Redt sacco en vanzetti!

‘NU ZULLEN ZE al wel dood zijn’, zegt de jeugdige Henk de Groot tegen z'n vader als hij op een julidag in 1921 thuiskomt van school. ‘Ze’, dat zijn Nicola Sacco en Bartolomeo Vanzetti: een arbeider in een schoenenfabriek en een visventer, die in mei 1920 in de buurt van Boston werden gearresteerd op verdenking van een roofmoord op een geldloper, waarbij 15.776,51 dollar was buitgemaakt. Ruim een jaar later sprak een jury het ‘schuldig’ uit en werd de doodstraf geëist, ook al was de bewijslast zwak en rommelig, waren getuigenverklaringen discutabel en beschikte zowel Sacco als Vanzetti over een redelijk alibi.

Voor de juryleden maakte het weinig verschil. Zij waren vooral gevoelig voor het feit dat beide verdachten direct na hun arrestatie halve en hele leugens debiteerden over hun politieke habitat. Ze zwegen over hun intensieve omgang met radicale, anarchistische groepen die de Amerikaanse burgers de schrik op het lijf joegen met spectaculaire bomaanslagen. Bovendien hadden ze tijdens de Eerste Wereldoorlog hun nieuwe vaderland verraden door zich aan de dienstplicht te onttrekken en de wijk te nemen naar Mexico. Ook al was het definitieve bewijs van hun deelname aan de roofmoord van mei 1920 niet geleverd, hun gedrag wees wel degelijk in die richting. De doodstraf, te voltrekken via de elektrische stoel, leek onafwendbaar.
‘Maar nee’, memoreert Henk de Groot begin 1997 in het anarchistische tijdschrift Buiten de Orde. 'Zes lange jaren’ moeten Sacco en Vanzetti nog in gevangenschap doorbrengen. Pas in de nacht van 22 op 23 augustus 1927 wordt de hendel overgehaald en komt het èchte 'proces van de eeuw’ (waarbij vergeleken de O.J. Simpson-zaak niets is) tot een afschuwelijk eind.
Oorzaak van dit kwellende uitstel is de volharding waarmee de advocaten van Sacco en Vanzetti ontlastend bewijsmateriaal boven tafel weten te krijgen. Verder speelt het groeiende internationale protest een vertragende rol. Van Parijs tot Mexico en van Moskou tot Buenos Aires wordt het portret van Sacco en Vanzetti meegedragen in reusachtige demonstraties. Over de hele wereld worden ze de icoon van woede en verontwaardiging. Hoe kan een land dat eeuwenlang de hoop en de toekomst van miljoenen emigranten vertegenwoordigde, op zo'n barbaarse wijze omspringen met het leven van een eenvoudige schoenmaker en een visventer, vraagt men zich af. Moet er een voorbeeld worden gesteld dat anarchisten en andere radicalen, die zich de afgelopen decennia flink hebben geroerd, een toontje lager doet zingen?
Ook intellectuele en politieke kopstukken laten zich in het wereldwijde protest voor de redding van Sacco en Vanzetti niet onbetuigd. Bekende fellow travellers als Romain Rolland, Henri Barbusse, Upton Sinclair en John Dos Passos - die elke gelegenheid aangrijpen om hun onvrede met de samenleving te ventileren - nemen het voortouw. Daarna volgen onder anderen Albert Einstein, Thomas Mann, Mussolini, de Paus, kolonel Alfred Dreyfus, de voormalige Britse eerste minister en de president van de Duitse Rijksdag.
De stem van Nederland klinkt in dit grote internationale koor nauwelijks door. Niet omdat, zoals moeder De Groot in 1921 verzucht, haar zoon ongeveer 'het enige kind in het land’ is dat zich bij de zaak Sacco en Vanzetti betrokken voelt. Maar omdat de vele jongeren en ouderen die ook hier met het lot van de eenvoudige schoenmaker en visventer begaan zijn, een goed deel van hun oprechte verontwaardiging verspillen aan sektarische stammenstrijd. Of héél lang niets van zich laten horen.
Het begin van het Nederlandse protest tegen de aangekondigde moord op Sacco en Vanzetti is klein, maar ontroerend eendrachtig. Op 30 oktober 1921 beleggen diverse groeperingen ter linkerzijde van de grote Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP) en het machtige Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV) in Amsterdam een 'Grote Protestvergadering’. Onder de oproep prijken de namen van het Nationaal Arbeids Secretariaat (NAS), de Communistische Partij Holland (CPH), de Internationale Anti-Militaristische Vereniging (IAMV) en de Federatie van Sociaal-Anarchisten. Samen zo'n 35.000 oproerkraaiers, die elkaar tijdens de Eerste Wereldoorlog, en daarna, meer dan eens op de barricaden zijn tegengekomen. In de zomer van 1921 nog hebben ze actie gevoerd voor de bekende dienstweigeraar Herman Groenendaal. Duizenden gaven toen gehoor aan de oproepen van de IAMV. In Amsterdam werd zelfs gestaakt.
Op 30 oktober is van een dergelijke weerklank geen sprake. De zaak van de twee Italiaanse immigranten, die op hùn manier de waanzin van oorlog en militarisme aan de kaak hebben gesteld, leeft nauwelijks. Een van de sprekers, G.J.M. van het Reve, journalist van het communistische dagblad De Tribune, beter bekend als Gerard Vanter (en later als vader van twee beroemde zoons), windt zich er mateloos over op. 'Komt van uw lamlendigheid terug en maakt u gereed’, roept hij uit.
Daarbij blijft het, in 1921. Het prille bondgenootschap van anti-militaristen, anarchisten, syndicalisten en communisten sterft een vroege dood. Het initiatief moeten ze geheel laten aan SDAP en NVV die er in 1923 wèl in slagen de ontzetting over de Eerste Wereldoorlog om te smeden tot een politieke volksbeweging. Meer dan een miljoen Nederlanders ondertekenen in drie weken tijd het petitionnement tegen de Vlootwet, die een aanzienlijke uitbreiding van de Nederlandse vloot beoogt. Acht katholieke kamerleden stemmen onder invloed hiervan mee met de oppositie. Resultaat: Vlootwet verworpen, regering gevallen.
Alleen de anarchisten, die vooral in het noorden de idealen van Domela Nieuwenhuis hoog houden, stellen de zaak Sacco en Vanzetti in de eerste helft van de jaren twintig regelmatig aan de orde. Ze zien er overeenkomsten in met de Haymarket-affaire uit 1887, waarbij vier mannen ten onrechte ter dood werden gebracht. En met het lot van drie broers uit het Friese Beetgum, die in 1895 voor vele jaren achter de tralies verdwenen. 'Een andere en zo mogelijk nog gemener Hogerhuiszaak!’ luidt het commentaar.
PAS IN 1926 WORDEN er weer pogingen ondernomen om van de vele organisaties en verenigingen links van de SDAP een slagvaardige coalitie te smeden. CPH en NAS ontbreken op de 'Grote Openbare Vergadering’ die daartoe op 11 november 1926 in Amsterdam wordt belegd. (Entree tien cent, werklozen vrij.) De CPH, omdat ze door haar toetreding tot de Communistische Internationale mede verantwoordelijkheid draagt voor de verwording van de Russische revolutie, inclusief de liquidatie van duizenden politieke tegenstanders. Haar verontwaardiging over de zaak Sacco en Vanzetti is dus nogal selectief, vinden anarchisten en syndicalisten. Het NAS is niet uitgenodigd omdat het door z'n aansluiting bij de Rode Vakbewegings Internationale eveneens een bijwagen van Moskou is geworden.
Wel vertegenwoordigd zijn de IAMV, de Syndicalistische Federatie van Overheidspersoneel, anarchistische groepen rond het blad De Vrije Socialist, de Bond van Religieuze Anarcho-Communisten en het Nederlands Syndicalistisch Vakverbond (NSV), een afsplitsing van het NAS, met zo'n 7000 leden. Gezamenlijk doen ze een vlammende protestbrief op de post.
De CPH trekt haar eigen plan. Een van haar mantelorganisaties, de Internationale Rode Hulp (IRH), krijgt het consigne de zaak Sacco en Vanzetti hoog op de agenda te zetten en samenwerking met de grote broer en zus ter rechterzijde niet te schuwen. Onmiddellijk gaat er een brief uit naar de 'kameraden’ van SDAP en NVV met het dringende verzoek vrijspraak voor 'beide klassegenoten’ te bepleiten. De IRH krijgt nul op het rekest.
ELDERS IN DE wereld hebben inmiddels honderdduizenden met hun voeten of woorden hun afschuw van het proces in Boston kenbaar gemaakt. Maar rechter Webster Thayer blijft onvermurwbaar. Zelfs een briefje van een medegevangene die - geroerd door het verdriet van Sacco’s vrouw Rosina en hun zoontje Dante - bekent dat híj de roofmoord heeft gepleegd, sorteert geen effect. Met het rapport van een ballistisch onderzoek in de hand bekrachtigt Thayer op 9 april 1927 de jury-uitspraak. Op 10 juli moeten de 'anarchist bastards’, zoals hij ze off the record betitelt, op de elektrische stoel.
De Nederlandse organisaties die in november 1926 samen een brief zonden, beseffen dat er nu ècht iets moet gebeuren. Aangevuld met enkele anarchistische jeugdorganisaties vormen ze op initiatief van de IAMV op 28 april 1927 het Landelijk Comité van Actie voor Vrijlating van Sacco en Vanzetti. Een manifest, verspreid in een oplage van 100.000, roept 'in naam van de humaniteit’ op om krachtig te protesteren tegen het 'klasse-vonnis’. Stickers en kaarten met de beeltenis van Sacco en Vanzetti worden overal uitgezet. Een speciale krant, voor drie cent te koop, bezingt op verschillende toonhoogten de onschuld van beide mannen. Op 29 mei vinden in enkele steden openlucht-meetings plaats. Op het IJsclubterrein in Amsterdam (thans Museumplein) verzamelen zich zo'n duizend betogers. In Den Haag, Enschede, Wormerveer en Rotterdam enkele honderden.
Mede door deze lage opkomst besluit het Landelijk Comité politieke en ideologische zuiverheid niet langer als toelatingscriterium te hanteren. Zowel SDAP en NVV als CPH en NAS worden uitgenodigd om deel te nemen aan een landelijke meeting op de voorgenomen executiedatum. CPH en NAS zeggen 'Ja’. Maar ook op 10 juli telt men niet meer dan duizend betogers.
NA AFLOOP VLIEGEN de verwijten over en weer. 'De mislukking moet voor een deel worden toegeschreven aan de wijze waarop De Tribune en De Vrije Socialist deze poging om alle revolutionairen bijeen te brengen, gesaboteerd hebben’, concludeert De Syndicalist, het blad van de NSV. 'De meeting is mislukt door de slechte organisatie, die in anarchistische handen was’, meldt de IRH onderdanig aan het hoofdkwartier in Moskou.
De weken na de tiende juli mogen anarchisten, communisten en syndicalisten nogmaals bewijzen dat ze in staat zijn ook in Nederland de sympathie voor Sacco en Vanzetti om te zetten in een massale solidariteitsbeweging. Want de terechtstelling wordt verschillende malen uitgesteld.
Ook de SDAP gaat zich nu - daartoe aangespoord door individuele leden en afzonderlijke afdelingen - met de zaak bemoeien. Een paar maanden eerder is in Het Volk, het sociaal-democratische dagblad, al eens een foto geplaatst van Sacco en Vanzetti, met het zeer ongelukkige onderschrift dat beide mannen ter dood zijn veroordeeld 'wegens een moordaanslag op niet-georganiseerden tijdens een staking’ (sic). Op 9 augustus, in het Volksgebouw in Den Haag, heeft F.M. Wibaut, de geziene wethouder van Amsterdam, z'n huiswerk beter gedaan. Er is in de zaak Sacco en Vanzetti sprake van 'klasse-voordeel’, meldt hij. En het was nooit zo ver gekomen als er in Amerika een 'goed geleide, sterk georganiseerde arbeidersbeweging’ was geweest, 'een vakbeweging naar Europees model’.
Vervolgens neemt NVV-voorzitter Roel Stenhuis het woord. Hij bekent tot nu toe in de veronderstelling te hebben geleefd 'dat een protesttelegram voldoende zou zijn. Helaas, dit is niet het geval.’ Er volgen wat schampere interrupties uit de zaal, waartegen Stenhuis 'onder luid applaus’ protesteert. Daarna gaan alle drieduizend aanwezigen braaf naar huis. Slechts een klein groepje, waaronder enkele leden van de Arbeiders Jeugd Centrale, de jongerenorganisatie van de SDAP, probeert een demonstratie te formeren. 'Door grammofoon en scheepstoeter klonken de holle kreten, “Wij eisen de vrijlating van Sacco en Vanzetti”’, meldt Het Volk de volgende dag.
In Amsterdam gaat het er diezelfde avond heel wat rumoeriger aan toe. Syndicalisten, anarchisten en antimilitaristen hebben in het Westerpark een grote meeting belegd. Vanaf twee spreekgestoelten worden de vier- à vijfduizend aanwezigen opgeroepen tot daadwerkelijke solidariteit met hun klassebroeders, waarbij en passant het late, voorzichtige protest van NVV en SDAP wordt gehekeld. 'Staken!’ klinkt het hier en daar. Na afloop wil men optrekken naar het Beursplein. Halverwege, op de Westermarkt, grijpt de politie in.
DE VOLGENDE dag mag de CPH, in de gedaante van de IRH, aantonen dat zij - in tegenstelling tot de anarchisten - wèl weet wat organiseren is. Verspreid over drie zalen komen een paar duizend communisten en sympathisanten bijeen. (Achthonderd, nou goed, twaalfhonderd, meesmuilt Het Volk.) Nu speelt het postkantoor achter het Paleis op de Dam de rol van Jericho. Er wordt een telegram bezorgd, waarna de voorzitter 'vanuit een lantaarnpaal en met behulp van een spreektrompet’ de demonstratie ontbindt. In weerwil van zijn instructies blijft een aantal demonstranten rondhangen - vechtpartijen met de politie zijn het gevolg. Voor De Tribune is zonneklaar welke 'elementen’ hier achter zitten: in de stoet 'bevonden zich een aantal anarchisten die met opzet zeer langzaam liepen’.
In Rotterdam loopt de IRH-betoging diezelfde avond uit op een regelrechte veldslag. CPH-voorzitter en Tweede-Kamerlid Louis de Visser wordt bijna levend gefileerd, als we De Tribune mogen geloven: 'Dit geschiedde zo, dat drie agenten met de blanke sabel onze partijgenoot als het ware aan een boom vastprikten, terwijl drie andere beesten op hem met de blanke sabel inhakten.’
TROTS MELDT DE IRH aan Moskou: 'Sedert 1918 hebben Amsterdam en Rotterdam niet meer zulke omvangrijke en enthousiaste demonstraties gekend’. Daarbij over het hoofd ziend dat er in september 1923 op initiatief van SDAP en NVV 70.000 mensen op het IJsclubterrein bijeenkwamen om te betogen tegen de Vlootwet. Maar ja, dat was een meeting en geen demonstratie.
In het noorden van het land veroorzaken de talrijke, lokale bijeenkomsten die onder auspiciën van de anarchisten worden georganiseerd, heel wat minder wapengekletter. Op één daarvan, in Winschoten, hoort Henk de Groot, inmiddels zes jaar ouder, de spreker verhalen welke gruweldaden de beul in de executiekamer zal verrichten. 'Hij kon het zo emotioneel brengen dat er bejaarde mensen stonden te huilen.’
Volgens het Landelijk Comité voor Sacco en Vanzetti, dat met z'n nieuwe voorzitter, Arthur Müller Lehning, een vurig pleitbezorger voor het anarcho-syndicalisme in huis heeft gehaald, wordt het na al deze meetings en demonstraties tijd om naar het wapen van de algemene werkstaking te grijpen. Gedachtig het adagium dat 'de bevrijding van de arbeiders het werk van de arbeiders zelf moet zijn’, roept het Landelijk Comité daartoe echter niet zelf op. Het richt 'slechts’ een verzoek dienaangaande aan het NAS, het NSV, het NVV en aan de confessionele vakbonden CNV en RKV. Waarom zou in Nederland niet lukken wat in andere landen, met name in Frankrijk, wel lijkt te lukken?
Roel Stenhuis, de NVV-voorzitter, heeft er geen goed woord voor over. 'Het zou het toppunt van krankzinnigheid zijn als de arbeiders van Amsterdam voor Sacco en Vanzetti gingen staken’, buldert hij in Het Volk. Hij waarschuwt de sociaal-democratische arbeiders 'ten sterkste niet mee te doen aan zulke dwaze dingen. De elementen die deze stakingsactie op touw zetten, zijn niet in staat de gevolgen van ook maar een beperkte staking te dragen.’
'Staakt!!!’ roept De Tribune op zaterdag 20 augustus, twee dagen voor de definitieve executiedatum, vanaf de voorpagina z'n lezers toe. Maar anders dan anderhalf decennium later, als een pamflet met dezelfde kop - maar onder andere omstandigheden - de Februaristaking doet ontbranden, is de respons vrijwel nihil. De boodschap van Stenhuis is goed begrepen. Alleen de Federatie van Bouwvakarbeiders, aangesloten bij het NAS, probeert op 22 augustus het raderwerk stil te leggen. Zo'n tweeduizend arbeiders klimmen in Amsterdam-Zuid van de steigers en marcheren op naar de binnenstad; in het voetspoor van de mannen die zes jaar eerder voor dienstweigeraar Herman Groenendaal het werk neerlegden.
Voor Henriëtte Roland Holst - die haar geloof in de aangeboren positieve krachten van het proletariaat nog niet heeft verloren - genoeg om ’s avonds op een CPH-meeting in de zaal van Handwerkersvriendenkring (thans in gebruik bij bioscoop Kriterion) met de haar passende pathetiek uit te roepen: 'Gij hebt thans ontdekt in uw hart, die brandende dorst naar gerechtigheid. Laat niet af van te strijden tot aan de willekeur der heersers een grens zal zijn gesteld!’ Aldus gesticht stromen de drie- à vierduizend aanwezigen naar buiten en trekken, onder het zingen van De Internationale, op naar het Waterlooplein. Daar aangekomen onthaalt de politie hen op een voorproefje van de keiharde klassenstrijd waarnaar zij zo vurig verlangen.
DIEZELFDE NACHT worden Sacco en Vanzetti in Boston kort na twaalven (Amerikaanse tijd) geëxecuteerd. Henk de Groot had, net als zijn vader, nog even gehoopt dat de arbeiders van de elektriciteitscentrale de stroom zouden uitschakelen. 'Maar niks van dat alles.’
De 36-jarige Sacco wordt als eerste op de stoel gezet. 'Lang leve de anarchie!’ roept hij uit. 'Vaarwel, mijn vrouw, mijn kinderen en mijn vrienden.’ Als de riemen worden aangesjord, de kap over z'n hoofd wordt getrokken en de elektroden op z'n slapen en kuiten worden gezet, brengt hij het nog op om: 'Goedenacht, heren’, te *01. ???zeggen. En: 'Vaarwel, moeder’. Ook de drie jaar oudere Vanzetti, vrijgezel, weet zich moreel staande te houden. Z'n bewakers krijgen een hand als hij in de stoel plaatsneemt. 'Ik herhaal dat ik onschuldig ben’, verklaart hij. 'Ik heb nooit een misdaad begaan, maar wel soms een zonde. Ik dank iedereen die voor ons is opgekomen.’ Als de kap over z'n hoofd wordt getrokken, zegt hij: 'Ik wens sommigen te vergeven wat ze mij hebben aangedaan’.
Twee avonden later trekt Arthur Lehning in een overvol Concertgebouw in Amsterdam namens het Landelijk Comité voor Sacco en Vanzetti de conclusie dat 'ten onrechte de hoop is gekoesterd dat de beulen tot menselijkheid konden worden gebracht door het miljoenenprotest der arbeiders en het hartstochtelijk beroep van zoveel vooraanstaande vrouwen en mannen’. Ook moet hem van het hart 'dat er in Nederland een grote proletarische partij is die haar plicht schromelijk heeft verwaarloosd’. Woorden waarvoor 'kameraad’ Lehning - fel tegenstander van het partijcommunisme - in De Tribune een flinke schouderklop krijgt.
De andere sprekers die avond - namens NSV, CPH, IAMV en vrijdenkersbeweging De Dageraad - brengen ook weinig waardering op voor de rol van SDAP en NVV. Edo Fimmen, secretaris van de Internationale Transportarbeiders Federatie, opererend op de linkervleugel van de SDAP, zou zich daarbij graag aansluiten. Maar helaas, hij is 'verhinderd’. Telegrafisch komt zijn bericht echter uitstekend over: 'Moge de Nederlandse arbeidersklasse de dood der beide kameraden wreken door onverzoenlijke klassenstrijd!’
De volgende dag trekt Het Volk heel andere 'lessen’ uit de volbrachte, aangekondigde moord op Sacco en Vanzetti. Natuurlijk, er is 'walging’ over de doodstraf als zodanig. Maar voor het afwijzen van de vele verzoeken tot samenwerking, zelfs staking, hoeven SDAP en NVV zich niet te schamen. Want al die acties hadden slechts een averechts effect. Amerika bleef 'doof’ voor de protestbeweging omdat deze 'al te veel in handen was gekomen van communisten en anarchisten, van geweldmensen wier rumoer geen geweld kon voorkomen’.
Op z'n eerstvolgende, interne vergadering besluit het Landelijk Comité zich nog niet op te heffen. Alles moet in het werk worden gesteld om een monument voor Sacco en Vanzetti te doen verrijzen. Het komt er niet van. Maar dankzij anarchist en kunstenaar Chris Lebeau (1878-1945) is er ergens in Nederland toch nog een plek waar de herinnering aan het bittere lot van de eenvoudige schoenmaker en visventer levend wordt gehouden. Vanaf het triptiek Geloof, Hoop en Liefde, dat deel uitmaakt van een grote muurschildering (1926-1928), kijken beide anarchisten, antimilitaristen en atheïsten elke zondag in vrome deemoed neer op de gelovigen die zich in de Oud-Katholieke Kerk in Leiden hebben verzameld; in het gezelschap van Jezus van Nazareth, Gandhi van New Delhi en Lenin van Moskou.
Het archief van het Landelijk Comité voor Sacco en Vanzetti is spoorloos. Voor dit artikel werden op het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam een vijftiental linkse periodieken doorgenomen, alsmede onderdelen van de archieven van de IAMV, het NAS en het PAS Amsterdam, en van het Komintern-archief. Arthur Lehning was zo vriendelijk enig materiaal ter beschikking te stellen. In het IISG (Cruquiusweg 31) is een kleine tentoonstelling rond Sacco, Vanzetti en Nederland ingericht.