Rekening houden

De dappere Turks-Nederlandse schrijfster Lale Gül wordt door haar familie verstoten en uitgemaakt voor kontlikker van het Westen. Franca Treur ziet grote overeenkomsten met haar eigen situatie toen ze debuteerde met haar roman over een reformatorische familie in Zeeland. Gül moet verdedigd worden.

Lale Gül, 5 maart. Gaat haar boodschap nog gehoord worden? © Judith Jockel / Laif / ANP

Behalve lof en steun krijgt de Turks-Nederlandse schrijfster Lale Gül veel kritiek naar aanleiding van haar boek Ik ga leven. Ze maakt een karikatuur van haar gemeenschap. Ze kan niet schrijven. Ze doet zielig op tv, maar verkoopt boeken over de rug van haar familie. En vooral: ze speelt ultrarechts in de kaart.

Dergelijke beschuldigingen zijn standaard voor wie een boekje open doet over een gesloten gemeenschap, ongeacht de boodschap. Valt te verwachten dat na al die primaire reacties de inhoud van het boek ter harte wordt genomen?

Je weet toch hoe onze mensen zijn, zei haar vader tegen Gül. Had je daar niet een beetje rekening mee kunnen houden? Maar Gül is helemaal klaar met rekening houden met haar Turks-islamitische omgeving in Amsterdam-Nieuw-West. Ze wil gaan leven.

Thuis had ze gezegd dat ze aan een liefdesroman werkte. Haar ouders lezen geen Nederlands. Even waren ze zelfs trots op hun dochter. Toen kwamen de eerste telefoontjes en werden ze door vreemden en bekenden gretig bijgepraat. Al gauw moesten ze concluderen: ‘Je hebt ons hele gezinsleven op straat gelegd.’

Niet alleen hun privacy was geschonden. Het boek blijkt niet de gewone, keurig in fictie verpakte vuile was die beginnende schrijvers vaak buiten hangen, en die al confronterend genoeg kan zijn. Dit is uiterst smerige, overduidelijk autobiografische was, en de herkomst van de vlekken wordt er heel precies bij vermeld, met akelige teksten in de koran en al.

In de lange tirade van Gül tegen haar streng-islamitische opvoeding moet vooral haar moeder het ontgelden, die bij de vroomste imam graag een wit voetje haalt en roomser dan de paus wil zijn om straks in het hiernamaals uitvoerig voor de inzet te worden bedankt. Ze gelooft bovendien dat op de Oordeelsdag een ontspoord kind op het conto van de ouders komt, dus wordt de hoofdpersoon kort gehouden. Echt ontsporen, dat kan alleen een dochter. Güls broer mag, in Güls woorden, vanwege zijn snikkel, doen waar hij zin in heeft. De ongelijkheid tussen man en vrouw en het tribale denken zijn de belangrijkste stenen des aanstoots voor Gül: ‘Alles wat een meisje doet wordt vertaald naar de familie.’

Het woord ‘snikkel’ in het boek, plus wat varianten daarop, vormt, voorzover ik kan inschatten, weer het grootste struikelblok voor de islamitische gemeenschap. Juist de frase ‘koranvaste lul’ die ook op de achterflap staat, en die vaak in de media wordt geciteerd in combinatie met de mededeling dat Gül niet met zo’n seksloos iemand wenst te trouwen, wordt als uiterst beledigend ervaren. De (doods)bedreigingen die Gül krijgt, lijken vooral afkomstig van het gekwetste patriarchaat.

Wat ze zeggen is dat ze boos zijn omdat Gül Allah laat praten in haar boek. Oneerbiedigheden over Allah of de Profeet zijn natuurlijk het allerergste, dat weet iedereen, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de gewone volgelingen nog net iets meer beledigd zijn door Güls omschrijving van henzelf. Allemaal zijn ze recentelijk op de nationale televisie afgewezen door deze succesvolle jonge vrouw uit eigen kring. Ook in het boek laat Gül expliciet weten dat haar seksuele voorkeur uitgaat naar Nederlandse mannen. In een zinderend expliciet hoofdstuk wordt duidelijk dat ze het niet bij woorden alleen laat. Maar dat boek openslaan is uiteraard helemaal niet nodig om je reactie klaar te hebben.

Ik volg de stand van zaken met grote interesse en eerlijk gezegd ook met angst in het hart, omdat Gül daadwerkelijk gevaar loopt. Afgezien daarvan, zie ik grote overeenkomsten met mijn eigen situatie toen ik debuteerde met Dorsvloer vol confetti, een roman over een reformatorische familie in een Zeeuws boerendorp. Ook toen hing er, wanneer ik mijn ouders sprak om weer een nieuw brandje te blussen, constant de vraag in de lucht: had je niet een beetje rekening met ons kunnen houden?

Immers, ook in de reformatorische gemeenschap staken alle wijzende vingers hun kant op, achter hun rug én openlijk in het Reformatorisch Dagblad. Hun geloofsopvoeding was kennelijk zo gemankeerd geweest dat ik erdoor ontspoorde.

Er is heel goede hoop dat het boek van Lale Gül jonge moslima’s aan het denken zet

Ik vond het onuitstaanbaar dat de credits daarvoor naar mijn ouders gingen. Had ik niet zelf die emancipatoire stap gezet, een die samenviel met stijgen op de maatschappelijke ladder? Maar in dergelijke collectivistische gemeenschappen is zelfbeschikking van meisjes nog een beetje wennen.

Mijn roman was veel minder autobiografisch dan die van Gül, het was een geconstrueerd verhaal dat draaide om een familie die moeite heeft met andere verhalen dan dat ene tot Waarheid verheven verhaal. Maar zo bleken mensen niet te lezen. Je kunt mooi praten, maar het is gewoon een boek over de Treurtjes en over het dorp, met hier en daar een draaitje, zei een man uit het publiek me tijdens een lezing in Middelburg.

De kritiek op Güls boek vanuit de beschreven gemeenschap zelf komt mij zeer bekend voor. Allereerst heb je degenen die het boek weigeren te lezen, omdat het geschreven zou zijn door iemand met een slecht hart. Degenen die het wel lezen, maar het confronterend vinden, hebben steevast aanmerkingen op de kwaliteit. De auteur wensen ze heel vroom het beste, ze tonen meestal medelijden (vanwege het verlies van het kostbare geschenk van het ware geloof) en hopen op inkeer, want de hel is erger voor wie de weg heeft geweten maar niet bewandeld. Maar het boek maken ze met de grond gelijk. Het is karikaturaal, clichématig, en altijd is het ‘belabberd geschreven’. Hoe populairder de auteur wordt in de buitenwereld, hoe vileiner deze kritiek wordt.

Opvallend genoeg kreeg ik uit links-culturele hoek exact dezelfde kritiek toen mijn tweede roman, De woongroep, uitkwam, een niet alleen maar rooskleurig verhaal over de wereld waarin ik was terechtgekomen. Precies die drie kwaliteitsverwijten las ik terug in de negatieve recensies. Terwijl mijn eerste roman in min of meer dezelfde schrijfstijl juist om die stijl veel lof had geoogst. Niemand leest vanuit een vacuüm.

Dat het om een bestsellerauteur gaat, maakt de reacties bitterder, ook uit andere hoeken. Gül is veel in de media, waarin ze aangeslagen vertelt hoe ze wordt bedreigd en verstoten, maar ondertussen heeft ze ook nog steeds iets te verkopen. Haar naïviteit moet dus wel gespeeld zijn, want wie denkt er nu serieus weg te komen met zoveel provocatie? Eigenlijk is ze heel opportunistisch.

Dat is een gemeen verwijt. Natuurlijk kun je wel voorzien dat er kritiek zal komen, maar wat is van tevoren weten? Je hebt vermoedens, maar je weet het nooit écht. Tijdens het schrijven weet je niet in welk ‘klimaat’ het boek zal landen en hoe groot iets in de media komt. En dat Gül ondanks alles haar boek wil promoten, is heel legitiem, zelfs als ze het alleen voor het geld zou doen, wat gezien haar politieke boodschap niet zo waarschijnlijk is.

Maar gaat die boodschap nog gehoord worden?

In haar boek beschrijft Gül hoe op een snikhete zondag een mevrouw van de pvda komt flyeren op de Koranschool. De kinderen moeten de brochures aan zoveel mogelijk familieleden geven, maar de vrouw zegt tot teleurstelling van de hoofdpersoon niets tegen de docenten over die zweterige rothoofddoeken van de meisjes. Wie ieder in zijn eigen waarde laat, laat ieder ook in zijn ongeluk.

Gül beschrijft de koranlessen als uiterst vernederend voor vrouwen en homo’s, en suggereert om ze niet langer te subsidiëren. Ze weet zeker dat ze veel minder populair zullen zijn wanneer ouders ze zelf moeten betalen. Het lijkt me een wijs voorstel. Ook zegt ze niet te willen wonen in een land waarin moslims in de meerderheid zijn, waar docenten, artsen en politiemensen islamitisch zijn. Ze bedoelt dat niet islamofoob of racistisch, maar praktisch. Bij je arts moet je een soa-test kunnen doen zonder dat je ouders ingelicht worden. De politie moet voor je veiligheid zorgen, ook als je een kritische journalist of activist bent. Ook als je als meisje in een kort rokje over straat loopt. In Turkije is dat niet meer evident.

Dat is, hoe redelijk ook, natuurlijk koren op de molen van iemand als Geert Wilders, die haar moed dan ook roemde in de verkiezingsstrijd. Daardoor is Gül nu door haar familie verstoten en wordt ze uitgemaakt voor verrader, huismoslim, kontlikker van het Westen. ‘Terwijl moslims het al zo moeilijk hebben.’ Vergelijk: refo’s bashen is makkelijk, ze liggen al zo onder vuur van links vanwege hun man-vrouwopvattingen.

Is er hoop dat haar boek daadwerkelijk iets verandert? Dat er op hoog politiek niveau iets gedaan wordt met betrekking tot de subsidiëring van die conservatieve koranscholen lijkt niet onmogelijk nu Gül zozeer inzet is geworden in de verkiezingsstrijd en politici zich met haar situatie bemoeien. Ik hoop het van harte.

Bij middelbare scholieren zijn de emancipatieboeken van Özcan Akyol, Mano Bouzamour en Murat Itsik erg populair. Christelijke scholieren schrijven boekverslagen over Dorsvloer vol confetti. Er is dus heel goede hoop dat het boek van Gül jonge moslima’s aan het denken zet, al is de stap naar afvalligheid dan nog niet één-twee-drie gezet. Maar als ze met veel zijn, kunnen ze misschien hervormingen afdwingen en in elk geval hun eigen kinderen minder streng opvoeden. Dan helpt het wanneer het goed afloopt met Gül zelf.