsuitkeringen en andere overdrachten. Nederland gaat met 20 miljard euro (2,25 procent van het bbp) fors verder. EU-landen hebben bovendien tot ongeveer tien procent van hun bbp aan liquiditeitssteun klaargezet, in de vorm van leningen en garanties van leningen.

Naast de nationale uitgaven wil de Europese Commissie met het Coronavirus Response Investment Initiative 37 miljard euro investeren in gezondheidszorg, mkb en arbeidsmarkten, en bovendien nog eens 28 miljard aan al bestaande structuurfondsen voor coronahulp bestemmen. De Europese Investeringsbank wil 28 miljard aan bedrijfsleningen gaan verschaffen, met ‘voortgaande inspanningen’ om hier nog eens 20 miljard bij te doen.

Alles bij elkaar is dit slechts 0,6 procent van het EU bbp van bijna 19 biljoen euro: een druppel op een gloeiende plaat. De Italiaanse premier Giuseppe Conte en de Franse president Emmanuel Macron riepen daarom op 17 maart op ‘corona bonds’ uit te gaan geven: schuldobligaties van de Unie als geheel. EU-Commissievoorzitter Ursula von der Leyen zei vrijdag 20 maart hiervoor open te staan.

Private investeerders kunnen deze obligaties kopen. Het zo opgehaalde geld komt de getroffen EU-economieën ten goede via leningen verstrekt door het European Stability Mechanism (esm), een permanent financieel noodfonds van de EU. Tijdens de eurocrisis werd dit nooit gerealiseerd, vooral door weerstand uit wat sinds 2018 de ‘Hanzeliga’ is gaan heten (Denemarken, Estland, Finland, Ierland, Letland, Litouwen, Nederland en Zweden). Nog eerder deze maand traineerde de Hanzeliga het EU-budget voor 2017-2021, dat daardoor niet vastgesteld kon worden.

Hoewel Hoekstra zegt ‘open te staan’ voor corona bonds, is de eerste concrete test van zijn gulheid slecht verlopen. Premier Conte riep 19 maart op tot het geven van noodkredieten uit het esm-fonds. Maar Duitsland en Nederland zijn tegen, naar verluidt om de stemming op de financiële markten niet te bederven. Het esmis een rampenfonds, dus op welke ramp wachten ze nog?

Ze zullen moeten bijdraaien, want er is geen alternatief. Italië, met een schuld van 135 procent van het bbp, kan zichzelf al snel niet meer in de private markten financieren. Dan moeten de Europese Centrale Bank (ecb) en EU toch bijspringen, al was het maar om de euro te redden. Dan beter proactief en uit solidariteit handelen – zoals in 2012 al had moeten gebeuren. Hoekstra en Rutte spelen nu met vuur door private investeerders in onzekerheid te laten.

Hoe gevaarlijk dat is, merkte ecb-voorzitter Christine Lagarde toen zij op 12 maart waarschuwde dat de ecb er niet is om de rente laag te houden. Investeerders concludeerden dat de ecb de handen aftrok van Italië; de Italiaanse obligatierente liep meteen op. Op 18 maart kwam Lagarde hierop terug toen ze een Pandemic Emergency Purchase Programme aankondigde van 750 miljard euro, in te zetten waar nodig – ook in Italië dus. Door het pepp zakte de rente weer.

Het geeft aan hoe snel de toegang tot private financiering kan wankelen, zeker nu investeerders in cash vluchten. Er wordt daarom al volop gespeculeerd over de volgende stap: ‘helikoptergeld’. EU-obligaties zouden dan direct van overheden gekocht worden door de ecb middels ‘monetaire financiering’. Voorstanders vragen zich af waarom private investeerders ons tegen rente en fees de euro’s moeten lenen die we zelf uitgeven. Zover is het nog niet, want politici zijn huiverig voor helikoptergeld vanwege angst voor inflatie. Maar de eerste klap in het economische gevecht geeft slechts even lucht – totdat de Amerikaanse economie begin volgende maand ook vol geraakt gaat worden. Helikoptergeld lijkt daarbij onontbeerlijk.

De drastische inperking van economie, mobiliteit en burgerrechten, en de enorme schaal waarop nu geld vrijgemaakt wordt voor de noodrespons, werpen een ongemakkelijke vraag op. Waarom doen we dit eigenlijk? Het antwoord lijkt overduidelijk: om doden te voorkomen. Dat mag veel kosten, becijferde de Italiaans-Amerikaanse econoom Luigi Zingales. Een ‘statistisch leven’ is ons ongeveer 13 miljoen euro waard – een bedrag dat berekend kan worden op basis van het extra salaris dat werknemers willen ontvangen om een meer risicovol beroep uit te oefenen. Zingales rekent voor dat het zo bezien economisch rationeel is voor de VS om 65.000 miljard dollar uit te geven om coronadoden te voorkomen. Dat is equivalent aan drie jaar de Amerikaanse economie stilleggen. Zover gaat het misschien niet komen, maar zover zouden we wel moeten willen gaan als we er rationeel naar kijken, stelt Zingales.

Wat nu als we deze rationaliteit ook eens op andere gebieden toepassen? Luchtvervuiling kost in Europa 800.000 doden per jaar. We zouden per jaar dus 5200 miljard euro (13 miljoen maal 400.000) moeten overhebben voor het halveren ervan. Het European Green Deal Investment Plan roept op tot 1000 miljard euro over de komende tien jaar, oftewel 100 miljard per jaar. Vijftig keer zo weinig als de kosten van het halveren van de Europese vervuilingsdoden. En daar moet de hele groene transitie in Europa van bekostigd worden.

We zijn nu bereid enorme kosten te dragen om de impact van een tijdelijke calamiteit te minimaliseren. Wat zijn we dan bereid te doen om de impact van verkeer, vervuiling, uitputting en opwarming te verminderen – een calamiteit in slow motion? Maakt de coronacrisis zulke aanpassingen meer of minder waarschijnlijk? En wanneer beginnen ze: na de crisis, of nu al? Welke voorwaarden moeten we daarom nu aan klm stellen voor de hulp die het ontvangt? Vragen die snel beantwoord moeten worden.