Referenda

De volksraadpleging was bedoeld om de kloof tussen burgers en politici te overbruggen. Maar ze lijkt die kloof juist te accentueren.

Weet u nog wie Niesco Dubbelboer is? Mogelijk is die vraag al verkeerd en moet het woordje ‘nog’ weg. Dubbelboer was Kamerlid voor de pvda van 2003 tot eind november 2006. Zijn naam doemt in mijn hoofd op in verband met de referenda die eraan komen. In Nederland begin april over het associatieverdrag met Oekraïne, in Groot-Brittannië eind juni over het lidmaatschap van de Europese Unie. En als het aan de peilingen van Maurice de Hond zou liggen daarna in Nederland ook een over het EU-lidmaatschap.

Dubbelboer mag dan maar kort parlementariër zijn geweest, in die korte tijd heeft hij er wel voor gezorgd – samen met collega-Kamerleden van GroenLinks en d66 – dat de Nederlanders in 2005 in een referendum hun mening konden geven over de grondwet van de Europese Unie. De Nederlanders stemden tegen, en hoewel het een raadplegend referendum was, legde de politiek de uitslag niet naast zich neer. Mede daardoor kwam de Europese grondwet er niet. Moeten wij in Nederland daarom, en vanwege het nog te houden Oekraïne-referendum, niet zeuren over het referendum in Groot-Brittannië?

Het vertrek van de Britten uit Europa is een stuk dichterbij gekomen nu de burgemeester van Londen, de populaire Conservatief Boris Johnson, zich afgelopen zondag in het vertrekkamp heeft geschaard. De Britse premier en partijgenoot van Johnson, David Cameron, heeft daardoor slechts één nacht enigszins rustig kunnen slapen na de EU-top in Brussel waar hij een deal wist te sluiten met de andere lidstaten. Cameron zette die deal neer als gunstig voor Groot-Brittannië en verkocht haar al als het afwenden van een Brexit.

In 2005 was het toenmalig d66-minister Laurens Jan Brinkhorst die voorspelde dat in de EU het licht uit zou gaan als de Nederlanders de Europese grondwet zouden afwijzen. Het licht bleef branden. Dat relativeert. Mogelijk valt ook een Brexit mee. Tenslotte is Groot-Brittannië geen euroland, geen Schengenland en zijn er nog een paar uitzonderingen. Misschien wordt het na een nee wel een land zoals Noorwegen en Zwitserland: niet mogen meepraten in Brussel, maar via veel bilaterale verdragen toch erg verbonden met de EU. Met dit verschil dat Noorwegen en Zwitserland wél Schengenlanden zijn. Al is het vervolgens de vraag of het verdrag van Schengen, waarin het vrij reizen binnen de EU wordt geregeld, zelf gezien de vluchtelingenproblematiek in Europa wel overeind blijft.

Een groot deel van de zorg over een Brexit wordt ingegeven door de toch al labiele situatie waarin de EU nu verkeert. De oorlog in Syrië, de vluchtelingenstroom en de rol van Rusland in het Midden-Oosten en daarmee ook in Europa zijn daar de oorzaak van. Dat is wezenlijk anders dan in 2005. In welk een zorgeloze wereld leken we toen te leven. Het nee van Nederland tegen de Grondwet was toen misschien wel een luxe, eentje die de EU nu niet meer kan verdragen.

In welk een zorgeloze wereld leken we in 2005 te leven

Dat brengt me terug bij Niesco Dubbelboer, fervent voorstander van referenda. Toen de Volkskrant hem vroeg of de initiatiefnemers van GeenPeil met hun referendum over het associatieverdrag met Oekraïne de democratie redden, zoals zijzelf beweren, zei hij de kreet weliswaar wat pathetisch te vinden, maar deze wel te onderschrijven. Referenda zetten aan tot gesprek, creëren volgens hem draagvlak.

Klinkt dat niet wat al te idealistisch? Zeker als er inmiddels een ondernemer is die subsidie krijgt om wc-rollen te laten maken om symbolisch je achterwerk met dat associatieverdrag af te vegen? Dat voelt alsof met de democratie zelf het achterwerk wordt afgeveegd, nota bene met behulp van de subsidiepotjes om de democratie te bevorderen. Het is die achterliggende houding, schijt aan de politiek, die zorgen baart. En die komen boven op de zorgen over de gevolgen van een nee voor de invloed van de Russische president Poetin, op Oekraïne, de EU en het Midden-Oosten.

In 2005 ging ik stemmen, op 6 april ga ik ook naar het stemlokaal, maar inmiddels weet ik niet meer of ik wel voorstander ben van referenda. In plaats van bij te dragen aan het overbruggen van de kloof tussen burgers en politici lijken ze die kloof juist te accentueren: het referendum als middel om te laten zien hoe diep het volk de politiek wantrouwt. Ik vrees dat een gloedvol betoog van een politicus voor een ja tegen het associatieverdrag daar geen verandering in kan brengen. Dat is argument versus emotie. Het verdiept het wantrouwen.

Als argument om tegen het referendum te zijn duikt in mijn hoofd op dat het de initiatiefnemers helemaal niet gaat om het associatieverdrag, maar om de EU die ze een halt willen toeroepen. Ook de Londense burgemeester Johnson heeft, behalve zijn weerzin tegen de EU, een ‘oneigenlijk’ argument: hij hoopt met zijn nee meer kans te maken op het premierschap. Zoals de huidige premier Cameron het referendum destijds beloofde om de laatste verkiezingen te kunnen winnen.

Er is echter een probleem als in Nederland een politicus vanwege die oneigenlijke redenen de referendumwet zou willen afschaffen. Als daar al een Kamermeerderheid voor zou zijn, dan bepaalt die wet eerst nog dat bij voldoende handtekeningen er een referendum komt over de afschaffing ervan. Welke politicus durft dat aan? Hij krijgt immers direct het verwijt naar zijn hoofd dat hij maar één reden heeft: diep wantrouwen jegens het volk.