H.J.A. Hofland

Referendum over Irak

NEW YORK, 6 november – Terwijl ik dit schrijf, borrelt, dampt, kookt de heksenketel van de Amerikaanse verkiezingsstrijd. Als u dit leest, weten we wie er gewonnen hebben. Zal deze uitslag voor de wereld buiten Amerika veel verschil maken? Ik denk het niet. We moeten rekenen met een reeks ijzeren zekerheden: nog twee jaar deze president, de chaos in Irak en de groeiende problemen in Afghanistan. Daarbij een paar grotere complexen: de staat van ontbinding van het westelijk bondgenootschap en het verval van het Amerikaanse prestige op het wereldtoneel. En ten slotte de toestand van de Amerikaanse democratie. Waar te beginnen?

Naarmate de dag van de verkiezingen dichterbij kwam en de resultaten van de peilingen voor de Republikeinen nog slechter werden, hebben meer commentatoren en opiniedeskundigen verzekerd dat dit een referendum over Irak zou worden, of over de president zelf. Kennelijk vindt hij dit ook. Hij beschouwt het doodvonnis voor Saddam Hoessein als een mijlpaal op de weg naar de democratie. Zoals te verwachten was, gingen de Republikeinen in de polls een paar punten vooruit, maar meteen werd verzekerd dat het je reinste toeval was dat deze uitspraak en de verkiezingsdatum maar een paar dagen uit elkaar lagen. Of alle Irakezen met het vonnis even blij zijn geweest als Bush? Nee. Dat zullen de soennieten nog laten blijken.

Als deze verkiezingen al een referendum over Irak zijn geweest, dan heeft dat Irak niet geholpen. Op 1 mei 2003 werd de eerste mijlpaal bereikt: the end of major operations, door de president zelf in vliegenierspak aangekondigd. Tweede mijlpaal: de overdracht van de soevereiniteit. De derde: verkiezingen. Sindsdien is de chaos gestaag toegenomen, wankelt het land op de rand van een burgeroorlog, blijven de Amerikanen sneuvelen, laten generaals weten dat er iets anders moet gebeuren en verlaten Irakezen bij tienduizenden hun land. Amerikaanse verkiezingen maken aan dit alles geen einde. Voor alle zekerheid zeg ik het nog maar een keer. Saddam was een dictator wiens regime het verdiende zo snel mogelijk te worden beëindigd. Maar onder Bush, Rumsfeld en Rice is Irak tot een eindeloze investering in wanbeheer geworden. Daardoor is het anti-Amerikanisme in het hele Midden-Oosten toegenomen. Daardoor heeft Amerika zijn handelingsvrijheid zien afbrokkelen, zie Iran en Noord-Korea. En het ernstigste: zoals in deze verkiezingscampagne is bewezen, heeft de president daarvan niets geleerd.

Natuurlijk hebben ook andere kwesties een grote rol gespeeld, zoals verlaging van de belastingen, het torenhoge begrotingstekort, de opwarming van de aarde, abortus, huwelijk tussen mensen van hetzelfde geslacht, de schandalen en oplichterijen waarin plaatselijke politici betrokken waren. In de Amerikaanse democratie zijn locale onderwerpen van grote invloed. De propagandisten van beide partijen zijn zich meer dan ooit te buiten gegaan aan een negatieve propaganda, insinuaties, karaktermoord, ‘attack ads’ op de televisie, venijniger, af en toe smeriger dan ooit tevoren. Het zou voor een Nederlands televisiestation de moeite waard zijn om eens een bloemlezing te maken van dit soort spotjes. Nog altijd leven we in een betrekkelijk keurig en liberaal denkend land.

Maar ondanks de politieke haat is Irak verreweg het belangrijkste onderwerp gebleven. En het tragische van deze verkiezingen is dat voor dit grote vraagstuk geen oplossing kon worden gevonden. ‘Hangend aan hun helikopters, zullen de Amerikanen het land verlaten’, schreef de Israëlische strategische denker Martin van Crefeld, kort voor de oorlog was begonnen. Zo was het ook in Vietnam gegaan. Het afgelopen jaar is dat perspectief naderbij gekomen. Vice-president Cheney, ministers, woordvoerders van de regering hebben de afgelopen weken met toenemende hartstocht het tegendeel verdedigd. Nog even doorzetten en de Irakezen kunnen verder zelf hun varkentjes wassen. Zo’n boodschap kregen de Amerikanen destijds ook uit Vietnam van generaal Westmoreland.

De vermoedelijke waarheid hebben de Amerikaanse kiezers van hun politici niet te horen gekregen. De oorlog in Irak kan niet worden ‘gewonnen’ en er is geen eervol vertrek uit een land dat zo verwoest en verdeeld is. Het perspectief dat nu, bij deze verkiezingen, daagt, bestaat op zijn best uit het verbeteren van de betrekkingen met de buurlanden Syrië en Iran (As van het Kwaad), in de hoop dat met hun hulp en die van andere Arabische naties deze zweer in het Midden-Oosten binnen een paar jaar zal genezen. Van hun welwillendheid zal het dan afhangen in welke mate deze oplossing als een nederlaag voor Amerika zal worden verkocht. Bij deze verkiezingen wordt voor het eerst, maar nog in de verte, duidelijk hoeveel prestige en invloed het avontuur in Irak de Amerikanen heeft gekost. In ieder geval zal Bush zijn best doen to stay the course.