Redt amsterdam

Het bestuurlijke landjepik is begonnen. Moeten Amsterdam en ommelanden worden samengevoegd tot een ‘stadsprovincie’? De gemoederen daarover beginnen langzamerhand danig verhit te raken. Een referendum is al in aantocht.

ER WAS EENS een stad die al jaren probeerde meer greep te krijgen op de ommelanden. Maar die ommelanden wilden dat natuurlijk niet. Hen was er juist alles aan gelegen om de macht van die grote stad te breken. De stad en de ommelanden bedachten samen een voorstel. Het heette stadsprovincie. De stad dacht stiekem dat ze zo de ommelanden kon annexeren. Maar de ommelanden hadden iets anders in hun hoofd. Want de stad zou zich, dat stond ook in het voorstel, opsplitsen in elf gemeentetjes. Zo werd de macht van de stad gebroken, terwijl de nieuwe stadsprovincie, hoopten de ommmelanden, nauwelijks macht zou krijgen. Toch hadden de stad en de ommelanden geen ruzie, want ze dachten allebei dat ze hadden gewonnen. Beide vermeden zorgvuldig discussie met het volk, want ze hadden het onderling al moeilijk genoeg.
OVER DRIE JAAR en twee maanden bestaat Amsterdam niet meer. En dat vindt Amsterdam, althans het gemeentebestuur, geweldig. De stad wordt opgedeeld in elf gemeenten, die samen met een aantal omliggende gemeenten een nieuwe provincie gaan vormen. De politiek doet de aanzwellende kritiek af als een overdreven hang naar ‘Mokumgevoel’, hiermee een heimat-achtige emotie suggererend die niet meer in deze tijd past en zelfs een beetje gevaarlijke kantjes heeft. De huidige gemeente is, als we het gemeentebestuur mogen geloven, een hopeloos ouderwetse, ja middeleeuwse constructie, en wie dat niet ziet is niet progressief en gelooft niet in de vooruitgang. 'Amsterdam verdwijnt’, roept verantwoordelijk wethouder Guusje ter Horst met enige wellust en trots. Er is tenslotte moed voor nodig om een stad die al honderden jaren bestaat, op een achternamiddag op te heffen.
Maar Mokumgevoel of niet, het is niet ondenkbeeldig dat de bevolking van Amsterdam de stadsprovincie binnenkort naar het rijk der bestuurlijke waanideeen verwijst. Het comite 'Moet Amsterdam Amsterdam blijven?’ heeft de eerste hindernis op weg naar een referendum genomen en afgelopen maandag een kleine vijfhonderd handtekeningen ingeleverd bij de gemeente. Weet het comite binnen negen weken nog eens 24.190 handtekeningen op te halen, dan komt er in het voorjaar een referendum, waarschijnlijk gelijktijdig met de Statenverkiezingen op 8 maart. Professor M. P. Gans, een van de initiatiefnemers tot het referendum: 'Dat politici zo'n ingrijpende beslissing durven nemen zonder de bevolking te raadplegen, de rillingen lopen over m'n rug!’
Het is het comite vooral te doen om de democratie - in het comite zitten zowel voor- als tegenstanders van de stadsprovincie. Gans is een van de tegenstanders. 'Bij mijn weten zijn de belangrijkste problemen van Amsterdam de massale werkloosheid, de integratie van nieuwe bewoners en de bestrijding van criminaliteit - en niemand heeft aangetoond dat die problemen beter aangepakt kunnen worden met een stadsprovincie en een opgesplitst Amsterdam. Voor bestuurders heeft schaalvergroting misschien voordelen, maar politiek was toch niet bedoeld voor het oplossen van bestuurdersleed?’
AL DECENNIALANG buitelen de plannen voor een andere bestuurlijke indeling van Nederland over elkaar. De ideologische saus eroverheen is afhankelijk van de politieke mode van dat moment. Het zoeken is steeds naar een structuur waarin bovengemeentelijke beslissingen beter kunnen worden genomen, maar de voordelen bleken nooit op te wegen tegen de nadelen. Bovendien, en dat dreigen de plannenmakers keer op keer te vergeten, is er, hoe je de grenzen ook trekt, altijd weer een aangrenzende gemeente (en provincie) waarmee zaken moeten worden gedaan.
En nu is er dan de stadsprovincie. Het is een vleesgeworden compromis. Want wat doe je als er een bestuursvorm moet komen voor de stedelijke agglomeraties terwijl je tegelijkertijd per se niet wilt dat er een 'vierde bestuurslaag’ bij komt tussen gemeenten en provincie? Je noemt de agglomeratie een provincie. Maar dan begint het getouwtrek, want de randgemeenten willen alleen macht afstaan aan de nieuwe provincie als de stad daar niet de scepter zwaait. Dus moet de stad in mootjes gehakt. Mootjes die voortaan gemeenten heten. De hamvraag is vervolgens waar het zwaartepunt ligt van de macht: bij de stadsprovincie of bij de afzonderlijke gemeenten. Grootstedelijk versus lokaal. Dat gevecht is nu rond Amsterdam in volle gang, terwijl het pleit in Rotterdam beslecht lijkt in het voordeel van de stadsprovincie. Behalve de vier grote steden moeten ook Hengelo/Enschede, het gebied rond Eindhoven en Arnhem/Nijmegen de komende jaren een stadsprovincie worden.
'Technocratische waanzin die geen enkel verband heeft met de werkelijkheid’, vindt Paul Kuypers, organisatiedeskundige en directeur van De Balie in Amsterdam. Een stad is nu eenmaal meer dan een efficiente afstemming van vervoer en woningbouw. 'Het is nogal technocratisch om te denken dat als iets handig is voor een paar planologen en economen, het voor alles en iedereen goed is.’
Kun je in Rotterdam nog aanvoeren dat de haven het 'natuurlijke cement’ vormt van de toekomstige provincie, in de stadsprovincie Amsterdam ontbreekt het sociologisch verband ten enenmale. 'En daarom is het slecht voor de democratie’, meent Kuypers, 'want mensen voelen zich niet betrokken bij dat gebied, en dus ook niet bij de beslissingen die genomen worden.’ Neem bijvoorbeeld kunst en cultuur. 'Kunst en cultuur wortelen in de stad. Niet in een vaag gebied van Purmerend tot Amstelveen, en ook niet in een of andere wijk die straks gemeente heet, maar in de stad.’
Zelfs een functioneel verband binnen het gebied dat straks de stadsprovincie vormt, ontbreekt. Purmerend zit er als forensenstad van Amsterdam in, maar Almere, waar ook veel forensen wonen, weer niet. En het havengebied tussen Amsterdam en IJmuiden wordt door de stadsprovincie juist in tweeen gehakt.
Kuypers vergelijkt het idee van de stadsprovincie met de regionalisering van de politie. 'Is de politie door die regionalisering beter gaan werken? Ik vrees het tegendeel. Bij de politie heb je enerzijds herkenbare, plaatselijke teams nodig, en anderzijds een landelijk rechercheteam. Een regio slaat nergens op. Maar op die manier is er nooit over nagedacht, want de rijks- en de gemeentepolitie moesten samengevoegd en de regionalisering was een mooi compromis. Maar je lost problemen niet op door de territoriale grenzen te verleggen.’
Het mooie van de stadsprovincie is dat alle politieke stromingen er hun idealen door hopen te verwezenlijken. Dat verklaart ook het ontbreken van enige kritische notie bij de gemeentelijke politici. Voor de sociaal- democraten is het de solidariteit ten top: zo gaan de rijke randgemeenten eindelijk meebetalen aan de problemen van Amsterdam, want een stad kan er tenslotte ook niet veel aan doen dat ze de verworpenen der aarde aantrekt. Voor de liberalen is het de manier om de markt meer ruimte te geven: gewoon centraal bepalen waar wegen, vuilnisbelten en industrieterreinen komen, en samen sterk op de beurs in Japan. Voor de linksen en de democraten is het de manier om af te komen van de 'achterkamertjespolitiek’ waar de regionale beslissingen nu op drijven. Bovendien kunnen gemeenten elkaar dan eindelijk niet meer beconcurreren ten koste van het milieu, bijvoorbeeld.
Het beter verdelen van de (financiele) lasten van de stad is een nobel streven. Maar daarvoor is het niet nodig om een bestuurlijke eenheid te vormen. Wat wil namelijk het geval? Op hetzelfde ministerie van Binnenlandse Zaken dat de stadsprovincies bedacht, broedde een andere afdeling een voorstel uit om het geld uit het zogeheten gemeentefonds anders te verdelen. Op dit moment is het geld dat een gemeente krijgt vrijwel louter afhankelijk van het aantal inwoners. Als het aan Binnenlandse Zaken ligt, krijgen centrumgemeenten meer geld per inwoner dan randgemeenten. Omdat een centrumgemeente nu eenmaal per definitie met meer problemen en geldopslokkers en dure voorzieningen kampt dan anderen. Als het parlement de voorstellen goedkeurt, gaat Amstelveen zo toch al meebetalen aan Amsterdam.
Hoe de strijd tussen randgemeenten en de stad over het karakter van de stadsprovincie ook uitpakt, eigenlijk is het altijd fout. Gaat de stadsprovincie straks de dienst uitmaken, terwijl de nieuwe gemeenten zich vooral met de vuilnisophaal bezig mogen houden, dan is dat een gevaarlijke schaalvergroting. Komt daarentegen het primaat te liggen bij de aangesloten gemeenten, dan ontstaat een conglomeraat van koninkrijkjes. Wim Derksen, hoogleraar bestuurskunde en werkzaam bij de Wetenschappelijke Raad voor de Regering, vreest vooralsnog het laatste. ’ “Verdwerging van de stad”, noemde oud-wethouder van Rotterdam Mentink dat al eens. Dat betekent niet alleen een enorme versnippering, de gemeenten gaan zich ook allemaal als baasjes opstellen. En daarmee verdwijnt het grote voordeel van de stadsdeelraden, die in het leven werden geroepen om de afstand tussen bestuur en burgers te verkleinen.’
Als sociaal-democraat is hij voor een sterke, doch niet al te grote stadsagglomeratie, ter nivellering van de kosten van de stad. 'Maar veel bewoners van de randgemeenten zijn blij dat ze eindelijk genoeg geld hadden om uit die “rotstad” met die “rotbuitenlanders” te vertrekken; ze willen daar niks mee te maken hebben en er zeker niet aan meebetalen.’ In verschillende randgemeenten bestaan inmiddels comites en partijen die zich tegen de stadsprovincies verzetten. 'In Rotterdam wordt nu langzamerhand duidelijk hoe sterk de randgemeenten er met de stadsprovincie financieel op achteruitgaan. Dat zal nog voor heel wat tumult zorgen.’
En dat is slechts een van de redenen waarom ook de stadsprovincies, hoe voortvarend de bestuurderen op dit moment ook te werk gaan, nog wel eens zouden kunnen worden bijgezet in de serie bestuurlijke fata morgana’s. Derksen: 'De stemming kan ieder moment omslaan. Als straks bijvoorbeeld in Rotterdam duidelijk wordt welke ambtenaren op de tocht staan, krijg je een enorm verzet. Zowel in Rotterdam als in Amsterdam moeten zo'n veertigduizend ambtenaren verkassen. Ik ben geen azijnpisser, maar daar zie ik de vakbeweging niet meteen mee akkoord gaan.’
Ook de benoeming van Schelto Patijn tot burgemeester brengt de Amsterdamse stadsprovincie niet bepaald dichterbij. Als commissaris van de Koningin in Zuid-Holland wist hij al iets van (stads)provincies en hij was het die de ietwat naieve Amsterdamse bestuurders erop wees dat de toekomstige provincie wel erg weinig te zeggen krijgt. De Amsterdamse gemeenteraad besloot daarop de onderhandelingen met het ommeland opnieuw te openen. Waarmee in feite de stadsprovincie op losse schroeven komt te staan, want wat goed is voor de een, is nu eenmaal slecht voor de ander. Overigens wil Amsterdam om diplomatieke redenen het woord stadsprovincie beslist niet gebruiken. 'Provincie, het heet gewoon provincie’, roept de Amsterdamse voorlichter. Ook het woordgebruik mag niet aan de stad herinneren.
'MACHTSVERTOON VAN kleine mensen’, vindt Jos Wibaut (76), kleindochter van de vermaarde wethouder en prominent tegenstandster van het verknippen en verplakken van Amsterdam. 'Amsterdam heeft zich zevenhonderd jaar lang verhouden tot de omgeving, waarom zou dat plotseling niet meer kunnen? Waarom zouden we nu opeens moeten kiezen tussen landjepik of een verzameling dorpshoofden? Ik heb m'n hoop maar gevestigd op het referendum.’
Voorlopig hangt het lot van Amsterdam af van de vraag of er half januari 1995 24.190 handtekeningen binnen zijn. Daarvan moeten er zes weken van tevoren al 6048 binnen zijn. 'Als je bedenkt dat er in Zwitserland vijftigduizend handtekeningen nodig zijn om een landelijk referendum mogelijk te maken, is de drempel voor een referendum in Amsterdam erg hoog’, vindt professor Gans.
Maar Nederland is niet voor niets de liefste democratie op aarde: de gemeente doet het in haar broek van angst voor de uitkomst, maar legt wel bij alle stadsdeelkantoren handtekeningenlijsten neer. De gemeenteraad nam woensdag 2 november zelfs een extra duidelijk besluit over de stadsprovincie, om de keuze 'referendabel’ te maken. Bij een correctief referendum, en daar gaat het in Amsterdam om, spreekt de bevolking zich uit over een besluit van de gemeenteraad, maar dat vereist wel een besluit dat te vertalen is in een referendumvraag. Het besluit om 'de nota’s x, y en z te herzien’ kun je moeilijk aan de bevolking voorleggen. Dus werd er aan toegevoegd dat 'de gemeenteraad het eerdergenomen besluit om samen met de omliggende gemeenten de provincie Amsterdam te vormen, bevestigt’. De D66-wethoudster die over referendumzaken gaat, vindt het allemaal reuze spannend.