Regels!

Juist nu is het tijd om zorgvuldig democratisch tot stand gebrachte procedures te volgen. Dat is hét wapen tegen wantrouwen. Of het nu om een burgemeestersbenoeming gaat of om het tellen van stemmen.

Omdat de burgemeestersstoel van zowel Maastricht als nu ook Amsterdam vacant is, was de link afgelopen week snel gelegd, soms als grap, soms serieus bedoeld: dan kan de uit politiek Den Haag vertrekkende cda'er Camiel Eurlings mooi naar Maastricht en de nu eigenlijk al definitief van het Binnenhof vertrokken pvda'er Wouter Bos naar Amsterdam. Zitten ze beiden dicht bij huis en gezin, hetgeen toch het doel was van hun vaarwel tegen de binnenlandse politiek.
Eurlings zie je wel als burgemeester voor je. Joviaal, na werktijd een potje bier binnen handbereik, genietend - samen met zijn stadsgenoten - van André Rieu op het Vrijthof, een man die mensen aan zich weet te binden. Zelfs wie niet van Camiel gecharmeerd is, moet toegeven dat hij als jongeling al wist dat je het van je kiezers moet hebben. Als twintigjarige voerde hij actief campagne en kwam met voorkeurstemmen in de gemeenteraad van Valkenburg. Wanneer Marokkanen, Turken of hindoestanen dat doen, zijn we geneigd de wenkbrauwen te fronsen, maar Camiel weet dat het werkt.
Wouter Bos kreeg pas echt veel stemmen toen hij nummer één op de kieslijst van de pvda was. Dan een stemmentrekker zijn, is niet ingewikkeld, dat overkomt je als lijsttrekker. Het verkrijgen van genoeg stemmen om daarmee ook te kunnen zeggen dat je de grootste partij bent, is echter wel lastig. Dat weet Bos: het is hem bij de twee Kamerverkiezingen onder zijn leiding, in 2003 en 2006, niet gelukt.
Bos zie je ook niet voor je als burgervader van Amsterdam. Wat zijn partijgenoten vaak over hem zeggen, straalt ook van hem af: soepeltjes menselijk contact onderhouden ligt hem niet, reageren doet hij vooral als hij kritiek krijgt, Bos is geen bindend figuur. Zijn beoogd opvolger als partijleider, de inmiddels al als burgemeester van Amsterdam opgestapte Job Cohen, heeft laten zien dat wél te zijn.
De nieuwe gemeenteraden van Maastricht en Amsterdam mogen nu op zoek naar een nieuwe burgemeester. Deze mag dan weliswaar niet rechtstreeks gekozen worden, zoals de vorige week overleden d66-oprichter Hans van Mierlo graag had gezien, het is wel al een aantal jaar zo dat de gemeenteraad een bindende voordracht doet. De Kroon benoemt formeel nog wel, maar mag alleen om zwaarwegende redenen afwijken van de voordracht van de raad.
Daarom is de opmerking in de Volkskrant van voormalig hoogleraar staatsrecht Jan Vis zo vreemd dat een benoeming van een burgemeester voor de hoofdstad moet wachten op een nieuw kabinet. Het is juist omgekeerd. Het zou van teruggaan in de tijd getuigen als op een nieuw kabinet wordt gewacht, dat zich dan vervolgens ook met de burgemeestersbenoeming zou gaan bemoeien. Stel u voor: de Amsterdamse raad draagt, om maar eens een ook al veel gehoorde naam te noemen, Guusje ter Horst voor en een nieuw kabinet van bijvoorbeeld cda-pvv-vvd negeert dat door de koningin een cda'er te laten benoemen. Leiden zou in last zijn, en terecht. Dat zou een terugkeer zijn naar oude politiek, om maar weer eens die geliefde uitdrukking van Geert Wilders en zijn collega- pvv'ers te gebruiken, een politiek waarin in de achterkamertjes op het Binnenhof van alles wordt bekokstoofd, zoals ook wie, van welke partij, waar burgemeester wordt. Juist in een demissionaire periode kan het cda laten zien dat het de nieuwe benoemingsprocedure serieus neemt en accepteert dat in de vier grote steden, ook in Amsterdam, de christen-democraten geen rol van betekenis meer spelen.
In Maastricht liggen de politieke krachtsverhoudingen anders. Daar is het cda na 3 maart even groot geworden als de pvda, na de vier jaar daarvoor zes zetels kleiner te zijn geweest. De verkiezingsuitslag was daarmee een afrekening van de bevolking voor het wegsturen - door andere partijen - van cda-burgemeester Gerd Leers. Als in Maastricht de huidige raad weer een cda-burgemeester wil, moeten de andere partijen, de pvda voorop, dat aanvaarden als uitkomst van de huidige benoemingsprocedure én hun eigen handelen in het dossier-Leers. Dat was nu juist de bedoeling toen werd besloten de raad voortaan de burgemeester te laten voordragen. Niet om het kabinet er daarna mee te laten doen wat het wil.
Vis’ opmerking creëert in het Maastrichtse geval de ruimte om te beweren dat bij een eventuele cda-benoeming in de demissionaire periode het huidige cda/cu-kabinetje deze er nog snel even doorheen drukt. Maar welk kabinet dan ook, demissionair of missionair, Paars, Rood, Groen of Blauw, het heeft de raad te volgen. Vis draagt met zijn opmerking bij aan het wantrouwen in de samenleving. Alsof de Nederlandse politiek daar niet al genoeg onder lijdt.
Alsof het niet juist nu tijd is om zorgvuldig de met elkaar democratisch tot stand gebrachte procedures te volgen. Dat is hét wapen tegen wantrouwen. Of het nu om een burgemeestersbenoeming gaat of om het tellen van stemmen, zoals in Rotterdam. Of dat wantrouwen nu terecht is of doelbewust gezaaid wordt om het democratisch systeem te doen wankelen.
Nederland leeft niet meer in een tijd dat vertrouwen het uitgangspunt kan zijn. De tijd is voorbij dat we ons niet hoefden te identificeren in het stemlokaal, omdat we ons gekend wisten; dat de volmacht hoogstens kwam van een familielid of buur, omdat ronselen in ons denkpatroon geen plaats had; dat belanghebbenden zich op de verkiezingsdag afzijdig hielden, omdat we het niet netjes vonden op of over de drempel van het kieslokaal nog campagne te voeren.
We kunnen er om treuren dat dit zorgeloze, in de ogen van buitenlanders overigens naïeve vertrouwen verleden tijd is. Maar het is beter extra zorgvuldig de afgesproken regels te hanteren om te voorkomen dat op 9 juni de stembusuitslag kan worden gewantrouwd. Dat zou een ramp zijn.