Economie

Rekenen

Van alle komkommerdiscussies van deze zomer heeft die over het rekenonderwijs me het meest aan het denken gezet. De Volkskrant meldde begin augustus dat meer dan een kwart van de basisscholen met rekenen slecht presteert. ‘Verontrustend’, noemde de Volkskrant de slechte rekenprestaties.
De krant wist ook een oorzaak te melden. Het leek de krant waarschijnlijk dat deze ‘crisis in het onderwijs’ te wijten is aan de nieuwe ‘onbewezen’ lesmethoden. Klassieke sommenmakers hebben het afgelegd tegen de aanhangers van het ‘realistische rekenonderwijs’. Kinderen krijgen verhaaltjes voorgeschoteld in plaats van abstracte sommen. Dat moest wel mis gaan.
De bijval was enorm. Rekenen moet je leren door te stampen en te oefenen, vonden de Volkskrant-lezers. Een van hen wist wel een oplossing voor de crisis. ‘Op de zolders van de schoolgebouwen zullen vast nog wel wat vergeelde en rekenleerboekjes liggen uit 1965 of van eerdere jaargangen’, schreef hij. ‘Welnu, als de bliksem naar de drukker met die boekjes en heruitgeven.’
Dit soort verontwaardiging is natuurlijk heerlijk voor de nieuwsluwe zomervakantie. Of beter: voor iedere vakantie. NRC Handelsblad was immers met hetzelfde onderwerp ook al zo leuk de kerstvakantie doorgekomen. Marc Chavannes, de iedere week weer wat meer naar het reactionaire uiterste opschuivende commentator van NRC Handelsblad, veegde toen in een aantal stukken de vloer aan met de ‘babbelrekenkunde’. Het zorgt voor slechte tegenprestaties, wist Chavannes, en ‘de voorvechters van realistisch rekenen vertonen sektarisch gedrag’.
Mijn eerste reactie? Meteen afschaffen die modernistische rekenmethodes. Gewoon weer tafels leren, staartdelingen maken en breuken oefenen. Ik ben daar ook niet slechter van geworden. Ik heb zelf kinderen in de laagste klassen van de basisschool. Natuurlijk wil ik ook dat ze daar alle tafels in hun hoofdje geramd krijgen. Niks nadenken, gewoon leren. Zo hoort dat nu eenmaal.
Maar er is iets helemaal mis met deze impulsieve reactie. Want waarom moeten schoolkinderen tegenwoordig eigenlijk kunnen rekenen? Zijn de rekenkunstjes nu echt het beste wat we onze kinderen gedurende die fantastische jaren dat hun hersens nog wagenwijd open staan, kunnen leren? Van alle geweldige dingen die we zo in de jonge geesten kunnen laten stromen kiezen we de tafel van zeven, het gelijknamig maken van breuken en het vermenigvuldigen van enorme getallen.
Alsof het rekenmachientje nooit is uitgevonden. Op iedere laptop en elk mobieltje zit er tegenwoordig een. Bij de groothandel koop je honderd rekenmachientjes voor nog geen zestig euro. Voor iets meer dan een miljoen euro kun je er een uitdelen aan alle 1,8 miljoen Nederlandse basisschoolleerlingen. (Dat heb ik uitgerekend in Excel.) Geef vijftien euro per kind uit en iedereen krijgt een wetenschappelijke rekenmachine die meer kan dan een twaalfjarige ooit zal leren. Beschouw het als een vooruitgang: dankzij de moderne technologie hoeven we helemaal niet meer te leren rekenen. Een bevrijding. Kinderen krijgen tijd om echt nuttige vakken te leren, zoals Engels of blindtypen met tien vingers.
Maar die verpleegster in het ziekenhuis dan? Die kan straks de juiste medicatie niet meer uitrekenen. Geef haar in hemelsnaam ook snel een rekenmachine. Aan mijn bed graag geen hoofdrekenende zuster – ook niet een van voor de Mammoetwet.
Zonder rekenen geen wiskundeonderwijs, werpt u misschien tegen. Klinkt logisch. Maar zou het niet nog logischer zijn om de kinderen dan maar direct wiskunde te leren? Wiskunde begint niet met uit het hoofd leren van tafels. Dat is geheugentraining. En ook niet met rekentrucjes die de leerling wel kan toepassen, maar niet begrijpt. Hoofdrekenwonder Willem Bouman (geen familie), die moeiteloos de wortel trekt uit een getal met achttien cijfers, was op de hbs slecht in wiskunde.
En toch zal ik net als Marc Chavannes boos worden als mijn kinderen op school niet ouderwets leren rekenen. Ik denk dat het komt omdat we de kwaliteit van het onderwijs afmeten aan de enige referentie die we hebben: ons eigen onderwijs. Alleen als kinderen leren wat wij leerden is het goed. Die reflex zadelt het onderwijs op met een vertraging van een kwart eeuw. Of nog erger, want ons onderwijs werd weer bepaald door de onderwijservaring van onze eigen ouders. Ad infinitum. Zo beschouwt is het logisch dat de school de enige plek is waar – net als ten tijde van onze grotbewonende voorouders – nog met krijt op de muur wordt geschreven.