Hoofdcommentaar

Relatietherapie in de regerende familie

De coalitie begint op een volière te lijken. In navolging van minister Pechtold zeggen velen uit het kabinet buiten het kabinet wat ze denken. Zoals minister Veerman van Landbouw in de Volkskrant. De bewindsman sprak over het nieuwe zorgstelsel. «De idee daarachter is dat mensen rationeel de beste verzekeraar kiezen. Dat is onzin, echt fictie. De vrijmaking van de energiesector levert het bewijs. De teerling is allang geworpen. Ik doorzie de fouten, maar heb geen zin meer daar bomen over op te zetten.»

Een minister ziet de fouten maar laat die voor wat ze zijn. Binnen een etmaal ging het circus draaien. Het kon niet anders. Minister Hoogervorst van Volksgezondheid liet via buiksprekers weten not amused te zijn. Zijn partijgenoot in de Tweede Kamer, VVD-woordvoerder Schippers, was «laaiend». Veerman moet «pal» achter Hoogervorst gaan staan, «anders heeft hij een probleem». Collega Heemskerk van de PvdA maakte volgens de Volkskrant gewag van «laf en oncollegiaal» gedrag van Veerman. En Kant van de SP, tevreden over deze tweespalt, ontbood hem in de Tweede Kamer.

Het einde van het liedje is even voorspelbaar als het begin. Premier Balkenende zegt een paar kalmerende woorden – net als Veerman die het «niet zo heeft bedoeld» – waarna een ieder overgaat tot de orde van de dag. Waarom? Omdat Veerman eigenlijk iets anders onthult. In de ministerraad wordt niet gepraat, laat staan gediscussieerd: er worden louter dossiers afgevinkt. Hem treft dus geen blaam als het nieuwe zorgstelsel precies het omgekeerde oplevert van wat het beoogt. En zijn mening over hun portefeuille doet er niet toe, zoals hun opinie over de zijne ook van nul en generlei waarde is.

Kortom. Val ons niet lastig met archaïsche tradities als eenheid van regeringsbeleid. Het oogt als een dolle boel, maar is een radicale breuk met de Nederlandse politieke canon die wordt samengevat door het spreekwoord over spreken als zilver en zwijgen als goud.

Binnen de coalitiepartijen is het niet anders. De rel in de VVD rond Hirsi Ali en Wiegel – het woord rel is deze keer van toepassing – is ook een breuk met een traditie. Dat de VVD geen vrindenclub is, is bekend. In de vergaderzalen doen VVD’ers wellevend, maar bij de bar gaat het er hard en vooral persoonlijk aan toe. In die zin is met de briefwisseling tussen Hirsi Ali en Wiegel niets nieuws onder de zon. Nieuw is wel dat de nieuwe liberale beginselen al na krap een half jaar de partij doen splijten. De VVD is niet meer één partij.

De tekst van dit liberaal manifest, dat eind mei op hoofdlijnen is vastgesteld, leek zo helder als het gaat om de vrijheid van onderwijs. De VVD vindt diep in haar hart dat onderwijs een seculiere aangelegenheid is. Maar het beruchte artikel 23 uit de grondwet mag blijven, «mits het onderwijs vrij is van discriminatie op levensbeschouwelijke gronden en voorts gebaseerd op aanvaarding van de bestaande Nederlandse rechtsorde». Ouders hebben binnen de wet alle vrijheid. Maar als er belastinggeld in het geding is, zijn hogere belangen aan de orde.

Dat was een trefzekere lijn. Wat zei aanvoerder Van Aartsen zaterdag dus op een partijraad van de VVD? «Uit de mislukking van de grijs gedraaide plaat van het multiculturalisme moeten wij nu wel de juiste conclusie trekken: niet de tolerantie vervangen door islamofobie of seculiere bekeringsdrang. Wel moeten wij strijden tegen elke publieke verschijning van intolerantie. Alleen zo kan de vrijheid van godsdienst worden gewaarborgd.» Wiegel en Hirsi Ali «behoren beiden tot de liberale familie».

Was het maar zo simpel. Ze horen beiden in ieder geval niet tot het stevig koutende gezin dat Van Aartsen met de debatpartij VVD voor ogen heeft. Ze zijn het in de kern oneens. En daarbij blijft het niet. Ook ex-partijchef Bolkestein hoort niet tot dezelfde familie als Wiegel, hoewel hij om praktische redenen geen afstand neemt van het aangeklede artikel 23 á la de VVD omdat het CDA dan in de handen van links zou worden gedreven. In Buitenhof zei hij temerig: «Het liberale huis heeft vele kamers. Wiegel zit in de salon beneden en Ayaan in een zolderkamertje waar ze het van het dak roept. Ik krijg niet de indruk dat Ayaan geïsoleerd is. Mensen mogen menen wat ze willen, zolang ze maar goed stemmen.» Waarna hij in een tussenzin het kleed onder Van Aartsen wegtrok: «We moeten vooruit kijken naar Amsterdam met een islamitische burgemeester.» Dat nu was knalharde politiek. Wiegel is een struisvogel. Diens Diever zal geen moslimburgemeester kiezen, zijn Amsterdam wel: a priori een ramp.

Deze interventie wordt niet alleen gekleurd door de intense hekel aan Wiegel, die Bolkestein blijkens zijn recent verschenen dagboek koestert. Ze is een aanval op Wiegels suburbane VVD die, anders dan de grootstedelijke afdelingen, de basis vormt van de «volkspartij».

Van Aartsen is politiek gezien een eenzaam man. Hij is niet de enige in de coalitie. Het wachten is nu op minister Brinkhorst van Economische Zaken die moet uitleggen waarom Eneco, Essent en Nuon winters weer niet aankunnen. En op collega Kamp van Defensie die graag naar Afghanistan wil om de VS terzijde te staan, maar zijn «draagvlak» elke dag meer ziet verschrompelen. Behalve onder het nieuwe zorgstelsel en de elektriciteitsvoorziening in Haaksbergen tikt er nu immers zelfs een tijdbom onder het vertrouwde atlanticisme van de regering. Die loyaliteit is – door het gebrekkige succes van de vredesoperaties in Afghanistan, door de treurige resultaten in Irak en vooral door het Amerikaanse zelfverraad jegens de eigen democratische waarden en normen (geheime gevangenissen zonder habeas corpus en vaag weersproken berichten over folteringen), niet meer tot het bittere einde vol te houden.

Vlak voor oogstjaar 2006 is de coalitie onderling en intern verdeeld over talloze hoofdlijnen van beleid. Een relatietherapeut zou er zijn handen aan vol hebben. Zelfs een vogelaar zou ervan schrikken.