Hoe lang kan Wahid smetteloos blijven?

Reformasie op leven en dood

RMS-president Tutuhatunewa weigert Abdurrahman Wahid te spreken. Toch dragen veel Molukkers de Indonesische president op handen. Maar terwijl hij Nederland bezoekt, dreigt muiterij in het leger. Krijgt ‘de smetteloze’ dan toch bloed aan zijn vingers?

VLEUGJES CELEBES, Lombok en Bali trekken door mijnheer Muzayins winkeltje. Hij beheert een klein Indonesisch geurgebied aan de Amsterdamse Kinkerstraat. Samen met zijn vrouw, die het een beetje zat is, die aandacht van de media voor haar winkel vol kruiden en specerijen uit de Archipel. Niet dat je het aan haar merkt. Ze blijft onverstoorbaar en verwijst vriendelijk naar haar man. Mijnheer Muzayin legt uit: ‘Het wordt te veel. We zijn niet gewend aan camerateams en journalisten.’


Het is een familieband die maakt dat het winkeltje van de Muzayins dergelijke niet-alledaagse klandizie trekt. Mevrouw Muzayin is verwant aan Gus Dur, zoals de president van Indonesië Abdurrahman Wahid ook wordt genoemd. Haar vader is een neef van wijlen Wahids vader. Verre familie naar Hollandse maatstaven. Toch kwam Gus Dur steevast bij de Muzayins over de vloer als hij Nederland bezocht. De laatste jaren laat zijn fysieke gezondheid echter te wensen over (Wahid heeft een rolstoel nodig en is bijna blind) waardoor een bezoek aan de Muzayins er niet altijd meer in zit. Maar misschien komt hij deze keer weer aanwaaien. Want Gus Dur bezoekt woensdag 2 en donderdag 3 februari Nederland, voor het eerst sinds zijn verkiezing tot president van het land dat het Europese continent met gemak in omvang verslaat.


Een bliksembezoek is het — het duurt slechts 24 uur. Maar het is van onschatbaar belang. Voor Nederland, dat eindelijk — nu de zich ten koste van het volk verrijkende potentaat Soeharto en zijn ‘glimlachende zaakwaarnemer’ en tussenpaus Habibie het veld hebben geruimd — weer zonder schroom een volwaardige band kan aangaan met Indonesië. Maar meer nog voor Indonesië zelf. Want de democratisch gekozen president Wahid zit in een moeilijke positie en heeft elke cent steun nodig die hij krijgen kan.


Wahids Europese trip — hij bezoekt nog zestien andere landen — is niet zonder gevaar. Want het rommelt aan het thuisfront. Atjeh, Lombok, de Molukken — sinds zijn verkiezing eind oktober wakkeren ontevreden legercommandanten regionale onlusten aan om Wahids politiek van ‘reformasi’ te ondergraven volgens het Timor-scenario. Gebeurt er iets wat de generaals bedreigt — het door de ‘separatisten’ glansrijk gewonnen referendum op Oost-Timor —, dan zaaien ze terreur om hun macht te tonen. De generaals speelden een belangrijke rol in het systeem van Soeharto, die hen rijkelijk beloonde voor de onaantastbaarheid die hun troepen hem verleenden. Abdurrahman Wahid heeft er nooit een misverstand over laten bestaan: als Indonesië wil opkrabbelen uit het diepe economische dal, zal het systeem-Soeharto tot de grond toe moeten worden afgebroken. Hervormingen binnen het leger hebben daarom de hoogste prioriteit, zo zei hij nog onlangs in een interview in het tijdschrift Review.


Toen afgelopen maandag bekend werd dat oud-legerleider generaal Wiranto, coördinerend minister van Veiligheid, door een onderzoekscommissie in verband werd gebracht met de misdaden op Timor, maakte Wahid bekend dat hij hem zou ontslaan zodra hij weer thuis was. ‘En dan hou ik het nog beleefd’, mompelde hij. Vorige maand stuurde hij Wiranto en twee andere minister-officieren al vervroegd met militair pensioen. Gus Durs verblijf in het buitenland is niet bepaald een gunstige uitgangspositie om muiterij het hoofd te bieden. En die dreigt. Wiranto zei dinsdagochtend het aangekondigde ontslag niet te accepteren, waardoor de spanningen tussen de regering en het leger opliepen. ‘Zo is mijn land niet’, bromde Wahid, geconfronteerd met de dreiging van een staatsgreep. Maar vlak voor zijn tournee waarschuwden de Verenigde Staten voor een ophanden zijnde coup. Wahid heeft zowel de hervormingsgezinde marine als de luchtmacht achter zich. Eerder al nam hij het leger de wind uit de zeilen door admiraal Widodo tot bevelhebber van de strijdkrachten te maken, vice-luchtmaarschalk Santoso aan het hoofd van de militaire inlichtingendienst te stellen en de militaire woordvoerder te ontslaan.



ZELFS TWINTIGDUIZEND kilometer verwijderd van zijn familie op de Molukken, vanwaar nog altijd onheilstijdingen binnenkomen, is John Lilipaly — van 1986 tot 1998 PvdA-Tweede-Kamerlid — op zijn hoede. Hij vertrouwt Indonesische machthebbers niet snel. Drie keer ontmoette hij Abdurrahman Wahid. Lilipaly: ‘Ik moet bekennen dat ik een goede indruk van hem heb. Natuurlijk was ik erg afwachtend toen ik hem de eerste keer sprak. Dat was vorig jaar september, in Den Haag. We spraken over de situatie op de Molukken. “Ik kom terug als president”, zei hij. Toen al nodigde hij ons uit om naar Jakarta te komen, om over de Molukken te praten op het hoogste niveau. We kwamen twee dagen vóór de verkiezingen aan. Na zijn verkiezing dachten we: die gooit de deur dicht. Maar nee. Hij regelde meteen een ontmoeting met Habibie en Wiranto. Later in december vergezelden we hem toen hij de Molukken bezocht, met Megawati. Op zijn verzoek.’


Met overmoed der onervarenheid heeft dat niets te maken. De vorige betrekking van Wahid — hij is schriftgeleerde en gematigd moslim — behelsde het leiderschap van ’s werelds grootste moslimorganisatie Nahdlatul Ulama. Toen Amien Raïs (Wahids bondgenoot in de verkiezingsstrijd, nu zijn fundamentalistisch georiënteerde rivaal — jb) publiekelijk partij koos voor de moslims op de Molukken, liet Gus Dur onmiddellijk een cordon van marineschepen rond de eilanden leggen. Hij vertelde aan alle media die het horen wilden dat hij dat deed om de jihad buiten de deur te houden. Daarmee liet hij niet alleen zijn macht zien, maar richtte hij bovendien de schijnwerper op Raïs’ fundamentalisme, waardoor die als politicus onacceptabel werd. Een politieke meesterzet, te meer daar de hervormingsgezinde marine de onbetrouwbare legereenheden die op de Molukken de onrust aanwakkeren, stevig in de tang heeft. Lilipaly: ‘Als hij ergens in gelooft, strijdt hij ervoor. Hij dóet het gewoon, al moet hij er vijftig jaar geschiedenis voor aan de kant schuiven. En hij houdt woord. Dat is het beeld wat ik van hem heb. Misschien moet je vraagtekens zetten bij zo iemand, maar wat Gus Dur doet is onnavolgbaar.’



VAN TWIJFEL is geen spoor te bekennen bij Nederlandse parlementariërs. Marijke Vos van GroenLinks: ‘Ik heb de indruk dat president Wahid heel goed weet waar hij mee bezig is. Als iemand het veranderingsproces in goede banen kan leiden, is hij het wel. Het is van groot belang dat we zo veel mogelijk steun verlenen aan zijn regering. Wahid is op leven en dood bezig om het leger onder controle te brengen. Daarbij moet hij gesteund worden. We moeten zo veel mogelijk ingaan op Indonesische hulpverzoeken. Economische en humanitaire hulp zijn nu heel belangrijk. Wahid moet iets mee terug kunnen nemen dat zijn positie versterkt.’


Dat vindt ook het CDA, bij monde van Agnes van Ardenne. Er is ‘alle reden om de betrekkingen weer aan te halen en te bezien wat Nederland kan bijdragen aan de opbouw van het land, de stabilisatie en het democratiseringsproces. Want Indonesië verkeert in uiterst moeilijke omstandigheden en kan ondersteuning van de internationale gemeenschap goed gebruiken’, schreef ze vorige week in het Algemeen Dagblad. Dat alles moet gepaard gaan met ‘een behoorlijke dosis bescheidenheid’ gezien het belaste verleden.


De noodzaak van die terughoudendheid ziet Enric Hessing (VVD) niet zo. ‘Het koloniale verleden en de politionele acties zitten niet in het achterhoofd van de Indonesiërs maar in dat van de Nederlanders. Wij worstelen maar met dat verleden, terwijl Indonesië zich veel meer op de toekomst richt.’ Wahid moet gesteund, vindt ook hij. ‘Hij is integer en wil fundamentele hervormingen doorvoeren. Wahid kiest voor democratie en voor het opbouwen van een degelijke rechtsstaat. Hij heeft een evenwichtige regering gevormd met een goed programma, hij pakt de corruptie aan, hij liberaliseert de economie en hij heeft een nette begroting opgesteld waarmee de Wereldbank en het IMF akkoord zijn.’ Kortom, Gus Dur propageert zo’n beetje alles waar een rechtgeaard liberaal de handen voor op elkaar krijgt. Het Westen mag hem dus best een kontje geven.


Ook John Pesulima, beleidsmedewerker van het Landelijk Overlegorgaan Welzijn Molukkers, zet zijn kaarten op Abdurrahman Wahid. Vooral omdat hij meent dat de schriftgeleerde president ervoor kan zorgen dat de Molukken en andere Indonesische provincies spoedig autonomie verkrijgen. En alleen dát kan volgens Pesulima snel de situatie verbeteren. ‘Er moet gesproken worden over het zelfbeschikkingsrecht van de verschillende volkeren die nu bij Indonesië zijn ingelijfd. Er dienen nu toch eindelijk stappen ondernomen te worden. Nederland heeft zich inzake Indonesië steeds bediend van stille diplomatie. Dat moet maar eens afgelopen zijn. Als het gaat om misstanden in andere delen van de wereld schreeuwt Nederland het immers altijd van de daken. Deze kwestie moet open en bloot op de diplomatieke tafel gedeponeerd. Het gaat om mensenlevens. De Indonesische eenheidsstaat is altijd in stand gehouden op de punt van het bajonet. Zo bezien heeft de stille diplomatie aardig wat slachtoffers gemaakt. Er zitten nog steeds mensen vast om politieke redenen, en het toegezegde referendum inzake Atjeh is door Wahid weer teruggetrokken. Wij pleiten voor de instelling van een unie, van een federaal staatsbestel. Zoiets als de Verenigde Staten van Indonesië, uit 1946. Dat zal niet zomaar gaan, dat realiseren we ons, maar in elk geval moet het bespreekbaar worden. Met hulp van Nederland. De proclamatie van de RMS (Republik Maluka Selatan, Republiek der Zuid-Molukken — jb) is bekrachtigd door zowel Nederland als de Verenigde Naties. Dat is een volkenrechtelijk gegeven waar niemand omheen kan. Een terugblik op het dekolonisatieproces is dringend geboden.’


VVD-parlementariër Hessing peinst er niet over om bij Indonesië aan te dringen op meer autonomie voor de Molukken. Voor directe hulp aan de Molukken staat twee miljoen gulden ter beschikking, nog eens een miljoen wordt achter de hand gehouden voor de wederopbouw. En wat de ‘stille diplomatie’ betreft waar Pesulima zich zo tegen verzet: de enige keer dat partijgenoot Van Aartsen daar van afstapte in casu de Molukken brandde hij zich flink. Rond de jaarwisseling verzond hij een brief waarin hij bij de Indonesische regering aandrong op een ‘neutrale troepenmacht’ en (enkele alinea’s verder) ‘alle mogelijke hulp’ beloofde. Zowel de oppositie in Nederland als elementen in het Indonesische leger (bij ontstentenis van Van Aartsens ambtgenoot Shihab reageerde Wiranto — scherp afwijzend uiteraard) grepen de tekst aan om de minister de oren te wassen: Nederland zou troepen willen sturen naar de Molukken. Een malle gedachte, maar Van Aartsens eigen schuld. Zijn brief was zo vaag-diplomatiek dat je er alle kanten mee op kon.


Ook op andere vlakken van het Indonesië-beleid blunderde Van Aartsen flink. In september probeerde hij nog — tevergeefs — een EU-wapenembargo tegen Indonesië te voorkomen, terwijl net was komen vast te staan dat het leger betrokken was bij moorden op Timor. Toen dat embargo afliep (twee weken geleden) pleitte hij tot ieders verbazing voor het verlengen ervan, nét op het moment dat duidelijk was dat Wahid wel enige welwillendheid in het leger kon gebruiken, aangezien het gonsde van de coup-geruchten. Op aanraden van Gus Dur staakte Van Aartsen zijn steun aan het embargo, dat prompt werd opgeheven, waarmee hij een schadeclaim van 122 miljoen gulden van Hollandse Signaal Apparaten aan de Nederlandse staat op het nippertje wist te voorkomen. HSA kon nu Indonesië nog net vóór 1 februari de radarapparatuur leveren (waarde 80 miljoen) waarvoor het reeds een exportvergunning had. Doel van de apparatuur: Widodo’s hervormingsgezinde marine die Wahid heel hard nodig heeft in zijn (vooralsnog koude) oorlog tegen de opstandige, Soeharto-gezinde landmachtgeneraals. Marijke Vos van GroenLinks (dat overigens niet achter de HSA-leverantie staat): ‘Zo’n beleid versterkt niet bepaald je positie als minister. We hebben het gevoel dat men op Buitenlandse Zaken absoluut niet weet wat er speelt in Indonesië.’


Onlangs dreigde Van Aartsen wederom aan het zwalken te slaan. Hij leek het niet te kunnen verkroppen dat hij werd gepasseerd door president Wahid, die onlangs duidelijk maakte oud-premier Lubbers te willen vragen te bemiddelen op de Molukken. Inmiddels is hij bijgedraaid. Volgens de Rijksvoorlichtingsdienst heeft Wahid donderdag inderdaad een tête-à-tête met Lubbers. Met de zegen van de minister van Buitenlandse Zaken.



JOHN LILIPALY weet wel waarom Van Aartsen ‘een bloedneus’ heeft opgelopen: hij heeft niet geluisterd naar Wahid. ‘Nederland moet niet zelf iets verzinnen. We moeten simpelweg onze oren spitsen voor wat Gus Dur vraagt. Hij weet het beste wat hij nodig heeft. Het gaat om heldere doelen: de troepen moeten terug naar de kazernes, de generaals moeten vervangen en het volk moet eten.’ Van Aartsen moet oog hebben voor de dubbeltaal van Wahid. ‘Hij wil een volwaardige relatie met Nederland. Waarom denk je dat hij praat met Nederlandse Molukkers en Lubbers benadert? In deze precaire situatie moet hij behendig zijn, dus speelt hij via de band. Maar zijn doel is Nederland. Hij wil samenwerken. Daar kan iedereen belang bij hebben. Nederland is voor hem de voordeur naar Europa, Indonesië kan voor ons de voordeur zijn naar Azië.’


Maar hoe slim Wahid het spel ook speelt, toch gaat hij volgens Lilipaly zware tijden tegemoet. Zeker nu het leger in rep en roer is wegens het aanstaande ontslag van Wiranto. ‘Ik ben bang dat er een geweldige clash in Jakarta gaat komen. Het buitenland kan hem niet helpen als het eenmaal vechten wordt, want dan raakt hij in diskrediet. Hij moet dit helemaal zelf doen. Wat op Java en in Jakarta staat te gebeuren zal vele malen erger zijn dan Timor en de Molukken.’ De ‘smetteloze’ zal bloed aan zijn handen krijgen, weet Lilipaly zo goed als zeker. Houdt Gus Dur het roer? ‘Ins’allah’, zegt Lilipaly. ‘Als God het wil, zal het gebeuren.’