Hoofdcommentaar

Regie

Reageer online>>>

Wouter Bos is pas een paar maanden minister van Financiën, maar zijn agenda is boordevol. ’s Lands grootste bank staat in de uitverkoop. De wereldgeldhandel dondert in elkaar. Lastige dossiers, waarin een vaste hand en een koel hoofd worden gevraagd.

Maar Bos’ leiderschap staat ter discussie vanwege iets heel anders: een matpartij in Voorburg, waarbij een PvdA-gemeenteraadslid klappen opliep. Bos, leider van de partij waar deze Ehsan Jami lid van is, koos een beheerste, staatsmannelijke positie, die op zichzelf consistent was. Hij vond ’t vervelend dat ’t zo gelopen was, maar Bos kon Jami’s manier van politiek bedrijven niet billijken.

Daarmee ging Bos voorbij aan de gegronde onrust over het feit dat hier mogelijk iemand om zijn openbare mening was afgetuigd. Ook als betrokkene geen PvdA’er was geweest, had de vice-premier zich daarom best kunnen bekommeren. De vrijheid van meningsuiting is immers een principe dat ronduit steun verdient. Cartoonisten horen niet te worden doodgestoken, opera’s horen niet te worden afgelast omdat de profeet erin genoemd wordt, activisten voor geloofsafval horen niet te worden gemolesteerd. Bos’ rustige reactie was te koel. Er is sprake van flinke mediaschade: hier werd een dappere frontsoldaat door zijn meerderen gedesavoueerd.

De analyse van Wouter Bos inzake Jami is niet zo moeilijk te construeren. Wij zijn de PvdA. Wij hebben veel nieuwe Nederlanders in de gelederen. Het islamdossier is heikel. Wij willen ons verre houden van simplismen en verabsoluteringen als ‘de koran is een fascistisch boek’, ‘geloofsafval is een mensenrecht’ of ‘Marokkaanse Nederlanders zijn per definitie niet te vertrouwen’. Wij kiezen voor de Cohen-koers. Wij schuiven twee boegbeelden naar voren, Albayrak en Aboutaleb, blinkende voorbeelden van geslaagde integratie, van gezonde maatschappelijke ambitie én van moderne matigheid in religieuze zaken. Ondanks onze socialistische beginselen zijn wij niet tegen religie. Dat zou ook vreemd zijn, want Wouter Bos is zelf even religieus angehaucht als zijn voorbeelden over de grens, Tony Blair en Barack Obama.

Die gematigde koers is lastig. Er is moed voor nodig, want het is in zekere zin de koers van de kwetsbaarheid. Door niet in absolutismen te willen vervallen maakt een partij als de PvdA zich kwetsbaar voor het verwijt ‘onduidelijk’ te zijn of te ‘twijfelen op hoofdpunten’. Dat is politiek een handicap, ook al zijn het nu eenmaal dossiers waarin weinig zekerheden bestaan. Het enige antwoord is vasthoudendheid, consistentie én onwrikbare steun voor de mannen en vrouwen die aan het front – bijvoorbeeld in de gemeenteraad van Leidschendam – dat bij-elkaar-houden-principe willen uitdragen. Die consistentie en die steun zijn cruciaal, de marge voor fouten is klein, en dat geldt ook in omgekeerde richting. Voor de Amsterdamse fractievoorzitter Asscher bestond geen enkele ruimte om zijn sjoemelende raadsleden in de deelraad Zuidoost te accomoderen. Exeunt. Bijltjesdag.

Het is goed voorstelbaar dat de missie van Ehsan Jami door de PvdA-top aanvankelijk werd gezien als nét binnen de marges van die kwetsbare koers. Om zijn publieke optreden te kunnen hanteren dan wel om daar ‘regie’ over te kunnen uitoefenen, werden wijze PvdA’ers als Wolfsen en Koole ingezet, alsmede Eddy Terstall, die misschien werd geacht de taal van de jongeren beter te spreken. Dat trio zal zijn verrast door de bereidheid van Jami alle correspondentie op het internet te zetten. Ze zullen aan Bos hebben gemeld dat Jami in de armen van scherpslijpers als Afshin Ellian was gewandeld en dat daarmee de hoop op het kanaliseren van Jami’s boodschap moest worden opgegeven. Dus liet de PvdA Jami vallen, tegen wil en dank. Dat dat samenviel met die vechtpartij, was op z’n minst ongelukkig, maar de politieke conclusie ten aanzien van Jami’s verabsoluterende boodschap kon moeilijk anders zijn dan dat die niet binnen de PvdA thuishoort.

Het is raar dat de PvdA met die conclusie zo schuttert. Het zou de partij juist voordeel kunnen opleveren om eens een ferme positie in te nemen.

Vervolgens staat Jan Pronk op en kandideert zich voor het voorzitterschap. Hij schudt het hoofd over de ‘aarzeling, aarzeling, aarzeling’ van de partijleider. Hier komt een man van de oude stempel, een veteraan van vele ideologische slagvelden, iemand die in dit soort dossiers ouderwetse duidelijkheid wil scheppen, ook al is die duidelijkheid niet opportuun. ‘Eenmaal ingenomen standpunten worden gemakkelijk ingeruild’, zegt Pronk. Dat geldt natuurlijk niet alleen de PvdA; dat is de alledaagse praktijk van de mediaverslaafde politici, die hun kamervragen baseren op wat zij ’s maandags in de krant hebben gelezen.

In die opmerking van Pronk zou Bos een aanmoediging kunnen zien om in het Jami-debacle voet bij stuk te houden. Om bijvoorbeeld te zeggen: ‘Het is heel erg, wat die jongen is overkomen, maar dit soort opinies en dit soort campagne-voeren-via-Ellian-en-internet horen niet bij ons.’ Dan maar die koppen in De Telegraaf. Dan maar het gekef van de Wildersianen.

Als Pronk de PvdA kan stimuleren in het vasthouden aan eigen standpunten, ook al zijn ze impopulair, dan kan zijn voorzitterschap Wouter Bos een belangrijk tactisch voordeel bieden. Daar zouden de partij én de partijleider veel plezier van kunnen hebben. Of het zetels oplevert, is vers twee.