Redelijk nuchter

Het blijft een hachelijke onderneming waarover ik mij al dagen het hoofd breek: hoe leg je een Nederlander uit dat de fundamenten waarop zijn zekerheden rusten met wind zijn gemetseld en verder enkel uit lauwe lucht bestaan? Hoe kun je vervolgens dezelfde Nederlander duidelijk maken dat dit geen stevige basis vormt om de alledaagse werkelijkheid optimaal te benaderen? Vanuit Nederland gezien zijn de Fransen niet alleen de uitvinders van het chauvinisme, maar ook de belangrijkste consumenten ervan. Zijn ‘grandeur’, ‘patriottisme’, ‘chauvinisme’ en ‘nationalisme’ niet allemaal Franse woorden die in de Nederlandse taal directement zijn opgenomen?

Het is daarom meer dan begrijpelijk dat hele hordes Nederlandse sportverslaggevers met een compleet assortiment vooroordelen in hun koffers dezer dagen in Parijs zijn neergestreken. De bakermat van de partijdige vaderlandse liefde ging het wereldkampioenschap voetbal organiseren. En gezien het feit dat deze sport zich het best leent om de zuiverste expressie van het chauvinisme tot bloei te laten komen, verwachtte men een explosieve Franse cocktail. Zelfgenoegzaam zetten de reporters een eerste voet op de helse grond. Men zou de plaatselijke hysterie direct en nauwkeurig in kaart brengen. Men zocht naarstig naar blauw, de kleur van de Franse ploeg: blauwe cafés, blauwe stokbroden en alpinopetten, blauwe balletjes en vlaggetjes op de auto, opblaasbare, zelfklevende, eetbare, wasbare, hangbare attributen in de Franse driekleur. De schok was immens, de fundamenten stortten in en de verwarring werd totaal: er was niets te melden. Geen koorts, geen hysterie, geen blauwe rotzooi maar alleen lauwe onverschilligheid plus wat stakende piloten die het niet zo nauw namen met het nationaal belang en het Franse imago in het buitenland. De Nederlandse sportverslaggevers moesten zelfs met verbijstering constateren hoe de grootste Franse sportkrant, L'Equipe, doorging met zijn al maanden oude actie: beschadiging van de eigen Franse voetbalploeg en trainer. Schoorvoetend moest een gezaghebbend avondblad in haar hoofdcommentaar constateren dat ‘anders dan het cliché veronderstelt Frankrijk redelijk nuchter is’. Anderen begonnen uit frustratie te fulmineren tegen deze belachelijke natie die geen enkel ontzag had voor de in eigen land heilig verklaarde sport. Er was zelfs een krant die Frankrijk de schuld gaf van het Nederlandse debacle tegen België: 'De bijdrage van de Franse toeschouwers zorgde voor een deprimerend decor van de anders zo sfeerrijke Derby der Lage Landen. De legioenen waren door zo'n 40.000 apathische Fransen gescheiden.’
Men had beter kunnen weten. In 1988 werd Nederland Europees kampioen. In een anti-Duitse sfeer stond het land op zijn kop. Vier jaar daarvoor had Frankrijk dezelfde titel behaald: er reed toen zelfs geen deux chevaux met bijbehorende toeters en bellen door de straten van Parijs.
Hoe leg ik dit eigenaardige verschijnsel uit aan een Nederlander? Fransen zijn inderdaad 'redelijk nuchter’ als het om futiele zaken gaat. Ze hebben allang ingezien dat voetbal gewoon een spelletje is. Daarom laten hun camera’s liever een mooie vrouw op de tribunes zien dan een saaie actie op het middenveld. Ze zijn in geen geval bereid zich te ridiculiseren door hun lijf in de verf te zetten en eigenaardige voorwerpen als een klomp, een schaats of een tulp op hun hoofd vast te maken. Voetbal, denken ze, is de opium van armoedige volkeren die de kluts kwijt zijn. Volkeren die niet met hun identiteit kunnen omgaan en naïef genoeg zijn om te denken dat een sport met een bal synoniem staat voor oorlog. Fransen lopen liever massaal uit voor een culturele manifestatie, een demonstratie of het vieren van een verkiezingsoverwinning dan voor een partijtje balletrappen. Ze kijken met gemengde gevoelens naar de in hun ogen primitieve stammen die hun gehele eigenheid in een en dezelfde kleur stoppen. Eentonig en saai bestempelen ze dan deze uiting van uniformiteit en blind collectivisme. Fransen zijn vervelende individualisten die liever een intieme tango met z'n twee dansen dan een brallende polonaise met z'n tweehonderdduizenden. Ze drinken meestal geen bier maar wijn en dan niet laveloos liggend in de goot bij een stadion maar zittend in een goed restaurant. Op hun tv wordt het nieuws niet om het kwartier door een sportuitzending onderbroken maar hooguit door een praatje met een schrijver of acteur.
Alles tezamen geloof ik niet dat Frankrijk een juiste keus was om een WK te organiseren. Niet chauvinistisch en oppervlakkig genoeg, te weinig onderbroekhumor, te serieus, te veel met echte cultuur bezig. Wat dat betreft ken ik een veel betere locatie, die niet ver van Parijs ligt.