Relativerend journaal

In de Volkskrant schreef Kees Fens zaterdag over Joop van Zijl onder meer: ‘alles wat er in de wereld was gebeurd, leek in zijn rustige, haast sussende taal, ongevaarlijk. (…) Met zijn vertrek bij het acht-uur-journaal is de wereld veel dreigender geworden.’

Extra leuk, dit portret (waarin Joop overigens tot ‘eeuwig’ wordt verklaard), omdat ik net in Omroep in Nederland een Volkskrantcitaat uit 1972 was tegengekomen: 'Wat er in de wereld ook gebeurt, het komt tot ons door Frits Thors en wordt dan tot herkenbare, overzichtelijke en invoelbare proporties teruggebracht.’ Schreef Jan Bank. Voor de jeugdige lezer: Thors was een nette heer wiens Opel Kadett je zonder aarzeling en voor de vraagprijs zou overnemen, gesteld dat je daarom verlegen zat. Zijn witte haardos droeg in niet geringe mate bij tot geloof in het betrouwbaarheidsgehalte van zijn teksten.
Televisie is volgens Henri Beunders een 'personaliserend medium’: de geloofwaardigheid van televisienieuws hangt in de ogen van de kijker af van de persoonlijkheid die het brengt. In de Fens- en Bank-citaten gaat het niet zozeer om betrouwbaarheid alswel om het aanvaardbaar maken van een weerbarstige werkelijkheid - zoals de slager uit bloedende hompen vlees en organen een geruststellende tartaar of worst bereidt. In zekere zin is dat paradoxaal: nieuws wordt acceptabeler en daarmee (denk ik stiekem) geloofwaardiger wanneer taal, stem, intonatie, gelaatsuitdrukking, kleding, kapsel en nog zo wat zaken de scherpe kanten wegnemen. Fens signaleert grote verschillen tussen presentatoren en wat ze teweegbrengen ('Pia Dijkstra heeft altijd het verkeerde effect: men wil haar troosten omdat er weer acht doden zijn gevallen’). Die verschillen zijn er. Marga van Praag roept zelfs controversen op: de stijl en toon die haar voor kinderen zo geloofwaardig maakten, produceren bij veel volwassenen het omgekeerde.
Toch denk ik dat de overeenkomsten tussen zelfs de uitersten onder de Journaallezers belangrijker zijn dan die verschillen. En dat de belangrijkste overeenkomst precies ligt in wat aan Van Zijl en Thors vooral werd toegeschreven: het neutraliseren, relativeren en temmen van de gruwelijkheid die de natuur en de mens de mens aandoen. Dat effect brengen ze, grotendeels onbedoeld, teweeg door het rituele karakter van de dienst die ze dagelijks celebreren. De merkwaardige herkenningsmuziek, die als klankgeworden tegendeel van het gregoriaans dagelijks enkele malen de totale wereldbrand lijkt aan te kondigen, wordt onmiddellijk ingedamd door een vertrouwd decor, gelaat en stem - trouwens, dagelijks een paar keer sirenes en geen mens meer die ze hoort.
Het 'nieuws’ is als het tandenpoetsen (en wellicht het gebedje) voor het slapen gaan. Het 'volgen’ ervan kan het tevreden gevoel geven de burgerplicht van het 'op de hoogte blijven’ verricht te hebben. En, bovenal, het Journaal vertaalt al wat ver weg of vreselijk is in de termen van het dorp Nederland, waarvan wij, op een enkele wereldburger met Nederlands paspoort na, nu eenmaal de bewoners zijn. Het Journaal is een regionaal programma wanneer het zich met het eigen dorp bezig houdt; en het is regionaal doordat het de rest van de wereld in het Nederlands vertaalt. Ik ben dorpeling: ik kijk zelden naar CNN.