Menno Hurenkamp

Regeringsdwang

Ik zag vanmorgen een vliegende vis in de woestijn. Nergens verkiezingen te bekennen en tegenover me zit een man met een PvdA-speldje. Leren aktetas dure bril, bekend merk zeiljack en daarop die vier rode letters. Een PvdA-button — lange tijd de stille vertaling van de kreet: ja ik ben een overspannen maatschappijleerdocent nou en?! Het kan dus weer. Zou hij teleurgesteld zijn dat de formatie mislukt? Vast niet.

Want één vliegende vis maakt nog geen zomer. Het moest bijna wel misgaan. Twee jonge leiders, die hun aanvoerderschap beiden nog moeten bewijzen. Dan heb je geen verschillende opvattingen nodig om toch een ongemakkelijke situatie te krijgen. Irak en de uitgesproken weerzin van Balkenende tegen regeren met de PvdA waren ook mooie redenen er een punt achter te zetten. Het is nu ronduit vernederend voor een zogenaamd vernieuwde PvdA dat deze formatie stukloopt op de calculus van schimmige economen. En dat niet een discussie onder verstandige leden en actieve politici de doorslag geeft. Het idee dat politiek iets is over ingewikkelde dingen onder heel serieuze mannen is weer leven ingeblazen.

Hoe kwam het dat de PvdA zich zo ingroef in die besprekingen met het CDA? Nog geen vier maanden geleden was de partij tenslotte in diepe crisis. Overwinningsroes en plichtsbesef zullen een rol hebben gespeeld. Maar er tekent zich ook een generationele en politiek-strategische ontwikkeling bij de sociaal-democraten af, die maakt dat regeren noodzakelijk boven oppositievoeren staat.

Bos heeft terecht stevig geïnvesteerd in een groep nieuwe mensen in en rond zijn partij — dertigers vooral. De beloning is dat de club weer leven uitstraalt en ook toegankelijker oogt. Maar de jonge kamerleden en de ondernemers uit zijn beroemde netwerk hebben meer te winnen bij een partij die aan de financiële en bestuurlijke knoppen draait dan bij een partij die oppositie voert. Er zijn dan meer banen en meer opdrachten te verdelen. Voor de jonge wethouders van middelgrote steden uit datzelfde netwerk is het zelfs broodnodig dat de PvdA regeert, want je krijgt als wethouder bepaald meer voor elkaar als je een bevriend minister in Den Haag hebt.

Dat dit minder cynisch is dan het klinkt bewijst ook de politieke kant van deze medaille. De linkse veranderingsambities van de dertigers uit het netwerk van Bos lopen niet langs een programmatische lijn. Hun idealen zijn niet terug te vinden in beginselprogramma’s, omdat ze vinden dat de kracht van woorden ook maar zo groot is als de klap die je met een boek kunt geven. Daar is wat voor te zeggen. Nu hebben ze de verkiezingen gewonnen: ze blaken van zelfvertrouwen en willen vieze handen maken, door piecemeal engineering maatschappelijke verbeteringen realiseren. Welke veranderingen, dat blijkt waar het onrecht de kop op steekt.

Nadeel is dat dan je eigen bestuurlijke betrokkenheid de enige garantie van je politieke deugdelijkheid is. Als je alleen politiek kunt maken door te doen — en niet door visioenen te vertellen en door burgers op hun zorgen te organiseren zoals de sociaal-democratie deed — dan is regeren noodzakelijk. In Engeland, waar steevast één partij regeert, snijdt dit misschien hout. In Nederland, waar de partijen in meerdere opzichten inwisselbaar zijn, ben je dan verrekte kwetsbaar.