Rekenkamer kapittelt Rotterdam over Wereldmuseum

Vandaag verschijnt het rapport van de Rotterdamse Rekenkamer over het Wereldmuseum. De gemeente heeft grote steken laten vallen.

Medium wm5

De Rotterdamse Rekenkamer heeft forse kritiek op de gemeente voor haar rol in de affaire rond het Wereldmuseum. Het toezicht was ver onder de maat waardoor de zaken in het museum uit de hand konden lopen.

Het college van b. en w. heeft verzuimd te controleren of de museumcollectie – eigendom van de gemeente – wel goed werd beheerd. De gemeente weet niet eens exact welke stukken aan het museum in beheer zijn gegeven en kan dus niet beoordelen of de collectie nog volledig is.

Ook was er geen ‘structureel en formeel overleg’ tussen de raad van toezicht van het museum en het college, iets wat wel had gemoeten, concludeert de Rekenkamer in het vandaag gepresenteerde rapport Werelden van verschil: Onderzoek naar verzelfstandigingsafspraken Wereldmuseum. Zo kwam het college er veel te laat achter dat de raad van toezicht, vanwege het verstrijken van zittingstermijnen, niet meer bevoegd was. ‘Pas als gevolg van diverse media-uitingen, de Publieksactie Wereldmuseum en het defungeren van de raad van toezicht, is er bij het college sprake van toegenomen aandacht voor het Wereldmuseum.’ In haar rol als subsidieverstrekker is de gemeente ‘te weinig sturend’ geweest.

Alles bij elkaar heeft de gemeente ‘na de verzelfstandiging onvoldoende stilgestaan bij de rol en de verantwoordelijkheid die zij ten opzichte van het Wereldmuseum heeft’, concludeert de Rekenkamer.

Het onderzoek werd ingesteld na publicaties in De Groene Amsterdammer over misstanden bij het Rotterdamse museum, geleid door directeur Stanley Bremer. Die werd in 2001 binnengehaald als redder van het noodlijdende museum. Bremer werd indertijd geprezen om zijn ‘ondernemingszin’ maar is daar enigszins in doorgeschoten, analyseert de Rekenkamer. ‘De collectie die thans door het Wereldmuseum wordt beheerd is in gevaar (gebracht). Wat is er in vredesnaam misgegaan?’ zo wordt de onderzoeksvraag samengevat.

‘Als het onderzoek iets duidelijk heeft gemaakt, dan is het wel dat met een subsidiekorting van meer dan veertig procent er een kennelijke ondergrens werd bereikt, die onder invloed van een behoorlijk vaag gebleven mechanisme van “cultureel ondernemerschap” achteraf onwenselijke uitkomsten heeft opgeleverd’, aldus de Rekenkamer. In 2013 sneed de gemeente fors in de subsidie voor het museum, hetgeen Bremer probeerde op te vangen met allerlei commerciële activiteiten, waaronder het optuigen van een sjiek restaurant. De maatregelen die directeur Bremer in reactie op de bezuinigingen nam, zoals een grootscheepse reorganisatie en het ontslag van veel deskundig personeel, noemt de Rekenkamer ‘verklaarbaar’.

Doordat winsten en verliezen van de – aan het museum gelieerde – bv’s van restaurant en museumwinkel werden verrekend met die van het museum kon echter het ‘ongewenste beeld ontstaan dat subsidiegeld wordt besteed aan commerciële activiteiten’. Omdat de gemeente geen heldere kaders heeft gesteld zijn er ‘geen handvatten om te beoordelen of het Wereldmuseum met haar ondernemende houding verder gaat dan de gemeente met cultureel ondernemerschap heeft bedoeld’.

Ook de raad van toezicht wordt in het rapport niet gespaard. In officiële functioneringsgesprekken was er steeds alle lof voor Bremer, maar na de publicaties in De Groene Amsterdammer kreeg de directeur ineens een lijst met kritiekpunten voorgelegd. De raad van toezicht hield zelf geen besluitenlijsten bij, ondertekende de notulen niet en maakte geen jaarverslagen.

De Rekenkamer beveelt onder meer aan ‘het metatoezicht en het toezicht op het collectiebeheer beter in te vullen en te bepalen waar de grenzen van cultureel ondernemerschap liggen’.

Het college van b. en w. onderschrijft de conclusies grotendeels. Dat er in het geheel geen ‘metatoezicht’ heeft plaatsgevonden bestrijdt het gemeentebestuur echter. Opvallend is dat het volgens het college ‘in eerste instantie aan een instelling zelf is om kenbaar te maken als een subsidiekorting tot een onwerkbare situatie dreigt te leiden’. Uit de reconstructie in augustus 2014 in De Groene Amsterdammer bleek dat Bremer jarenlang bedelbrieven aan de gemeente heeft gestuurd waarin hij meldde dat de financiële kortingen het museum de das om dreigden te doen. De Rekenkamer signaleert dan ook dat het er ‘sterk op lijkt dat het college op een aantal punten zijn eigen rol binnen het systeem van “checks and balances” bagatelliseert’.