Réflexion

De kiezer moet 18 maart uitmaken of hij zijn stem baseert op provinciale of op landelijke overwegingen. Politici, doe iets!

Eigenlijk staat ons, stemgerechtigden, op 18 maart een historische gebeurtenis te wachten. De achtergrond daarvan is ingewikkeld. Maar enigszins versimpeld komt het hierop neer: het huidige kabinet van vvd en pvda vond het bij de kabinetsformatie in 2012 niet nodig voldoende politieke steun te organiseren in de Eerste Kamer. In het jargon heet het dat er niet was aangestuurd op een ‘vruchtbare samenwerking’. Dat was een trendbreuk. Woensdag is het de eerste keer dat de stemgerechtigden na die breuk de Eerste Kamer kunnen kiezen, ook al is dat dan indirect via een stem bij de Provinciale-Statenverkiezingen.

De trendbreuk uit 2012 maakt onze stem van komende woensdag ingewikkeld, en ook bizar. Eigenlijk wordt de kiezer opgescheept met een gigantisch probleem. Zij die gaan stemmen, moeten in het hokje bepalen wat ze het zwaarst laten wegen. Kiezen ze voor wat ze belangrijk vinden in hun provincie, voor meer of minder windmolens, wegen, fietspaden en bouwplannen in hun directe omgeving. Of laten ze zich leiden door de gevolgen van de stembusgang voor de landelijke politiek. Met als resultaat een nieuwe Eerste Kamer waarin het huidige kabinet mogelijk nóg afhankelijker wordt van oppositiepartijen dan nu al het geval is, of juist niet natuurlijk.

Het is ook nog eens een wrang dilemma. Want als de kiezer voor de provinciale invalshoek kiest, zal zijn stem toch gevolgen hebben voor de landelijke politiek. En andersom bepaalt een landelijke stem wel degelijk ook de samenstelling van de eigen Provinciale Staten.

Begint u hier al van te zuchten, weet dan dat de gevolgen van uw keuze nog groter zijn. Met uw stem van komende woensdag, met welke intentie ook uitgebracht, beïnvloedt u hoogstwaarschijnlijk al de eerstvolgende kabinetsformatie, of het huidige kabinet de hele rit tot 2017 nu uitzit of niet. Dat hoogstwaarschijnlijk slaat hierop: de ervaringen van het huidige kabinet, dat dus moet regeren met een minderheid in de Eerste Kamer, maken dat menigeen op het Binnenhof een ‘vruchtbare samenwerking’ met de senaat bij een volgende kabinetsformatie weer wél belangrijk vindt. En die nieuwe samenstelling van de Eerste Kamer waarmee het volgende kabinet vruchtbaar moet gaan samenwerken bepaalt u, komende woensdag.

Wie dit allemaal te veel vindt worden en op 18 maart daarom het liefst een deken over zijn hoofd trekt en de gang naar het stemlokaal niet wil maken: denk niet dat dat geen invloed heeft. Ook als u thuisblijft, speelt u een rol in dit geheel. De ervaring leert dat de achterban van de ene partij over het algemeen uit trouwere stembusgangers bestaat dan die van een andere. Thuisblijvers spelen dus de partijen met trouwere achterbannen, zoals het cda of de ChristenUnie, in de kaart.

Thuisblijvers spelen de partijen met trouwere achterbannen in de kaart

Er is sinds 2012 veel geschreven en gedebatteerd over de rol en bevoegdheden van de Eerste Kamer en haar leden in de nieuwe situatie waarin een kabinet geen meerderheid heeft in de senaat. Hoe politiek mag de Eerste Kamer zijn? Moet de senaat nog wel een vetorecht hebben? Past het huidige, in de negentiende eeuw opgetuigde staatsbestel nog in deze tijd? Heeft de Eerste Kamer nog wel bestaansrecht?

Na herhaaldelijk verzoek vanuit de Eerste Kamer is het de bedoeling dat er een staatscommissie komt die het Nederlandse staatsbestel onder de loep gaat nemen. Die commissie is er nog niet, ook al dateert het eerste verzoek al weer van enige jaren geleden, want er wordt nog druk gedelibereerd over wat precies de onderzoeksopdracht moet zijn. Dat laatste is al het halve politieke voorsorteerwerk: wat niet gevraagd is, wordt niet bestudeerd. Vandaar ook dat het zo lang duurt.

Het wordt echter allemaal bekeken vanuit de politici zelf. Maar de politiek zou zich ook wel eens mogen bekommeren om de dilemma’s waarmee de kiezers worden opgezadeld door dat staatsbestel dat dateert uit lang vervlogen tijden. Terugkaatsen dat dit allemaal niet zou zijn gebeurd als de kiezers niet zo heen en weer zouden vlinderen tussen politieke partijen zou ad rem zijn, maar lost niks op.

Vanuit de kiezer geredeneerd is de oplossing niet zo moeilijk. Koppel het stemmen voor de Provinciale Staten en de Eerste Kamer los van elkaar. Anders gezegd: laat de Eerste Kamer rechtstreeks gekozen worden. Dat verlost de kiezer in ieder geval al van het dilemma of hij zijn stem moet baseren op provinciale of landelijke overwegingen. Het zou bovendien de Provinciale-Statenverkiezingen maken tot wat ze zouden moeten zijn. Tenzij de provinciale bestuurslaag natuurlijk wordt opgeheven, zoals ook wel wordt bepleit.

Het andere probleem, dat bij rechtstreekse verkiezingen van de Eerste Kamer een stem van invloed kan zijn op de kabinetsformatie van enkele jaren later, kan alleen worden weggenomen als de verkiezingen voor Eerste en Tweede Kamer tegelijkertijd worden gehouden. Voor de kiezer zou dat een stuk makkelijker zijn. Het scheelt één gang naar de stembus, maar vooral is de kiezer dan verlost van een hoop ingewikkeld denkwerk. Wel roepen gelijktijdige verkiezingen de vraag op of je de facto de senaat dan niet net zo goed kunt afschaffen.

Op het oog lijkt de senaat van een rechtstreekser mandaat politieker te worden, minder een chambre de réflexion. Maar dat hoeft niet. Misschien durven de senatoren dan zelfs wel kritischer te zijn op de kwaliteit van de wetgeving, hun eigenlijke taak. Veel zal afhangen van hun taakopvatting, maar dat is nu ook al zo. Voor de kiezers zou ik het wel weten, maar de bal ligt bij de politici. Kom op!