Economie

Referendum!

Nederland staat aan de vooravond van een staatsgreep. Niet door Duitsers, Russen, Arabieren, leger of grootkapitaal. Dit is geen coup van vlees en bloed, tanks en barricades, maar een putsch van metaal en papier, juristen en technocraten, achterafkamertjes en persconferenties. Laat ik het beestje bij zijn naam noemen: door die vermaledijde EMU en de begrotingsunie die zij afdwingt, worden wij, vrije burgers van Nederland, horigen van de koning van Brussel: de euro.

En voor u denkt: daar heb je Engelen weer, met zijn grote woorden, hyperbolen en adjectieven, en zijn ‘afgezaagde’ euroscepsis… Dit heb ik niet zelf verzonnen. Het komt uit een zogenaamde ‘Voorlichting’ van de eerbiedwaardige Raad van State, geschreven in opdracht van het ministerie van Algemene Zaken en gepubliceerd op 18 januari. Hoe staat het met ‘de verankering van de democratische controle bij de hervormingen in het economisch bestuur in Europa ter bestrijding van de economische en financiële crisis’, luidt de vraag. Het antwoord: niet best.

Uiteraard heeft de Raad het niet over ‘coup’, ‘putsch’ of ‘staatsgreep’. Dat zijn engeliaanse overdrijvingen. Maar als je weet dat juristen polemisten op kousenvoeten zijn, wordt er in het stuk ongemeen harde taal gebezigd. De Raad stelt vast dat het Van Rompuy-rapport van begin december een pad naar een begrotingsfederatie binnen de eurozone uitstippelt, dat uit drie stappen bestaat: een bankenunie die dit jaar moet worden gerealiseerd, begrotingscontracten die voor juni 2013 op stapel staan, en een heuse begrotingsunie met eigen belastingen die na 2014 zijn beslag moet krijgen.

De Raad noemt deze voornemens ‘ingrijpend’, heeft het over ‘verstrekkende gevolgen’, waarschuwt voor ‘grote financiële risico’s’, spreekt van ‘aanzienlijke consequenties voor de rol van nationale parlementen’, en vraagt zich af of ‘deze besluiten ook daadwerkelijk democratisch gedragen worden’. Zeker nu ‘een groeiend deel van de burgers zich in afnemende mate verantwoordelijk weet voor en vertegenwoordigd voelt bij de besluitvorming door wetgever of bestuur, hoezeer die ook volgens democratische procedures plaatsvindt’. De Raad gebruikt in dit verband de term ‘democratische vervreemding’ – haar woorden, niet de mijne – die zich ‘zeer markant voordoet ten aanzien van de besluitvorming in de Europese Unie’.

Wat de Raad het meest zorgen baart, zijn de begrotingscontracten. Die sporen namelijk niet met de Nederlandse begrotingscyclus. Onder het nieuwe Stabiliteitspact dat vorig jaar in paniek is overeengekomen, begint de begrotingscyclus een jaar eerder, in november, bij de Europese Commissie die ‘de beleidsoriëntaties, prioriteiten en doelstellingen op budgettair en economisch terrein voor de EU als geheel’ vaststelt. Die worden dan besproken in de EcoFin (de Raad van ministers van Financiën) en vervolgens in maart vastgesteld door de Europese Raad van regeringsleiders. De lidstaten hebben dan tot eind april om deze ‘beleidsoriëntaties, prioriteiten en doelstellingen’ in hun nationale begrotingen op te nemen en vervolgens aan de Europese Raad ter goedkeuring voor te leggen. En dat gaat een stuk verder dan controle op hoofdlijnen. Dit is Brussels micromanagement van nationale arbeidsmarkten, pensioenarrangementen, huizenmarkten en zorgsystemen – van eigenlijk alles wat geld kost en dus relevant is voor schuld en tekort.

Voor de crisis heette dit ‘Open Methode van Coördinatie’: een onschuldig praatcircuit voor uitgeran­geerde bestuurders en ambitieuze academici, die in Brusselse achterkamertjes uit Europese verdragen Nationale Actieplannen destilleerden, met elkaar vergeleken en daar vervolgens weer over rapporteerden, en zo ad infinitum. Niemand trok zich daar verder een zier van aan. Met zijn begrotingscontracten heeft Van Rompuy deze vriendelijke sociale werkplaats getransformeerd in een sm-kelder voor natiestaten: wie zich niet houdt aan de ‘aanbevelingen’ wordt zonder pardon onder ‘toezicht’ gesteld en verliest feitelijk de zeggenschap over het eigen ambtelijk apparaat.

De Raad van State constateert droogjes ‘dat de mogelijkheid tot wijziging of verwerping van die contracten nog maar zeer beperkt zal zijn, gegeven dat de keuze om in het geheel geen contract te sluiten niet bestaat’. En dus stelt de Raad voor de Nederlandse begrotingscyclus van het najaar naar het voorjaar te tillen. Prinsjesdag – een traditie die terug reikt tot 1887 – wordt dan louter folklore of een lentefeest. En zelfs dan, aldus de Raad, ‘is het onvermijdelijk dat het zwaartepunt minder op medebeslissing en meer op verantwoording en controle achteraf zal liggen’.

Als Van Rompuy zijn zin krijgt, heeft Nederland geen parlement meer maar een Raad van toezicht. Dat is de coup. En als kabinet en parlement daarmee instemmen, schenden zij eenzijdig de bepalingen van het eeuwenoude contract tussen volk en staat dat onze grondwet belichaamt. Volgens John Locke heeft de demos dan het morele recht om het sociale contract te ontbinden. Daarom wil ik een referendum.