‘reizen verlaagt de drempel naar het onderbewuste’

Een gesprek met Fleur Bourgonje, auteur van De bruiden. Uitgeverij Atlas, 151 blz., f29,90
FLEUR BOURGONJE publiceerde onlangs haar tiende boek, de verhalenbundel De bruiden. De acht verhalen zijn alle geheel of gedeeltelijk gesitueerd in Argentinie, een land dat de schrijfster goed kent. Fleur Bourgonje woonde tien jaar in Zuid-Amerika; sinds haar terugkeer naar Nederland heeft zij het continent vaak bereisd.

In het titelverhaal woont de Europese Emma een zomer lang in een Argentijnse stad, naast een vuilnisbelt waaronder de lijken van verdwenen gevangenen worden vermoed. Andere verhalen in de bundel beschrijven het moment wanneer tussen een man en een vrouw de verwachtingen nog niet zijn ingelost; een verpleegster die wakker wordt naast de buschauffeur met wie zij is meegegaan; twee tienermeisjes die beiden verliefd zijn op een bandoneonspeler; een man die zich opmaakt om een vrouw te bezoeken die aan de andere kant van de bergen woont.
In ‘Een nieuwjaar zonder dieren’ komt een vast thema in Bourgonjes werk terug: de herinnering aan haar kinderjaren op een boerderij in Gelderland. Fleur Bourgonje: 'Als ik thema’s zou hebben, zou ik zelf niet zeggen welke het zijn, omdat ik dat beledigend voor de lezer vind. Lezers halen zulke verschillende dingen uit mijn werk. Dezelfde onderwerpen komen wel regelmatig terug. Ik denk dat schrijven een vorm is om je eigen mythen tot klaarheid te brengen. Dat je helderheid krijgt over de mythen die je over je eigen leven hebt gecreeerd. Helderheid over je jeugd en je kindertijd bijvoorbeeld. En in mijn geval komt daar misschien nog de mythe van Zuid- Amerika bij. Of de mythe van de liefde. De mogelijkheid of onmogelijkheid van de liefde, de bereikbaarheid of onbereikbaarheid van de ander.
De plek waar ik ben opgegroeid, is kennelijk zo'n mythische plek voor mij. Ik heb getracht deze plek te beschrijven in mijn roman Een huis voor het leven, waarin ik het leven van mijn vader en grootvader heb opgeroepen. Ik ben geboren op een boerderij, hoewel mijn vader geen boer maar smid was. Hij kwam uit een geslacht van smeden. Ik ben opgegroeid in een omgeving die beheerst werd door het paardenbeslaan en het smeden. Ik denk nog heel vaak aan de manier waarop mijn vader werkte. Mijn manier van schrijven lijkt daarop. Hij hield een stuk ijzer, de grondstof, in het vuur. Dan smeedde hij het, net zo lang tot het de vorm had ge kregen die hij zocht. De band om het wiel van een kruiwagen bijvoorbeeld, of het kruisbeeld voor de kerk. In het vuur houden, smeden, weer in het vuur houden, weer smeden. Het ambachtelijke, het slaan met de hamer om vorm te geven aan iets wat nog geen vorm heeft, het geluid van de hamer op het aambeeld - dat heeft zich in mij vastgezet.’
'IK BEN De bruiden begonnen met het verhaal 'De valleivrouw’. Ik heb vorig jaar een tijdje in Argentinie gezeten. Ik had een idee voor een verhaal of voor een roman die moest spelen in een grensgebied. Het enige grensgebied wat mij voor ogen kwam, was het grensgebied tussen Chili en Argentinie, omdat ik dat goed ken. Dat was het begin van “De valleivrouw”, een liefdesgeschiedenis tussen twee mensen van wie de een aan de ene kant van de bergen woont en de ander aan de andere kant.
Tijdens het schrijven ontstaat het verhaal. Ik heb meestal geen vooropgezet plan. In een flits zie ik iets en denk ik: dit is een ver haal. De Amsterdamse episode in “De valleivrouw” ontstond bij toeval. Bepaalde fragmenten die zich afspeelden in het Argentijnse verhaal heb ik in Amsterdam laten doorlopen. Ik heb mij de laatste twintig jaar altijd bewogen tussen twee continenten. Ik heb in twee continenten liefgehad.
Ik zat vorig jaar op een boerderij, op een estancia, in Zuid- Argentinie. Dat riep onvermijdelijk herinneringen aan mijn eigen jeugd op. Mijn angst voor dieren: voor een kudde die op hol slaat, briesende paarden, bijtende hon den, alles waar ik als kind bang voor was. Als ik op een boerderij kom, weet ik dat ik niet op een maar op twee boerderijen ben. Zo ontstond “Een nieuwjaar zonder dieren”.
Het verhaal “Traject”, over de vrouw die met de bus door Buenos Aires rijdt, is ’s nachts inderdaad in een bus ontstaan. Ik zat in een lege bus die dwars door Buenos Aires ging. De buschauffeur had een liefje bij zich dat steeds met hem zat te flirten. Ik was heel afgunstig, want de bus ging maar door, ’s nachts door de verlaten stad. Ik dacht, moet je mij nu zien zitten, jaloers op die vrouw die met de chauffeur… had ik ook maar een chauffeur. Dat gebeurde in een fractie van een seconde.
Ik heb de naam van de stad niet genoemd in het verhaal. Dat de meeste lezers niet weten dat het verhaal in Buenos Aires speelt, kan me niet schelen. Het doet er ook niet toe, het had ook New York kunnen zijn, of een lege tram in Amsterdam. Het gaat mij om de spanning tussen mensen en het spanningsveld tussen het irrationele en het bewuste van hun gedrag. De naam van de stad is niet van belang.’
'IK WIL mijzelf ook niet alleen maar gekoppeld zien aan Zuid- Amerika. Ik heb verhalen in het Midden-Oosten gesitueerd. En als iemand morgen zegt: “Ga naar Groenland en zie maar”, dan zou ik dat ook prettig vinden. Omdat ik niet schrijf over landen, maar over wat er gebeurt tussen mensen. Ik zie niet zo veel verschil, waar zij zich ook bevinden. In alle culturen zijn mensen verdrietig en blij, alleen de manier waarop zij zich uiten is anders. De meeste verhalen gaan over liefde. Het zwaartepunt ligt bij de vrouwen. De vrouwen verlangen naar liefde, tegen beter weten in soms.
Ik denk niet aan de lezer als ik schrijf. Ik heb geen boodschap voor de lezer. Ik probeer voor mijzelf te begrijpen waar het in het leven om gaat. Toen ik mijn eerste boek, Spoorloos, schreef, kwam ik net uit Zuid-Amerika. Dat boek gaf uiting aan mijn verontwaardiging over dictaturen. Ik schreef over het politieke en het maatschappelijke omdat de wereld waarin ik leef daardoor beheerst werd. Ik kon dat niet kunstmatig weghouden. Maar het heeft te maken met literaire ervaring of je dat terloops doet of nadrukkelijk. Mijn verontwaardiging verwoord ik nu anders, bijvoorbeeld door een militair uit een vliegtuig te laten springen. Terwijl ik tien jaar geleden veel nadrukkelijker zou hebben gezegd - in een artikel, niet in een roman - dat vijftig opstandelingen van die militair een injectie kregen waardoor ze versuft raakten, waarna hij ze een voor een uit een vliegtuig gooide. Ik herinner me nog dat dit in Argentinie aan het licht kwam. Toen schreef ik het onomwonden, maar werd ik niet geloofd. Nu is het bewezen en kan ik er met ironie over schrijven; nu kan ik die militair uit een vliegtuig in een kolkende rivier laten duiken.’
'HET IS NIET zo dat ik verre landen opzoek, ik ben nu eenmaal vaak in Zuid-Amerika. Een groot deel van mijn leven heeft zich daar afgespeeld. Ik zie Zuid- Amerika ook niet als iets exotisch. Ik kom net terug uit Chili. Ik ken Chili beter dan Duitsland en Frankrijk. Door te reizen verlaag ik de drempel naar het onderbewuste, naar de verbeelding. Ik ben veel ontvankelijker voor wat er om mij heen gebeurt dan anfdere mensen, omdat niets sleur is. Ik zie mensen die ik nog nooit heb gezien, ik hoor woorden die ik nog nooit heb gehoord. Door die grotere ontvankelijkheid werkt mijn verbeelding sneller. Het is tegelijkertijd een innerlijke reis. Het bewegen door de ruimte is ook een bewegen door je geest. Het is een dubbele ontdekkingsreis.
Ik reis meestal met weinig middelen. Het liefst met bussen of treinen. Ik heb reizen gemaakt met vrienden, maar ook veel alleen. Soms ben ik zelfverzekerd en euforisch en soms word ik overvallen door twijfel en zelfs angst. Laatst zat ik op een eiland aan het einde van de wereld, in het zuiden van Chili. Alles ging goed, maar op een avond dacht ik: “Niemand weet waar ik ben, ik geloof dat ik kiespijn krijg, hoe kom ik hier weg.” Dat is de andere kant van het reizen, dat je in paniek kunt raken. Dat de eenzaamheid greep op je krijgt. Iedere reis heeft een dieptepunt en een hoogtepunt. Ik ben blij als dat ergens toe leidt.’