AFGHANISTAN: MISSIE OF MOERAS

Rekken en erbij blijven

Premier Balkenende is veel slimmer dan hij lijkt. De kwestie-Afghanistan heeft hij met zijn strategie van «rekken en erbij blijven» op punten weten te winnen – voorlopig.

Wat zou er zijn gebeurd als het kabinet vlak voor het kerstreces onomwonden het besluit had genomen zo’n veertienhonderd Neder landse militairen naar de Afghaanse provincie Uruzgan te sturen en D66 haar nee voorlopig voor zich had gehouden? Dan was de Tweede Kamer begin deze week terug gekomen om te beginnen met de parlementaire behandeling zodat de fracties op een later tijdstip in een openbaar debat ja of nee hadden kunnen zeggen tegen dit kabinetsbesluit.

Wat gebeurt er nu het kabinet vier weken geleden niet onomwonden maar met twee D66-slagen om de arm slechts het voornemen uitsprak om naar Afghanistan te gaan en pas afgelopen vrijdag van dit voornemen een besluit maakte? De kamerleden zijn eveneens afgelopen dinsdag van reces teruggekeerd en de woordvoerders kunnen gewoon beginnen met de parlementaire behandeling.

Oftewel, vier weken gekrakeel hebben niks veranderd. Er is zelfs geen kostbare voorbereidingstijd voor de militairen verloren gegaan, zoals voorstanders van de missie beweren. Het door enkele van hen gebruikte argument dat «onze mannen en vrouwen» van defensie onnodig lang in onzekerheid verkeren, getuigt van een ondemocratische houding. Het ontzegt de Tweede Kamer de mogelijkheid om nee te zeggen. En juist dat, de mogelijkheid om nog nee te kunnen zeggen tegen een buitenlandse militaire missie, was de les die Nederland van het Srebrenica-drama zou gaan leren.

Hebben kamerleden, kabinet en pers zich dan vier weken lang uit verveling gestort op de woorden «voornemen» en «besluit» in relatie tot de Afghanistan-missie? Nee. Nadat regeringspartij D66 voorafgaand aan een standpunt van het kabinet aankondigde tegen een Nederlandse missie naar Afghanistan te zijn, traden gewone politieke reflexen in werking. Die leidden weliswaar tot bizarre situaties, die het toch al vaak wankele vertrouwen van het publiek in de politiek geen goed deden, maar de reflexen zelf waren heel normaal. Iedereen stelde zich dezelfde vragen: hoe zwaar telt dit nee, wat doen de twee D66-ministers, stappen ze op, struikelt het kabinet over Afghanistan? Voor de oppositie is het een natuurlijke reflex dat laatste, de val van het kabinet, vervolgens niet te willen verhinderen. Voor het kabinet is het juist normaal er alles aan te willen doen zo’n val te voorkomen.

De kleinste regeringspartij zegt met haar «nee» de inhoudelijke discussie over de Afghanistan-missie op de agenda te hebben willen zetten. Inmiddels is er meer dan een maand verstreken sinds D66 dit standpunt bekendmaakte. In die maand is het zelden tot nooit over de missie zelf gegaan. Alle bovengenoemde vragen, die de D66-opstelling opriep, benamen juist het zicht op Uruzgan. D66 schoot haar doel meer dan voorbij, waardoor een belangrijk onderwerp verwerd tot een intern Haags spelletje.

Het resultaat is dat de bal nu bij de PvdA-fractie ligt. Die was er eind vorige week dan ook als de kippen bij om voorwaarden te stellen aan haar eventuele instemming. Twee daarvan zijn inhoudelijk: er moet in Uruzgan reëel sprake zijn van een Nederlandse bijdrage aan de wederopbouw, en de Nederlandse inzet moet duidelijk gescheiden zijn van het Amerikaanse militaire optreden. Daarnaast stelt de PvdA nog de voorwaarde dat ook de twee D66-ministers de missie onverkort steunen. Het is en blijft tenslotte politiek.

De kleinste regeringspartij trof slechts hoon en demagogie toen het de voortdurende guerrilla-aanvallen aanvoerde als reden om niet naar Afghanistan te willen gaan. Volgens D66 kan er geen sprake zijn van wederopbouw als de militairen voornamelijk bezig moeten zijn met eigen en andermans lijfsbehoud. Maar die boodschap werd al snel uitgelegd als dat D66 het in Uruzgan te gevaarlijk vindt. Ook de discussie over de houding van Nederland ten opzichte van de Verenigde Staten, vier jaar na de aanslagen op de Twin Towers, heeft D66 vooralsnog niet van de grond kunnen tillen. Vragen over rechten van gevangenen, martelingen, geheime gevangenissen, averechtse gevolgen van het Amerikaanse optreden: D66 had ze aan de orde willen stellen. Maar ook dat ging vooralsnog de mist in. Een keihard, afwijkend standpunt kan ook te vroeg komen.

D66 moppert nu dat haar als regeringspartij de mogelijkheid wordt ontzegd nee te zeggen. Ze klaagt dat zij niet vooraf een mening mag geven terwijl de VVD dat met haar ja toch ook doet. Maar daarmee gaat de fractie voorbij aan haar eigen handelen. En dus ook voorbij aan waar het in de politiek om draait: bereik je wat je wilt bereiken?

Premier Balkenende lijkt dat beter door te hebben. Dat bleek afgelopen zaterdag bij het begin van de CDA-campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen in Rotterdam. In de Fortuyn-stad valt op 7 maart dan ook een wereld te winnen. Balkenende zei daar, op een CDA-receptie na afloop van een rondreisje door de stad, dat het in de politiek uiteindelijk gaat om het resultaat en het succes dat je boekt.

Balkenende maakte zijn opmerking over successen en resultaten met een stralend gezicht. Hij heeft daar vooralsnog ook alle reden toe. Vanuit zijn optiek opereert hij op het Afghanistan-dossier tot nu toe succesvoller dan D66: het kabinet zit er voorlopig nog, de twee D66-ministers verzetten zich er niet meer tegen het voornemen naar Afghanistan te gaan een besluit te noemen, de Tweede Kamer begint gewoon aan de parlementaire behandeling van dat besluit én er bestaat een kans dat ook de grootste oppositiepartij, de PvdA, met de missie instemt, waardoor daarvoor een groot draagvlak in de Tweede Kamer zou zijn.

De tactiek van de premier valt onder het hoofdstuk «rekken en erbij blijven». Sterker, het voegt daar een nieuwe paragraaf aan toe. De politiek adviseur die in de week voor kerst verzon om de missie naar Afghanistan te presenteren als een voornemen in plaats van een besluit, zou van de minister-president hoogstpersoonlijk een bonus moeten krijgen.

Alle ministers, inclusief de D66’ers Brink horst en Pechtold, konden door deze woordtruc naar het kerstdiner in huiselijke kring, zonder eerst bij de koningin langs te hoeven om hun ontslag aan te bieden. CDA-minister Bot van Buitenlandse Zaken en VVD-minister Kamp van Defensie hoefden door die truc hun uiteindelijke ja tegen de missie niet te veranderen in een nee of op hun beurt met hun portefeuille te gaan zwaaien. Zo kreeg Balkenende extra tijd.

De oppositie had de truc niet kunnen verzinnen. Maar doorzag hem wel meteen en wilde het spel natuurlijk niet meespelen. Ook regeringsfractie VVD had echter geen zin de D66-ministers hun speelruimte te gunnen en de Tweede Kamer de interne kabinetsproblemen te laten oplossen. De liberalen eisten samen met de oppositie een écht en naar buiten eendrachtig gedragen besluit van het kabinet voordat ze aan een behandeling in het parlement zouden meewerken. Opnieuw leek Balkenende voor een onoplosbaar probleem te staan. Maar tegen de tijd dat het kabinet voor het eerst ging vergaderen over een mogelijke uitweg was hij al weer een paar weken verder. Dankzij het reces. Tijdrekken is een beproefd recept. In die vakantieweken leken de spanningen weliswaar juist op te lopen, maar het was toch de tijd die ervoor zorgde dat de D66-ministers, alle grote woorden van Pechtold ten spijt, zich realiseerden dat hun politieke voortbestaan ervan afhing. Vlak voor kerst leken ze dat in al hun stoerheid even over het hoofd te hebben gezien.

Brinkhorst was de eerste van de twee die zich aansloot bij Balkenendes filosofie dat het uiteindelijk alleen gaat om resultaten en het boeken van successen. Als minister van Economische Zaken weet hij als geen ander dat het economische tij lijkt te keren en de koopkracht weer enigszins toeneemt. Dat laatste doet de kiezer altijd deugd. Opstappen aan het begin van het oogstjaar vindt Brinkhorst onverstandig. Zo diep zit het nee tegen Afghanistan blijkbaar niet. Dat knopen de «mannen en vrouwen van defensie» en hun thuisfront, of ze nu voor of tegen zijn, maar beter in hun oren.

Ineens heet het binnen D66-kringen dat het nee tegen Afghanistan geen principekwestie is, maar gewoon een verschil van mening. Dit is jargon voor de volgende boodschap: was het een principekwestie geweest, dan moeten we uit het kabinet stappen als de meerderheid in de Kamer wel ja zegt, bij een verschil van mening kun je het dualisme zijn werk laten doen en je neerleggen bij een democratische meerderheid. Dat klinkt mooi, maar het roept de vraag op wanneer iets voor D66 wel belangrijk genoeg is om te zeggen: hier kan en wil ik geen verantwoordelijkheid voor dragen.

Ook Pechtold ging er afgelopen vrijdag in de ministerraad blijkbaar mee akkoord de Nederlandse bereidheid om naar Afghanistan te gaan een besluit te noemen. Waar hij anders juist gretig praat over standpunten van het kabinet en zich het recht voorbehoudt daarvan af te wijken, was hij nu ineens opvallend stil.

De uitkomsten van het kamerdebat over Uruzgan zijn legio. Als de PvdA instemt, is er een grote kamermeerderheid voor de missie. D66 staat dan voor de afweging: opstappen of blijven zitten. Bij opstappen valt het kabinet alsnog of wordt het afhankelijk van de gedoogsteun van kleine partijen. Blijft D66 zitten, dan mag de partij hopen dat er niet te veel slachtoffers vallen in Afghanistan zodat de kiezers het allemaal weer snel zijn vergeten. Als de PvdA tegen stemt, wordt het ingewikkelder omdat er dan toch een kamermeerderheid kan zijn, hoe klein ook. Dat scenario biedt D66 nog een kansje. De partij kan Balkenende dan vragen of hij met zo’n klein draagvlak toch de verantwoordelijkheid voor de missie durft te nemen. Maar zo ver is het nu nog niet. Voor lopig wint Balkenende op punten.