Menno Hurenkamp

Rekenen

Telkens praten we over Geert Wilders. Leuk is anders. De man wil boeken verbieden, mensen en gezinnen deporteren. Alsof er een taxichauffeur in de Tweede Kamer zit. Wanneer je bij een verkeerde chauffeur in de auto zit, wacht je toch tot hij weer uit je leven verdwenen is? Hoe komt het dat déze taxichauffeur zo zichtbaar blijft? Een deel van de verklaring is dat de media bang zijn. Na de moord op Fortuyn moet het volksgevoel op waarde geschat worden – een terechte conclusie. Jammer genoeg is de pers te weinig soeverein om dat op waarde schatten te vertalen in: kritisch bevragen. Doodknuffelen van ‘de gewone man’ en de politici die diens stem vertolken is veel gemakkelijker.

Neem de ‘verkiezingen voor de politicus van het jaar’. Het tv-programma EénVandaag heeft via een ‘24.000 leden’ tellend internetforum vastgesteld dat de Nederlanders vinden dat Rita Verdonk de politicus van 2007 is en Geert Wilders een mooie nummer twee. Maar dit programma springt met een weergaloze combinatie van domheid en boosaardigheid om met cijfers.

Eén voorbeeld. In een ondervraging over ‘hangjongeren’ geeft tweederde van het _EénVandaag-_panel aan géén last te hebben van de hangjongeren in hun buurt. Da’s geen nieuws natuurlijk. Dus keilt de _‘EénVandaag-_redactie’ het ‘onderzoek’ aan met het feit dat 68 procent van mensen ‘veel tot heel veel’ last heeft van de hangjongeren. Oei – even vergeten op te schrijven dat die grote ergernis alleen geldt voor die paar mensen die überhaupt last hebben van hangjongeren. Wat zo’n onbetrouwbare club meldt via ‘internetpanels’ achterhaald te hebben, zegt op zijn best iets over hoe de redactie denkt over de eigen kijkers of achterban. Maar het nettoresultaat is aandacht voor de aan de rand van de democratie opererende Wilders en Verdonk – zonder dat er kritische vragen vallen.

Het kan bonter. In een verkiezing voor ‘de politicus van het jaar’ die de NOS recentelijk voor het publiek optuigde, stond Wilders ook op twee, met zo’n tien procent van de stemmen. De SGP’er Bas van der Vlies stond op één, met elf procent van de stemmen, dankzij een actie van de SGP-jongeren. Het is dus niet aannemelijk dat er veel ‘normale’ mensen aan deze enquête hebben meegedaan. Dan zegt een fatsoenlijk journalist: ‘F*ck, enquête onder het volk mislukt, ik ga maar weer wat slimme vragen voor politici verzinnen.’ Zo niet de NOS. Die hijst Wilders op het schild, omdat hij ook maar liefst tien procent van de stemmen van de parlementaire pers heeft gekregen in een soortgelijke verkiezing voor de politicus van het jaar – waar overigens maar een fractie van de Haagse pers aan meedeed. Wat steun van internetfanaten, enkele Binnenhof-bewonderaars en tádáá: dagenlang media-aandacht, gratis en voor niks – met de groeten van de Haagse redactie van de NOS. Dat de jongens en meisjes op de School voor Journalistiek niet leren rekenen, is niet zo erg, wanneer ze zich tot schrijven beperken. Als ze met huisgemaakte sommen aankomen, past de reactie jegens de peuter van een bevriend echtpaar die trots zijn product in de po laat zien: vriendelijk knikkend de andere kant op kijken.

Al met al staat de tijd en ruimte die de pers aan Wilders-als-fenomeen besteedt in geen verhouding tot de tijd en ruimte die de pers besteedt aan het kritisch bevragen van de man of zijn plannen. Meer kritische massa in de journalistiek zou het probleem zeker niet doen verdwijnen, wel draaglijker maken.