Redder van joden

David M. Crowe
Oskar Schindler: De biografie en het ware verhaal achter de ‘Schindlerlijst’
Verbum, 816 blz., € 39,50

Medium crowe

Er zijn van die boeken die je met een zekere weerzin ter hand neemt, omdat je denkt dat je het inmiddels wel weet. Eerlijk gezegd overkomt dit me nogal eens bij boeken over de shoah. Wat voegen de meeste publicaties nog toe aan onze kennis? Moeten we wel elk detail weten? Toegegeven, het is een niet erg wetenschappelijke houding, maar aan de andere kant, wanneer je probeert alles te lezen wat hierover verschijnt, houd je eenvoudigweg geen tijd over om je in andere onderwerpen te verdiepen.

In dit geval sprak ook de hoofdpersoon me niet aan. Thomas Keneally’s roman Schindler’s Ark heb ik na zo’n vijftig bladzijden terzijde gelegd en de beroemde film van Spielberg heb ik nooit kunnen uitzitten. Ook dit ligt ongetwijfeld aan mij, maar de film vond ik te expliciet en bovendien had ik niet het idee dat mijn beeld van de shoah er completer of scherper door werd.

Desondanks heb ik dit volumineuze boek in slechts enkele rukken uitgelezen. Deels kwam dit doordat Crowe ongelooflijk veel details boven water heeft gehaald en het beeld van Schindler aanzienlijk heeft genuanceerd. Overtuigend laat hij zien dat Schindlers transformatie van opportunistische zakenman met nazi-sympathieën naar redder van elfhonderd joden veel geleidelijker is gegaan dan zowel Keneally als Spielberg heeft voorgesteld. Van een dramatische ‘bekering’ is geen sprake geweest. Ook de scène in de film waarin Schindler zijn fameuze lijst naam voor naam dicteert aan zijn joodse medewerker Itzhak Stern is pure mythologie. In werkelijkheid waren er verschillende lijsten, die door verschillende mensen zijn uitgetypt. Bovendien stelt Crowe dat Schindler niets met de samenstelling van de lijst van doen heeft gehad.

Daarnaast schildert Crowe gedetailleerde portretten van Schindlers vrouw Emilie, Itzhak Stern, de sadistische kampcommandant Amon Göth en vele anderen. Uitgebreid gaat hij echter ook in op de moeizame naoorlogse jaren van Schindler. Boeiend is ook Crowe’s beschrijving van de wijze waarop na Schindlers dood in 1974 met zijn papieren en nagedachtenis is omgesprongen. Vooral na het verschijnen van Keneally’s roman stortten veel journalisten zich op dit onderwerp en op de nog levende betrokkenen. Ronduit stuitend was bijvoorbeeld het optreden van de Argentijnse journaliste Erika Rosenberg, die het vertrouwen wist te winnen van Emilie Schindler en op basis van interviews en documenten vier boeken over het echtpaar schreef. Niet alleen zette zij Emilie ertoe aan zich negatief uit te laten over haar overleden man en over Spielberg en tal van processen te voeren, bovendien sleepte ze de 93-jarige, invalide en licht dementerende vrouw mee op een publiciteitstournee die uiteindelijk haar dood zou worden.