Reizen

Een dierbare vriendin woont in Lugano. Ik had herfstvakantie. Dus nam ik een vliegmachine naar Agno, het vliegveld in die buurt. Het was er prachtig weer en ik zat als een prinsesje op het balkon dat uitkijkt over het prachtige meer aldaar.

Ik ben er tien dagen geweest en ik heb zeven boeken gelezen. Omdat ze daar nog Eurosport hebben, kon ik een vrouwentennistoernooi volgen. Mijn eten en drinken werden geheel verzorgd. Kortom, het was gezellig en heerlijk.
Bij thuiskomst pakte ik mijn koffertje uit, zoals het hoort. Ik heb zo'n ding op wieltjes dat mee mag de cabine in, wat ik dus niet doe omdat je het volle ding dan hoog moet tillen, het bagagevak in en dat is voor mij niet te doen. Ik wacht gewoon wel even bij de afgifte.
Nadat ik alles weer opgeborgen of in de was had gedaan, wilde ik het koffertje dat uit twee delen bestaat, aan elkaar ritsen en keurig opbergen. Ik kreeg het niet voor elkaar. Het ritsen lukte absoluut niet. Rustig blijven, zei ik tegen mezelf, kijk er met geduld en slimheid naar, je houdt het waarschijnlijk ondersteboven of zo.
Ik voelde een knoet in mijn maag ontstaan. Ik ben niet kwaad te branden, nooit driftig, altijd geduldig. Maar als een technisch ding dienst weigert, kan zich plots een knoet vormen waaruit een akelige drift voortkomt.
Ik heb me beheerst. Ik heb de koffer niet weggesmeten of stukgerukt. Ik heb hem vernietigend aangekeken en hem in twee delen in een kast gezet. Ik haat hem.