Muziek

REISADVIES

MUZIEK North Sea Jazz

Tweemaal werd de Nederlandse jazzliefhebber ruw uit zijn natuurlijke habitat verdreven en tweemaal bleek het leed uiteindelijk reuze mee te vallen. Sterker nog: bij de verhuizing van zowel Bimhuis als North Sea Jazz waren weemoed en jammerklacht al snel onherkenbaar veranderd in aanzwellende juichkoren. Nu was er ook weinig reden om nostalgische gevoelens te koesteren voor het Haagse Congrescentrum of het oude Bimhuis. Het eerste had de ambiance van een Europarlement-gebouw, terwijl het roestvrijstalen interieur aan de Amsterdamse Oude Schans eerder deed denken aan een hufterproof metrostation dan aan een jazzclub.

Tegen alle scepsis in blijkt het Rotterdamse sportpaleis een prima locatie te zijn voor een jazzfestival met een dergelijke infrastructuur (rond de 23.000 bezoekers per avond, 180 acts op vijftien podia). De akoestiek is in Ahoy’ op veel plekken zelfs beter dan op de oude locatie. Alleen de vertrouwde perikelen rondom de ‘routing’ (de theorie der mensenmassaverplaatsing) blijken ook in Rotterdam soms onvermijdelijk.

Terzake: een geheel subjectief reisadvies door nsj-gebied. Begin North Sea Jazz dit jaar voortvarend met Goudsmit, Trujillo, Vierdag en Vink. New Cool Collective-gitarist Anton Goudsmit is binnen de vaak naar schools conservatisme neigende wereld van de jazzgitaar een hoogst energieke uitzondering die zichzelf verontrustend veel waanzin toestaat in zijn spel. Met schaamteloos eerlijke bluesgrepen en een aan Marc Ribot herinnerende articulatie is ieder concert van Goudsmit een feest. Niet voor niets is Goudsmit dit jaar genomineerd als Artist Deserving Wider Recognition.

Wynton Marsalis is samen met het Lincoln Center Jazz Orchestra dit jaar Artist in Residence. Samen met dit orkest brengt de trompettist twee hommages: aan de stoomtrein in Full Steam Ahead en aan Ornette Coleman, een van de hoofdacts van dit jaar. Ornette Coleman (Fort Worth, Texas, 1930) heeft met albums als Something Else! (1958), The Shape of Jazz to Come en Change of the Century (allebei uit 1959) en Free Jazz: A Collective Improvisation (1960, met Jackson Pollock-hoes) aard en koers van de jazz beslissend veranderd. Voor zijn laatste, wederom apodictisch getitelde album Sound Grammar (2006) werd hij als tweede jazzmusicus ooit onderscheiden met de Pulitzer Prize for Music. Een Nederlandse jazzcriticus beoordeelde deze cd als volgt: ‘Hallelujah! Een mirakel.’ Deze als geen ander invloedrijke altsaxofonist treedt op in een unieke kwartetbezetting, met twee akoestische bassen (strijkend en plukkend) en drums. Ook trompettist Tomasz Stanko is een pionier van de freejazz, zij het in Polen. Na Stanko is het lastig kiezen tussen de standaardkwaliteit van Buena Vista Social Club of trombonist Conrad Herwig, die de latin dimensie in werken van Miles Davis, John Coltrane en Wayne Shorter exploreert.

Op 51 locaties in het centrum van Rotterdam is dit jaar een interessant ‘off-nsj’-programma. Begin de zaterdag bijvoorbeeld met Panchito: frisse latin-jazz uit Nederland, met een glansrol voor de jonge trompettist Rik Mol. Maar mis om half zeven The Campbell Brothers niet; een gospelgroep die met behulp van twee steel guitars jubelend van God getuigt. Besluit de avond na Cinematic Orchestra (zie hieronder) voor de verandering niet met Roy Hargrove, immers behorend tot de North Sea Jazz-inboedel, maar opteer voor jazz-zangeres Dee Dee Bridgewater. Na Ry Cooder, Manu Chao en Damon Albarn ging ook Dee Dee naar Mali om zich te laven aan de West-Afrikaanse muziekcultuur. Red Earth werd in Bamako opgenomen, met vrijwel alle relevante Malinese musici. Hopelijk weet ze dit prachtige album live waar te maken. Dans ten slotte de zaterdagnacht in met het New Yorkse afrobeatorkest Antibalas, zeldzaam goed op dreef tijdens de huidige tournee.

Dag drie. In het Nederlands Architectuur Instituut kan men op vertoon van een nsj-passe-partout voor niets de Le Corbusier-tentoonstelling bekijken. Ook Ed van der Elskens jazzfotografie (Nationaal Fotomuseum) vormt een ontspannen begin van de zondag. Om kwart voor vijf treedt dan eindelijk het Ornette Coleman Quartet aan en hierbij kan men maar beter vroeg aanwezig zijn. Mócht ze komen, dan is hierna de Britse soulster Amy Winehouse beslist te verkiezen boven de sentimentele überkitsch van Yasmin Levy – voor deze Shakira-voor-intellectuelen geeft dit blad een negatief reisadvies.

Daarna dient zich het enige grote dilemma van deze nsj-editie aan. Om met Lenin te spreken: wat te doen? Het bij voorbaat al legendarische concert van funkpionier Sly Stone, of toch maar de veel minder rondgonzende, maar artistiek gezien interessantere Lionel Loueke? Deze Beninse jazzgitarist maakte met Gilfema een van de mooiste jazz-cd’s van 2005. Niet eerder was Loueke (Herbie Hancock en Terence Blanchard werken met hem op een first call basis) met zijn eigen trio in Nederland te zien. Niet te missen, deze briljante West-Afrikaanse verhalenverteller-op-gitaar. Sluit af met Hamilton de Holanda: virtuoze, Braziliaanse fusion op een mandoline (geen grap).

www.northseajazz.nl. 13 juli t/m 15 juli in Ahoy’, Rotterdam. www.northsearoundtown.com